Administratieve notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken-Model No. 14).
Origineel
Administratieve notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken-Model No. 14). Mei 1942 (diverse data tussen 15 en 22 mei). [Linksboven, in stempelkader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/47/1 194 2.
DOORGEZONDEN: 15/5-1942.
[Rechtsboven:]
439
Ingeroepen: "één dezer dagen"
m 16/5 42
[Midden, handgeschreven:]
Premsela medegedeeld, dat hij,
mits hij een bewijs van afkeuring
overlegt, desgewenscht een plaats
kan bekomen op Waterlooplein of
v/d Joubertstraat.
Afgedaan.
[Onder de tekst:]
Smit 19/5 '42
GPB 22/5 42
[Onderaan, gedrukte voettekst:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een intern administratief memo betreffende een vergunningsaanvraag voor een marktplaats. De aanvrager, Premsela, krijgt de toezegging dat hij een standplaats kan krijgen op de markt van het Waterlooplein of in de Joubertstraat. Hieraan is echter een strikte voorwaarde verbonden: hij moet een "bewijs van afkeuring" overleggen. In de bureaucratische context van 1942 betekende dit meestal een medische verklaring van ongeschiktheid voor zware arbeid. De notitie toont het traject van de aanvraag: binnengekomen op 15 mei, contact op 16 mei, besluitvorming op 19 mei en uiteindelijke administratieve afhandeling op 22 mei. De datum (mei 1942) en de locaties (Waterlooplein en Joubertstraat) plaatsen dit document midden in de periode van de Jodenvervolging in bezet Nederland. Vanaf 1941 werden Joodse handelaren gedwongen om uitsluitend op speciaal aangewezen Joodse markten te staan. Zowel het Waterlooplein als de Joubertstraat in de Amsterdamse Transvaalbuurt waren locaties voor dergelijke gesegregeerde markten. De naam Premsela is bovendien een bekende naam binnen de Joodse handelsgemeenschap van Amsterdam. Het "bewijs van afkeuring" was in deze tijd van levensbelang; het kon iemand vrijstellen van de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), wat voor veel Joodse Amsterdammers de enige manier was om (voorlopig) deportatie te voorkomen en in de stad te blijven werken. M. No
Samenvatting
Dit document is een intern administratief memo betreffende een vergunningsaanvraag voor een marktplaats. De aanvrager, Premsela, krijgt de toezegging dat hij een standplaats kan krijgen op de markt van het Waterlooplein of in de Joubertstraat. Hieraan is echter een strikte voorwaarde verbonden: hij moet een "bewijs van afkeuring" overleggen. In de bureaucratische context van 1942 betekende dit meestal een medische verklaring van ongeschiktheid voor zware arbeid. De notitie toont het traject van de aanvraag: binnengekomen op 15 mei, contact op 16 mei, besluitvorming op 19 mei en uiteindelijke administratieve afhandeling op 22 mei.
Historische Context
De datum (mei 1942) en de locaties (Waterlooplein en Joubertstraat) plaatsen dit document midden in de periode van de Jodenvervolging in bezet Nederland. Vanaf 1941 werden Joodse handelaren gedwongen om uitsluitend op speciaal aangewezen Joodse markten te staan. Zowel het Waterlooplein als de Joubertstraat in de Amsterdamse Transvaalbuurt waren locaties voor dergelijke gesegregeerde markten. De naam Premsela is bovendien een bekende naam binnen de Joodse handelsgemeenschap van Amsterdam. Het "bewijs van afkeuring" was in deze tijd van levensbelang; het kon iemand vrijstellen van de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), wat voor veel Joodse Amsterdammers de enige manier was om (voorlopig) deportatie te voorkomen en in de stad te blijven werken.