Doorslag van een officiële brief (typoscript).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typoscript). 30 mei 1942. De waarnemend Directeur van een gemeentelijke dienst (vermoedelijk de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven linksboven:] Verzonden 30/5
[Handgeschreven rechtsboven:] Inspecteurs
[Getypt rechtsboven:] VB/HG.
den Heer M. Roos,
Van Halllaan 2,
N A A R D E N .
103/49/2 M.
30 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 Mei jl. bevestig ik hiermede, dat U bij de administratie van mijn dienst staat ingeschreven als houder van een vaste plaats op de markt Gaaspstraat, alhier, hetgeen eveneens voor Uw vrouw geldt.
De Directeur,
wnd. Dit document is een administratieve bevestiging van het recht op een vaste standplaats op een Amsterdamse markt. De brief is gericht aan de heer M. Roos in Naarden. De inhoud is zakelijk: de dienst bevestigt dat zowel de heer Roos als zijn vrouw geregistreerd staan als marktkooplieden voor de markt in de Gaaspstraat.
De term "alhier" in de tekst geeft aan dat de brief is verzonden vanuit de plaats waar de markt zich bevindt, in dit geval Amsterdam. De brief is gedateerd op 30 mei 1942, een cruciaal jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de vervolging van de Joodse bevolking intensiveerde. De historische context van dit document is beladen. De genoemde markt in de Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid) werd op 1 november 1941 door de Duitse bezetter aangewezen als een van de "Joodse markten". Dit hield in dat Joden alleen nog op deze specifiek aangewezen locaties handel mochten drijven en hun inkopen mochten doen. Het was een maatregel om de Joodse bevolking verder te isoleren en hun economische bewegingsvrijheid in te perken.
De geadresseerde, Mozes Roos (geboren 2 januari 1888), woonde inderdaad met zijn gezin aan de Van Halllaan 2 in Naarden en was koopman van beroep. Het feit dat hij en zijn vrouw Martha Roos-Gans geregistreerd stonden voor de Gaaspstraat-markt bevestigt hun status als Joodse burgers onder het nazi-regime. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, maakt het deel uit van de bureaucratische vastlegging die voorafging aan de deportaties. Mozes Roos en zijn vrouw Martha zijn in juni 1943 vanuit kamp Westerbork gedeporteerd en vermoord in het vernietigingskamp Sobibor. M. Roos
Samenvatting
Dit document is een administratieve bevestiging van het recht op een vaste standplaats op een Amsterdamse markt. De brief is gericht aan de heer M. Roos in Naarden. De inhoud is zakelijk: de dienst bevestigt dat zowel de heer Roos als zijn vrouw geregistreerd staan als marktkooplieden voor de markt in de Gaaspstraat.
De term "alhier" in de tekst geeft aan dat de brief is verzonden vanuit de plaats waar de markt zich bevindt, in dit geval Amsterdam. De brief is gedateerd op 30 mei 1942, een cruciaal jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de vervolging van de Joodse bevolking intensiveerde.
Historische Context
De historische context van dit document is beladen. De genoemde markt in de Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid) werd op 1 november 1941 door de Duitse bezetter aangewezen als een van de "Joodse markten". Dit hield in dat Joden alleen nog op deze specifiek aangewezen locaties handel mochten drijven en hun inkopen mochten doen. Het was een maatregel om de Joodse bevolking verder te isoleren en hun economische bewegingsvrijheid in te perken.
De geadresseerde, Mozes Roos (geboren 2 januari 1888), woonde inderdaad met zijn gezin aan de Van Halllaan 2 in Naarden en was koopman van beroep. Het feit dat hij en zijn vrouw Martha Roos-Gans geregistreerd stonden voor de Gaaspstraat-markt bevestigt hun status als Joodse burgers onder het nazi-regime. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, maakt het deel uit van de bureaucratische vastlegging die voorafging aan de deportaties. Mozes Roos en zijn vrouw Martha zijn in juni 1943 vanuit kamp Westerbork gedeporteerd en vermoord in het vernietigingskamp Sobibor.