Administratieve brief/kennisgeving (doorslag).
Origineel
Administratieve brief/kennisgeving (doorslag). 9 juli 1942. Vermoedelijk een afdeling van de Gemeente Amsterdam (Marktwezen). [Handgeschreven in blauwe inkt rechtsboven:]
Amsterdam [?]
HB.
[Handgeschreven in blauwe inkt boven het midden:]
Verzonden 9/7
[Getypte tekst:]
103/56/2 M.
9 Juli 1942.
den Heer S. Cauveren,
Retiefstraat 59 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Vrijstelling betaling
marktgeld:
Gaaspstraat.
XXX Gaaspstraat
7 Juni 1942.
------- Het betreft een officieel bericht aan de heer S. Cauveren (zeer waarschijnlijk Samuel Cauveren) over een vrijstelling van het betalen van marktgeld voor de markt in de Gaaspstraat. De geadresseerde woonde in de Retiefstraat, gelegen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Deze wijk werd tijdens de Duitse bezetting gekenmerkt door een zeer grote Joodse populatie.
De brief bevat administratieve details zoals een dossiernummer en wijkindeling ("Wijk 20"). Onderaan staat de datum "7 Juni 1942" vermeld bij de locatie Gaaspstraat, wat mogelijk refereert aan de ingangsdatum van de vrijstelling of een specifiek besluit. De markering "XXX" fungeert hier waarschijnlijk als een scheidingsteken of administratieve code. De handgeschreven notitie "Verzonden 9/7" bevestigt de administratieve afhandeling op de dag van datering. Dit document moet gezien worden tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf november 1941 mochten Joodse burgers geen gebruik meer maken van reguliere markten. De bezetter wees specifieke locaties aan als "Joodse markten", waaronder de markt aan de Gaaspstraat. Joodse kooplui mochten alleen daar hun waar aanbieden aan een uitsluitend Joods publiek.
De datum van de brief, 9 juli 1942, is bijzonder sinister: dit was de maand waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar de vernietigingskampen begonnen. Terwijl de bureaucratie nog zaken als "vrijstelling marktgeld" afhandelde, was de systematische uitroeiing van de doelgroep reeds in volle gang gezet. Veel marktkooplieden van de Gaaspstraat en bewoners van de Transvaalbuurt zijn in de maanden direct na deze brief weggevoerd.
Samenvatting
Het betreft een officieel bericht aan de heer S. Cauveren (zeer waarschijnlijk Samuel Cauveren) over een vrijstelling van het betalen van marktgeld voor de markt in de Gaaspstraat. De geadresseerde woonde in de Retiefstraat, gelegen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Deze wijk werd tijdens de Duitse bezetting gekenmerkt door een zeer grote Joodse populatie.
De brief bevat administratieve details zoals een dossiernummer en wijkindeling ("Wijk 20"). Onderaan staat de datum "7 Juni 1942" vermeld bij de locatie Gaaspstraat, wat mogelijk refereert aan de ingangsdatum van de vrijstelling of een specifiek besluit. De markering "XXX" fungeert hier waarschijnlijk als een scheidingsteken of administratieve code. De handgeschreven notitie "Verzonden 9/7" bevestigt de administratieve afhandeling op de dag van datering.
Historische Context
Dit document moet gezien worden tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf november 1941 mochten Joodse burgers geen gebruik meer maken van reguliere markten. De bezetter wees specifieke locaties aan als "Joodse markten", waaronder de markt aan de Gaaspstraat. Joodse kooplui mochten alleen daar hun waar aanbieden aan een uitsluitend Joods publiek.
De datum van de brief, 9 juli 1942, is bijzonder sinister: dit was de maand waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar de vernietigingskampen begonnen. Terwijl de bureaucratie nog zaken als "vrijstelling marktgeld" afhandelde, was de systematische uitroeiing van de doelgroep reeds in volle gang gezet. Veel marktkooplieden van de Gaaspstraat en bewoners van de Transvaalbuurt zijn in de maanden direct na deze brief weggevoerd.