Handgeschreven brief (inkt op gelinieerd papier) met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief (inkt op gelinieerd papier) met ambtelijke aantekeningen. 22 juli 1942. G. van Brink, Rijnstraat 20 I, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Links boven, in potlood/krijt:]
In de kluis!
Welke markt?
Gaaspstraat.
[Rechts boven, stempel en inkt:]
№ 103/70/1 M. 1942 24/7
Amsterdam, 22 Juli 1942
Den Heer Directeur van het
Marktwezen te Amsterdam.
Mijne Heeren,
Hierbij deel ik U mede dat ik
op ’t oogenblik sinds eenige tijd in het
ziekenhuis lig om een operatie te ondergaan.
Nu is mij vandaag ter oore
gekomen dat in de afgeloopen dagen vaste
standplaatsen zijn uitgereikt. Aangezien
ik op ’t oogenblik niet in staat ben om
mij zelf bij U te vervoegen, verzoek ik U
hiermede beleefd mij mede te willen
deelen of ik daar ook reeds voor in
aanmerking komen kan.
Mijn naam is G. van Brink
geb. 27-2-’12
echtgenoote: F. Melkman. 20/6/19.
Mijn voorkeurskaart nummer is no. 362.
Hoogachtend
G. van Brink
Rijnstraat 20 i
Amsterdam.
[Linksonder, omcirkelde ambtelijke aantekening:]
Toewijzing vaste plaats
is thans niet meer
mogelijk, m.i. afwijzen.
acc
27-7-42
[onleesbare initialen] De brief is geschreven door G. van Brink, een marktkopman die op dat moment in het ziekenhuis ligt voor een operatie. Hij heeft vernomen dat er vaste standplaatsen worden uitgegeven en vraagt of hij, ondanks zijn afwezigheid, hiervoor in aanmerking komt. Hij identificeert zichzelf met zijn geboortedatum, de naam van zijn echtgenote en zijn voorkeurskaartnummer (no. 362).
De ambtelijke reactie onderaan het document is kort en afwijzend: "Toewijzing vaste plaats is thans niet meer mogelijk, m.i. afwijzen." Deze beslissing werd genomen op 27 juli 1942, slechts vijf dagen na het schrijven van de brief. De notitie linksboven in potlood noemt de "Gaaspstraat", wat een belangrijke locatie-indicatie is. Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum (juli 1942) en de persoonsgegevens. In 1941 en 1942 voerde de Duitse bezetter steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. De namen 'Van Brink' en 'Melkman', gecombineerd met de woonplaats in de Rivierenbuurt (Rijnstraat), wijzen op een Joodse achtergrond van de afzender.
Vanaf november 1941 mochten Joodse marktplui alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" staan. De potloodnotitie "Gaaspstraat" verwijst naar de markt aan de Gaaspstraat, een van de weinige plekken in Amsterdam waar het Joodse marktkooplieden op dat moment nog was toegestaan handel te drijven.
De kille afwijzing ("niet meer mogelijk") moet worden gezien in het licht van de totale uitsluiting van Joden uit het economische leven en het begin van de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork, die precies in deze maand (juli 1942) in alle hevighied begonnen. Het feit dat de brief "In de kluis!" moest, kan duiden op de administratieve afhandeling van dossiers van Joodse burgers wiens rechten en bezittingen werden ontnomen. F. Melkman G. van Brink Marktwezen