Archiefdocument
Origineel
30 juli 1942. A. Blaaser, wonende aan de Alb. Cuijpstraat 209-II, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. № 103/79/1 M. 1942 ²/₀ AMSTERDAM-Z., 30 Juli 1942
852
Aan
den Heer Directeur van het Marktwezen, alhier.
Weledele Heer!
Naar aanleiding van het feit, dat ik moet liquideeren en dat ik goedgekeurd ben voor uitzending naar een Rijks-werkkamp verzoek ik UEd. beleefd schorsing van betaling van Marktgeld alsmede vrijstelling van het bezetten mijner standplaats op de Markt, Gaaspstraat.
Dit verzoek richt ik tot UEd, om eventueel mijn, sinds jaren, aangewezen vaste standplaatsen op de markten Lindengracht en Westerstraat niet te verliezen.
Hopende op UEd's gunstig en welwillend antwoord, verblijf ik
Hoogachtend
UEd. dw. dn.
A. Blaaser
Alb. Cuijpstraat 209-II
Standplaats Gaaspstraat
№ 164
[Kanttekening linkerzijde:]
Aangezien zaak van b. [betrokkene] is geliquideerd kan aan verzoek niet worden voldaan.
Th. v. Moerkerken
per 31/8 te spreken amb. [ambtenaar]
28/7
31/8 '42 De schrijver van de brief, A. Blaaser, is een marktkoopman die vanwege de toenmalige omstandigheden (de Duitse bezetting) gedwongen is zijn bedrijf te beëindigen ("liquideeren"). Hij meldt dat hij is opgeroepen voor een "Rijks-werkkamp". Hij verzoekt de directeur van het Marktwezen om vrijstelling van de betalingsplicht voor zijn standplaatsen en vraagt om behoud van zijn rechten op zijn vaste plekken op de Gaaspstraat, Lindengracht en Westerstraat voor de toekomst.
De reactie in de marge van een ambtenaar (Th. v. Moerkerken) is afwijzend en zakelijk-kil: omdat de zaak is geliquideerd, kan er niet aan het verzoek worden voldaan. De administratieve realiteit van de liquidatie weegt zwaarder dan het verzoek om coulance in het licht van de gedwongen tewerkstelling. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Liquidatie: De bezetter vaardigde verordeningen uit die Joodse ondernemers dwongen hun bedrijf te sluiten of over te dragen aan een 'Verwalter' (bewindvoerder).
2. Rijks-werkkamp: In 1942 werden veel Joodse mannen opgeroepen voor werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Conrad of Molengoot). Dit was vaak een voorstadium van deportatie naar de vernietigingskampen in het oosten (Westerbork -> Auschwitz/Sobibor). De eerste grote transporten vanuit Amsterdam begonnen exact in juli 1942, de maand waarin deze brief is geschreven.
3. Bureautocratie: De brief laat zien hoe gewone gemeentelijke instanties, zoals het Marktwezen, meewerkten aan of gebonden waren aan de regels die de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven en de economie formaliseerden. De hoop van de schrijver om zijn marktplaatsen voor "eventueel" later te behouden, getuigt van de onwetendheid of de hoop die op dat moment nog bestond over de aard van de "uitzending". A. Blaaser Marktwezen
Samenvatting
De schrijver van de brief, A. Blaaser, is een marktkoopman die vanwege de toenmalige omstandigheden (de Duitse bezetting) gedwongen is zijn bedrijf te beëindigen ("liquideeren"). Hij meldt dat hij is opgeroepen voor een "Rijks-werkkamp". Hij verzoekt de directeur van het Marktwezen om vrijstelling van de betalingsplicht voor zijn standplaatsen en vraagt om behoud van zijn rechten op zijn vaste plekken op de Gaaspstraat, Lindengracht en Westerstraat voor de toekomst.
De reactie in de marge van een ambtenaar (Th. v. Moerkerken) is afwijzend en zakelijk-kil: omdat de zaak is geliquideerd, kan er niet aan het verzoek worden voldaan. De administratieve realiteit van de liquidatie weegt zwaarder dan het verzoek om coulance in het licht van de gedwongen tewerkstelling.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
1. Liquidatie: De bezetter vaardigde verordeningen uit die Joodse ondernemers dwongen hun bedrijf te sluiten of over te dragen aan een 'Verwalter' (bewindvoerder).
2. Rijks-werkkamp: In 1942 werden veel Joodse mannen opgeroepen voor werkkampen binnen Nederland (zoals kamp Conrad of Molengoot). Dit was vaak een voorstadium van deportatie naar de vernietigingskampen in het oosten (Westerbork -> Auschwitz/Sobibor). De eerste grote transporten vanuit Amsterdam begonnen exact in juli 1942, de maand waarin deze brief is geschreven.
3. Bureautocratie: De brief laat zien hoe gewone gemeentelijke instanties, zoals het Marktwezen, meewerkten aan of gebonden waren aan de regels die de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven en de economie formaliseerden. De hoop van de schrijver om zijn marktplaatsen voor "eventueel" later te behouden, getuigt van de onwetendheid of de hoop die op dat moment nog bestond over de aard van de "uitzending".