Archiefdocument
Origineel
14 augustus 1942. Der Beauftragte voor de stad Amsterdam (onderdeel van het Rijkscommissariaat voor de bezette Nederlandse gebieden). Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. Getypte tekst:
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
AMSTERDAM, den 14. August 1942.
MUSEUMPLEIN 19
TEL. 97101
Ref. Wi An das
Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m – W.
========================
Betr.: Gesuch des Juden Izak Pach um Zulassung auf dem Judenmarkt
Gaaspstraat.
Ich übersende Ihnen als Anlage urschriftlich
ein Gesuch des Juden Izak Pach, Amsterdam, Gelderschekade 77 um
Zulassung auf dem Judenmarkt Gaaspstraat. Ich bitte um Ihre Äusse-
rung, ob nach Ihrer Auffassung die Zulassung des Juden mit Rück-
sicht auf die Versorgung der Juden mit Textilwaren erforderlich
erscheint.
Im Auftrag
[Handtekening: A. Combault]
(A. Combault)
Wirtschaftsreferent
1 Anlage.
Handgeschreven kanttekeningen (Nederlands, linker marge):
Hr. Sieburgh
S.v.p. bellen met
Grünebaum.
Kunnen
wij toch
niet be-
oordeelen ->
We weten
trouwens niet, welke
zaken met textiel nog
geopend zijn. Het document toont de bureaucratische controle van de nazi-bezetter op het economische leven van de Joodse bevolking. Izak Pach, woonachtig aan de Gelderschekade 77, vraagt toestemming om op de gesegregeerde Joodse markt in de Gaaspstraat te mogen staan met textielwaren.
De Duitse ambtenaar Combault vraagt het Amsterdamse Marktwezen om advies: is de aanwezigheid van Pach "noodzakelijk" voor de voorziening van textiel aan de Joodse gemeenschap? De handgeschreven aantekeningen van de Nederlandse ambtenaren leggen een pijnlijk beeld bloot: zij verklaren dat ze de noodzaak niet kunnen beoordelen, omdat ze op dat moment (augustus 1942) niet eens meer weten welke (Joodse) textielzaken nog geopend zijn en welke al zijn geliquideerd of gesloten.
De terminologie in de brief ("des Juden Izak Pach") is typerend voor de depersonalisatie en stigmatisering door de bezetter. In 1941 werden in Amsterdam drie specifieke "Joodse markten" ingesteld (aan de Gaaspstraat, het Waterlooplein en de Joubertstraat) om de Joodse bevolking volledig te scheiden van de rest van de maatschappij.
De datum van deze brief, 14 augustus 1942, is cruciaal. De grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen waren op dat moment al een maand in volle gang. Terwijl de bureaucratie nog overlegde over marktvergunningen voor textiel, werd de Joodse bevolking systematisch weggevoerd.
Uit archiefbronnen (o.a. Joods Monument) blijkt dat de in de brief genoemde Izak Pach (geboren in 1888) inderdaad een textielhandelaar was. Slechts enkele weken na het schrijven van deze brief, in september 1942, is hij in Auschwitz vermoord. Dit document vormt daarmee een van de laatste administratieve sporen van zijn poging om in zijn levensonderhoud te voorzien te midden van de Holocaust.