Archiefdocument
Origineel
(Linksboven in het kader):
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/94/1 194 2.
DOORGEZONDEN: 19/8
(Rechtsboven):
892
(Handgeschreven instructies linksboven):
na behandeling
retour admin.
afmaakten v.m.
begane K.G.
(?)/?/ '42
(Rechts van het midden):
Den Heer Inspecteur
der Marktwezen
Alhier
(Hoofdtekst):
M. i. bestaat geen bezwaar, dat aan Mag-
tige (H. Gosepstraat) toestemming wordt
verleend zich op diens kraam te doen
assisteren - niet vervangen - door diens
dochter Alida de Magtige geb. 19-2-24.
(Onderste tekstgedeelte, deels onderstreept/omcirkeld):
Aan Mevr. de Magtige
kan m. i. worden toegestaan
dat zij zich op haar plaats
op de markt aan de Gosepstraat
laat assisteren door haar
dochter C. de Magtige geb 19-2-24
Magtige is naar een werkkamp, echtgenoote
neemt thans de plaats in 2-9-42
(Aantekeningen in rood potlood en parafen):
Admin. [paraf]
103/94/1
acc.
[onleesbare paraaf]
2-9-42 [onleesbare paraaf] Dit document is een ambtelijke beslissing betreffende een vergunning voor een marktplaats tijdens de Duitse bezetting. De kern van de aanvraag is dat de echtgenote van de heer De Magtige toestemming vraagt om bijgestaan te worden door hun achttienjarige dochter (Alida, in het tweede blok aangeduid als 'C.', geboren 19 februari 1924) bij hun marktkraam aan de Gosepstraat.
De ambtenaar adviseert dat er "geen bezwaar" is, mits de dochter enkel fungeert als assistente en haar vader/moeder niet volledig vervangt ("niet vervangen"). De meest significante passage bevindt zich onderaan: "Magtige is naar een werkkamp, echtgenoote neemt thans de plaats in". Dit geeft aan dat de oorspronkelijke vergunninghouder (de vader) is weggevoerd. De datum 2 september 1942 plaatst dit direct in de periode van de grootschalige deportaties van Joodse Nederlanders. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische zijde van de Jodenvervolging in Nederland. In 1942 werden Joodse marktkooplieden geconfronteerd met steeds strengere restricties. Wanneer Joodse mannen werden opgeroepen voor "tewerkstelling in het Oosten" (vaak via kamp Westerbork), probeerden de achterblijvende gezinsleden de bron van inkomsten veilig te stellen.
De term "werkkamp" was in deze context vaak een eufemisme voor deportatie. De familie De Magtige was hoogstwaarschijnlijk een Joods gezin dat probeerde te overleven door de handel op de markt voort te zetten terwijl het gezinshoofd al was weggevoerd. De koele, zakelijke toon van de ambtenaren van het Marktwezen, die de regels omtrent "assisteren" versus "vervangen" strikt toepassen terwijl er een menselijk drama plaatsvindt, is kenmerkend voor de administratieve collaboratie of onverschilligheid in die tijd. C. de Magtige H. Gosepstraat M. No Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke beslissing betreffende een vergunning voor een marktplaats tijdens de Duitse bezetting. De kern van de aanvraag is dat de echtgenote van de heer De Magtige toestemming vraagt om bijgestaan te worden door hun achttienjarige dochter (Alida, in het tweede blok aangeduid als 'C.', geboren 19 februari 1924) bij hun marktkraam aan de Gosepstraat.
De ambtenaar adviseert dat er "geen bezwaar" is, mits de dochter enkel fungeert als assistente en haar vader/moeder niet volledig vervangt ("niet vervangen"). De meest significante passage bevindt zich onderaan: "Magtige is naar een werkkamp, echtgenoote neemt thans de plaats in". Dit geeft aan dat de oorspronkelijke vergunninghouder (de vader) is weggevoerd. De datum 2 september 1942 plaatst dit direct in de periode van de grootschalige deportaties van Joodse Nederlanders.
Historische Context
Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische zijde van de Jodenvervolging in Nederland. In 1942 werden Joodse marktkooplieden geconfronteerd met steeds strengere restricties. Wanneer Joodse mannen werden opgeroepen voor "tewerkstelling in het Oosten" (vaak via kamp Westerbork), probeerden de achterblijvende gezinsleden de bron van inkomsten veilig te stellen.
De term "werkkamp" was in deze context vaak een eufemisme voor deportatie. De familie De Magtige was hoogstwaarschijnlijk een Joods gezin dat probeerde te overleven door de handel op de markt voort te zetten terwijl het gezinshoofd al was weggevoerd. De koele, zakelijke toon van de ambtenaren van het Marktwezen, die de regels omtrent "assisteren" versus "vervangen" strikt toepassen terwijl er een menselijk drama plaatsvindt, is kenmerkend voor de administratieve collaboratie of onverschilligheid in die tijd.