Ambtsbrief / correspondentie van een gemeentelijke instantie (vermoedelijk de Marktwezen-afdeling van de Gemeente Amsterdam).
Origineel
Ambtsbrief / correspondentie van een gemeentelijke instantie (vermoedelijk de Marktwezen-afdeling van de Gemeente Amsterdam). 15 september 1942. Onbekende ambtenaar (initialen "HB." rechtsboven). [Handgeschreven in paars potlood, linksboven:]
Verzonden 15/9
[Rechtsboven:]
HB.
Mevrouw A. Slier,
Uithoornstraat 44,
Amsterdam-Zuid.
Wijk22 A.
103/104/3 M. 15 September 1942.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 6 September j.l. bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend bij tewerkstelling in een rijkswerkkamp voor Joden. De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken, tenzij U persoonlijk van de plaats gebruik wenscht te maken en mij daarvan onder opgave vab het door U te verkoopen artikel ten spoedigste kennis geeft. * Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van mevrouw Slier. Haar echtgenoot is tewerkgesteld in een "rijkswerkkamp voor Joden", waardoor hij zijn marktplaats op de Gaaspstraat niet kan bezetten. Zij heeft blijkbaar gevraagd om vrijstelling van het marktgeld. Dit verzoek wordt koelbloedig afgewezen: de tewerkstelling wordt niet als geldige reden voor vrijstelling gezien. De marktvergunning zal worden ingetrokken, tenzij mevrouw Slier de plaats zelf onmiddellijk overneemt.
* Taalgebruik en toon: De toon is strikt bureaucratisch en gevoelloos. Opmerkelijk is de term "vab" in de laatste zin, wat een typefout is voor "van". De tekst bevat onderstrepingen bij "persoonlijk" en "ten spoedigste", wat de druk op de ontvanger benadrukt.
* Juridische/Administratieve implicaties: Het document illustreert hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie naadloos meewerkte aan de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. De gedwongen tewerkstelling wordt behandeld als een gewone administratieve wijziging in de bezetting van een marktplaats. * Historische periode: September 1942 markeert een dieptepunt in de bezetting van Nederland. De grootschalige deportaties van Joden naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen.
* Rijkswerkkampen: De genoemde "rijkswerkkampen voor Joden" waren kampen in Nederland (zoals in Drenthe en Overijssel) waar Joodse mannen vanaf begin 1942 onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (kort na deze brief) werden de mannen uit deze kampen gedeporteerd naar Westerbork en vandaar naar het Oosten.
* Locatie: De Gaaspstraatmarkt in de Amsterdamse Rivierenbuurt was een belangrijke lokale markt. De buurt kende een hoge concentratie Joodse bewoners die in deze periode stelselmatig uit hun sociale en economische leven werden verdreven.
* Betekenis: Dit document is een pijnlijk bewijs van de 'papierkraam' van de Holocaust: achter ogenschijnlijk banale correspondentie over marktgeld gaat het drama schuil van gezinnen die uit elkaar worden gerukt en van hun bestaansmiddelen worden beroofd. A. Slier Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek van mevrouw Slier. Haar echtgenoot is tewerkgesteld in een "rijkswerkkamp voor Joden", waardoor hij zijn marktplaats op de Gaaspstraat niet kan bezetten. Zij heeft blijkbaar gevraagd om vrijstelling van het marktgeld. Dit verzoek wordt koelbloedig afgewezen: de tewerkstelling wordt niet als geldige reden voor vrijstelling gezien. De marktvergunning zal worden ingetrokken, tenzij mevrouw Slier de plaats zelf onmiddellijk overneemt.
- Taalgebruik en toon: De toon is strikt bureaucratisch en gevoelloos. Opmerkelijk is de term "vab" in de laatste zin, wat een typefout is voor "van". De tekst bevat onderstrepingen bij "persoonlijk" en "ten spoedigste", wat de druk op de ontvanger benadrukt.
- Juridische/Administratieve implicaties: Het document illustreert hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie naadloos meewerkte aan de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. De gedwongen tewerkstelling wordt behandeld als een gewone administratieve wijziging in de bezetting van een marktplaats.
Bron-evidence
11
bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend bij tewerkstelling in een rijkswerkkamp voor Joden
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
tenzij U persoonlijk van de plaats gebruik wenscht te maken
en mij daarvan onder opgave vab het door U te verkoopen artikel ten spoedigste kennis geeft
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
tenzij U persoonlijk van de plaats gebruik wenscht te maken
Mevrouw A. Slier, Uithoornstraat 44, Amsterdam-Zuid
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat
De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
bericht ik U, dat geen vrijstelling van betaling van marktgeld kan worden verleend bij tewerkstelling in een rijkswerkkamp voor Joden. De aan Uw echtgenoot verleende marktplaats op de markt Gaaspstraat zal derhalve worden ingetrokken
Historische Context
- Historische periode: September 1942 markeert een dieptepunt in de bezetting van Nederland. De grootschalige deportaties van Joden naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen.
- Rijkswerkkampen: De genoemde "rijkswerkkampen voor Joden" waren kampen in Nederland (zoals in Drenthe en Overijssel) waar Joodse mannen vanaf begin 1942 onder zware omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (kort na deze brief) werden de mannen uit deze kampen gedeporteerd naar Westerbork en vandaar naar het Oosten.
- Locatie: De Gaaspstraatmarkt in de Amsterdamse Rivierenbuurt was een belangrijke lokale markt. De buurt kende een hoge concentratie Joodse bewoners die in deze periode stelselmatig uit hun sociale en economische leven werden verdreven.
- Betekenis: Dit document is een pijnlijk bewijs van de 'papierkraam' van de Holocaust: achter ogenschijnlijk banale correspondentie over marktgeld gaat het drama schuil van gezinnen die uit elkaar worden gerukt en van hun bestaansmiddelen worden beroofd.