Handgeschreven bericht op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven bericht op een archiefkaart. 5 september 1942. Weduwe Hartog, Meerhuizenstraat 34, Amsterdam. Dienst voor het Marktwezen, Amsterdam. A'dam 5/9 - 42
Marktwezen
Hiermede bericht ik
u dat mijn zoon S Hartog
10 Aug vertrokken is
naar Duitschland
Wed Hartog
Meerhuizenstr 34
Th. van Moerkerken,
is H. ongehuwd? dan
plaats intrekken,
anders nog even
aanhouden.
Bericht anb.
[Stempel:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening:] de Boer
[Handgeschreven notities rechtsonder:]
Inm. 5/9 '42
is al
ongehuwd
7/9-42 [Paraaf] Dit document is een administratieve verwerking van de deportatie of tewerkstelling van een Joodse Amsterdammer. De moeder, Weduwe Hartog, informeert de Dienst voor het Marktwezen dat haar zoon Salomon (S.) Hartog op 10 augustus 1942 "naar Duitsland is vertrokken". Hoewel de formulering neutraal is, verwijst dit in de context van 1942 naar de gedwongen wegvoering van Joden.
De ambtelijke reactie onder de brief toont de kille efficiëntie van de bureaucreatie tijdens de bezetting. Een ambtenaar (waarschijnlijk Th. van Moerkerken) vraagt of Hartog ongehuwd is. De burgerlijke staat bepaalde of zijn marktvergunning ("plaats") direct kon worden ingetrokken of dat men nog even moest wachten ("aanhouden"). Op 7 september wordt bevestigd dat hij ongehuwd is, waarna de procedure voor intrekking van de vergunning in gang wordt gezet. De inspecteur (De Boer) heeft het document ter goedkeuring getekend. Het document illustreert hoe het Amsterdamse gemeentebestuur en haar diensten, zoals het Marktwezen, meewerkten aan de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Zodra een Joodse marktkoopman gedeporteerd was, werden de vrijgekomen marktplaatsen vaak ingenomen door niet-Joodse handelaren.
De familie Hartog woonde in de Meerhuizenstraat in de Rivierenbuurt, een buurt waar in de oorlogsjaren veel Joodse gezinnen woonden. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Hartog inderdaad op 30 september 1942 in Auschwitz is vermoord. Dit document legt het exacte moment vast waarop hij door de gemeentelijke administratie uit de boeken werd geschrapt, minder dan een maand na zijn deportatie.
Samenvatting
Dit document is een administratieve verwerking van de deportatie of tewerkstelling van een Joodse Amsterdammer. De moeder, Weduwe Hartog, informeert de Dienst voor het Marktwezen dat haar zoon Salomon (S.) Hartog op 10 augustus 1942 "naar Duitsland is vertrokken". Hoewel de formulering neutraal is, verwijst dit in de context van 1942 naar de gedwongen wegvoering van Joden.
De ambtelijke reactie onder de brief toont de kille efficiëntie van de bureaucreatie tijdens de bezetting. Een ambtenaar (waarschijnlijk Th. van Moerkerken) vraagt of Hartog ongehuwd is. De burgerlijke staat bepaalde of zijn marktvergunning ("plaats") direct kon worden ingetrokken of dat men nog even moest wachten ("aanhouden"). Op 7 september wordt bevestigd dat hij ongehuwd is, waarna de procedure voor intrekking van de vergunning in gang wordt gezet. De inspecteur (De Boer) heeft het document ter goedkeuring getekend.
Historische Context
Het document illustreert hoe het Amsterdamse gemeentebestuur en haar diensten, zoals het Marktwezen, meewerkten aan de uitsluiting van Joden uit het economische leven. Zodra een Joodse marktkoopman gedeporteerd was, werden de vrijgekomen marktplaatsen vaak ingenomen door niet-Joodse handelaren.
De familie Hartog woonde in de Meerhuizenstraat in de Rivierenbuurt, een buurt waar in de oorlogsjaren veel Joodse gezinnen woonden. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Hartog inderdaad op 30 september 1942 in Auschwitz is vermoord. Dit document legt het exacte moment vast waarop hij door de gemeentelijke administratie uit de boeken werd geschrapt, minder dan een maand na zijn deportatie.