Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. 25 september 1942. Stad. @ Arons Plotske. Amstellaan 80 =
Heim. Meyer Arons, geb 19 Juni 20
assisteert moeder op maatsch. loon.
Gaaspstraat. Reden vergunning uitk.
officiëel aan te vragen bij J.R.
(Moeder ziekelijk, alleen bij J.R.)
Moet heden vóór 4 uur bij Voorhoeve
voor aankomst, voor hij moeder
assisteert..
Th. van Duinhoven [handtekening/stempel]
103/116/1 [referentienummer]
25/9.'42 [datum] [Gez./Paraaf]
Acc.
modelbriefje
assistentie Het document is een interne notitie die betrekking heeft op een verzoek om bijstand of een vrijstelling (waarschijnlijk een zogenaamde 'Sperre') voor de 22-jarige Heijman Meijer Arons.
De belangrijkste elementen in de tekst zijn:
* Adressen: De Amstellaan (nu Vrijheidslaan) en de Gaaspstraat bevinden zich beide in de Amsterdamse Rivierenbuurt, een wijk met een grote Joodse populatie in 1942.
* Sociale grond: Er wordt aangevoerd dat Heijman zijn moeder "assisteert" en dat zij "ziekelijk" is. Dit was een veelgebruikte reden om bij de Joodsche Raad (J.R.) een verzoek in te dienen voor uitstel van deportatie (Arbeitseinsatz).
* Haast: De instructie dat hij zich "heden vóór 4 uur" bij een zekere Voorhoeve moet melden, wijst op de bureaucratische tijdsdruk waaronder Joodse burgers destijds leefden.
* Administratief: De notitie onderaan ("modelbriefje assistentie") suggereert dat dit schrijven als sjabloon diende voor vergelijkbare gevallen van sociale hulpverlening binnen de Joodsche Raad of een gerelateerde sociale instantie. Deze notitie is opgesteld op 25 september 1942, tijdens de piek van de deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen. Heijman Meijer Arons (geboren 19-06-1920) woonde inderdaad op Amstellaan 80-I. Zijn moeder was Anna Plotske, vandaar de referentie "Arons Plotske" in de kop van het document.
Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat de poging om via deze weg aan deportatie te ontkomen helaas niet is geslaagd. Heijman Meijer Arons is in maart 1943 omgekomen in Seibersdorf (een subkamp van Auschwitz). Zijn moeder Anna werd in juni 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve strijd die Joodse Amsterdammers voerden om hun gezin bij elkaar te houden en te overleven. Heijman Meijer Arons en Anna Arons-Plotske.
Samenvatting
Het document is een interne notitie die betrekking heeft op een verzoek om bijstand of een vrijstelling (waarschijnlijk een zogenaamde 'Sperre') voor de 22-jarige Heijman Meijer Arons.
De belangrijkste elementen in de tekst zijn:
* Adressen: De Amstellaan (nu Vrijheidslaan) en de Gaaspstraat bevinden zich beide in de Amsterdamse Rivierenbuurt, een wijk met een grote Joodse populatie in 1942.
* Sociale grond: Er wordt aangevoerd dat Heijman zijn moeder "assisteert" en dat zij "ziekelijk" is. Dit was een veelgebruikte reden om bij de Joodsche Raad (J.R.) een verzoek in te dienen voor uitstel van deportatie (Arbeitseinsatz).
* Haast: De instructie dat hij zich "heden vóór 4 uur" bij een zekere Voorhoeve moet melden, wijst op de bureaucratische tijdsdruk waaronder Joodse burgers destijds leefden.
* Administratief: De notitie onderaan ("modelbriefje assistentie") suggereert dat dit schrijven als sjabloon diende voor vergelijkbare gevallen van sociale hulpverlening binnen de Joodsche Raad of een gerelateerde sociale instantie.
Historische Context
Deze notitie is opgesteld op 25 september 1942, tijdens de piek van de deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen. Heijman Meijer Arons (geboren 19-06-1920) woonde inderdaad op Amstellaan 80-I. Zijn moeder was Anna Plotske, vandaar de referentie "Arons Plotske" in de kop van het document.
Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat de poging om via deze weg aan deportatie te ontkomen helaas niet is geslaagd. Heijman Meijer Arons is in maart 1943 omgekomen in Seibersdorf (een subkamp van Auschwitz). Zijn moeder Anna werd in juni 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve strijd die Joodse Amsterdammers voerden om hun gezin bij elkaar te houden en te overleven.