Voorkeurskaart voor de markt (Marktvergunning).
Origineel
Voorkeurskaart voor de markt (Marktvergunning). [Links boven:]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM
[Midden boven:]
VOORKEURSKAART No. [351]
INGEVOLGE ART. 8 VAN HET REGLEMENT OP DE MARKTEN
[Midden:]
tot het bezetten van een plaats op de [Alg. Dagmarkt / Weekmarkt]
[Gaaspstraat]
voor: [S. Ancona]
geboren: [15-1-97]
te [leeg]
of zijn/haar echtgenoot(e): [V. Bonn 8/5 94]
[Rechts verticaal:]
N.B. DEZE KAART IS STRIKT PERSOONLIJK.
[Rechts onder:]
AMSTERDAM, [14-1-] 19[42]
De Directeur van het Marktwezen,
[Handtekening: Dr. A. v. L...]
[Links onder, klein:]
M.W. 48 2000-10-'38-1919
[Handgeschreven paraaf/krabbel door de tekst heen]
(Noot: Tekst tussen vierkante haken [ ] is handgeschreven op het originele formulier.) Dit document is een officiële voorkeurskaart uitgegeven door de Amsterdamse dienst van het Marktwezen in januari 1942. De kaart verleende de houder, S. Ancona, het recht op een standplaats op de markt in de Gaaspstraat. Opvallend is dat ook de gegevens van de echtgenote (V. Bonn) zijn vermeld, wat suggereerde dat zij de rechten kon overnemen of hem mocht assisteren.
De datum (14 januari 1942) is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De achternamen Ancona en Bonn zijn veelvoorkomende namen binnen de Portugees- en Hoogduits-Joodse gemeenschap van Amsterdam. De locatie, de Gaaspstraat, was in die periode specifiek aangewezen als een van de drie 'Joodse markten' in de stad. De uitgifte van deze kaart valt midden in de periode van de stapsgewijze uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere markten staan. De bezetter dwong de gemeente Amsterdam om drie specifieke markten aan te wijzen waar alleen Joden mochten handelen en kopen: het Waterlooplein, de Joubertstraat en de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt).
De Gaaspstraat-markt werd geopend in november 1941. Deze voorkeurskaart uit januari 1942 toont aan hoe Salomon Ancona (geboren 1897) probeerde zijn brood te verdienen onder deze restrictieve en segregerende omstandigheden. Uit externe archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Ancona en zijn vrouw Vrouwtje Bonn de oorlog niet hebben overleefd; zij werden later in 1942 of 1943 gedeporteerd en vermoord in de vernietigingskampen. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve voorbereiding op de uiteindelijke vernietiging van de Joodse handelsstand in Amsterdam. S. Ancona V. Bonn Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een officiële voorkeurskaart uitgegeven door de Amsterdamse dienst van het Marktwezen in januari 1942. De kaart verleende de houder, S. Ancona, het recht op een standplaats op de markt in de Gaaspstraat. Opvallend is dat ook de gegevens van de echtgenote (V. Bonn) zijn vermeld, wat suggereerde dat zij de rechten kon overnemen of hem mocht assisteren.
De datum (14 januari 1942) is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De achternamen Ancona en Bonn zijn veelvoorkomende namen binnen de Portugees- en Hoogduits-Joodse gemeenschap van Amsterdam. De locatie, de Gaaspstraat, was in die periode specifiek aangewezen als een van de drie 'Joodse markten' in de stad.
Historische Context
De uitgifte van deze kaart valt midden in de periode van de stapsgewijze uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere markten staan. De bezetter dwong de gemeente Amsterdam om drie specifieke markten aan te wijzen waar alleen Joden mochten handelen en kopen: het Waterlooplein, de Joubertstraat en de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt).
De Gaaspstraat-markt werd geopend in november 1941. Deze voorkeurskaart uit januari 1942 toont aan hoe Salomon Ancona (geboren 1897) probeerde zijn brood te verdienen onder deze restrictieve en segregerende omstandigheden. Uit externe archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Ancona en zijn vrouw Vrouwtje Bonn de oorlog niet hebben overleefd; zij werden later in 1942 of 1943 gedeporteerd en vermoord in de vernietigingskampen. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van de administratieve voorbereiding op de uiteindelijke vernietiging van de Joodse handelsstand in Amsterdam.