Handgeschreven verzoekbrief.
Origineel
Handgeschreven verzoekbrief. 15 oktober 1942. Jacob (Jac.) Zilverberg, Lepelstraat 2, Amsterdam. Amsterdam 15 Oct 1942
Geachte Heer m. sup
Ik ondergeteekende had tot U een verzoek willen richten naar aanleiding de standplaats van mijn Vader E Zilverberg Blasiusstraat 55 Huis die . j. l. Vrijdag naar den arbeidsdienst in Duitschland is vertrokken en ik als zoon Jac. Zilverberg al circa 2 jaar als assistent bij marktwezen ingeschreven staat, bij mijn Vader marktplaats Gaapstraat [bedoeld: Gaaspstraat] verzoek ik u beleefd de plaats voorloopig op mijn naam te willen zetten om de zaken door te kunnen zetten Hopende van U een spoedig en gunstig antwoord mogen ontvangen
Teeken ik mij minzaam
Jac: Zilverberg
Lepelstraat No 2
Amsterdam * Kern van de brief: De afzender, Jacob Zilverberg, verzoekt de autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of de afdeling Marktwezen) om de marktvergunning van zijn vader, E. Zilverberg, tijdelijk op zijn naam over te zetten.
* Aanleiding: Zijn vader is "jongstleden vrijdag" vertrokken naar de zogenaamde "arbeidsdienst in Duitschland".
* Argumentatie: Jacob voert aan dat hij al twee jaar als assistent bij het Marktwezen geregistreerd staat en bij zijn vader op de marktplaats werkte. Hij wil de zaak voortzetten ("door te kunnen zetten").
* Locaties: De vader woonde in de Blasiusstraat 55 (huis). De marktplaats bevond zich in de Gaaspstraat (door de schrijver gespeld als "Gaapstraat"). De zoon woonde zelf in de Lepelstraat 2. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting in 1942. De achternaam Zilverberg en de genoemde locaties (Blasiusstraat, Lepelstraat) wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkenen.
De term "arbeidsdienst in Duitschland" was in oktober 1942 veelal een eufemisme voor de deportatie van Joden. Vanaf de zomer van 1942 werden Joodse Amsterdammers via de Hollandsche Schouwburg en kamp Westerbork weggevoerd. Terwijl de vader wordt gedeporteerd, probeert de zoon in een laatste poging tot zelfbehoud de economische bron van het gezin (de marktplaats) veilig te stellen.
Uit historisch onderzoek (bijv. Joods Monument) blijkt vaak dat verzoeken van deze aard in die periode meestal werden afgewezen of slechts tijdelijk werden geduld, omdat de bezetter streefde naar de volledige uitschakeling van Joden uit het economische leven (de 'arisering' van de markten). E. Zilverberg Marktwezen
Samenvatting
- Kern van de brief: De afzender, Jacob Zilverberg, verzoekt de autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of de afdeling Marktwezen) om de marktvergunning van zijn vader, E. Zilverberg, tijdelijk op zijn naam over te zetten.
- Aanleiding: Zijn vader is "jongstleden vrijdag" vertrokken naar de zogenaamde "arbeidsdienst in Duitschland".
- Argumentatie: Jacob voert aan dat hij al twee jaar als assistent bij het Marktwezen geregistreerd staat en bij zijn vader op de marktplaats werkte. Hij wil de zaak voortzetten ("door te kunnen zetten").
- Locaties: De vader woonde in de Blasiusstraat 55 (huis). De marktplaats bevond zich in de Gaaspstraat (door de schrijver gespeld als "Gaapstraat"). De zoon woonde zelf in de Lepelstraat 2.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting in 1942. De achternaam Zilverberg en de genoemde locaties (Blasiusstraat, Lepelstraat) wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkenen.
De term "arbeidsdienst in Duitschland" was in oktober 1942 veelal een eufemisme voor de deportatie van Joden. Vanaf de zomer van 1942 werden Joodse Amsterdammers via de Hollandsche Schouwburg en kamp Westerbork weggevoerd. Terwijl de vader wordt gedeporteerd, probeert de zoon in een laatste poging tot zelfbehoud de economische bron van het gezin (de marktplaats) veilig te stellen.
Uit historisch onderzoek (bijv. Joods Monument) blijkt vaak dat verzoeken van deze aard in die periode meestal werden afgewezen of slechts tijdelijk werden geduld, omdat de bezetter streefde naar de volledige uitschakeling van Joden uit het economische leven (de 'arisering' van de markten).