Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 352
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Administratieve correspondentie/kennisgeving.

12 november 1942 (verzenddatum) en 23 augustus 1942 (betrekkingsdatum).

Origineel

Administratieve correspondentie/kennisgeving. 12 november 1942 (verzenddatum) en 23 augustus 1942 (betrekkingsdatum). [Handgeschreven in rode inkt bovenaan:]
Verzonden 12/11 Imp 2x

[Typewerk:]
HB.

103/166/2 M.

12 November 1942.

den Heer M. Prins,
Staalstraat 30,
Amsterdam-Centrum.

Gaaspstraat.

Wijk 3.

Vrijstelling betaling
Marktgeld:
Geen schuld.

Gaaspstraat

23 Augustus 1942

— Het document is een officiële berichtgeving (mogelijk een kopie voor het archief) gericht aan de heer M. Prins. De kern van de boodschap is dat er voor de standplaats op de markt in de Gaaspstraat (gelegen in de Amsterdamse Rivierenbuurt) een vrijstelling is verleend voor het betalen van marktgeld. De conclusie luidt: "Geen schuld", wat betekent dat er geen openstaande bedragen meer zijn over de periode die teruggaat tot ten minste 23 augustus 1942.

De afkorting "HB." bovenaan staat waarschijnlijk voor het Hoofdbureau (van de betreffende gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Financiën). De rode handgeschreven notitie "Verzonden 12/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd. "Imp 2x" duidt waarschijnlijk op het aantal gemaakte doorslagen of kopieën. Dit document dateert uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve afhandeling van "marktgeld" lijkt triviaal, maar krijgt een beladen lading wanneer gekeken wordt naar de geadresseerde en de tijdsgeest.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat op de Staalstraat 30 in Amsterdam de heer Mozes Prins woonde (geboren in 1883). Hij was een Joodse Amsterdammer die als koopman/marktkoopman werkzaam was. In 1942 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig geweerd van markten of beperkt tot specifieke "Joodse markten" (zoals die aan het Gaasp広場/Gaaspstraat).

De datum van deze brief (12 november 1942) is wrang: Mozes Prins werd kort na deze datum gedeporteerd en is op 23 november 1942 vermoord in Auschwitz. Deze brief betreffende "geen schuld" was waarschijnlijk een van de laatste administratieve handelingen rondom zijn bedrijfsvoering voordat hij uit Amsterdam werd weggevoerd. Het document illustreert hoe de bureaucratie rondom bezit en belastingen van Joodse burgers doorliep tot aan het moment van hun deportatie.

Samenvatting

Het document is een officiële berichtgeving (mogelijk een kopie voor het archief) gericht aan de heer M. Prins. De kern van de boodschap is dat er voor de standplaats op de markt in de Gaaspstraat (gelegen in de Amsterdamse Rivierenbuurt) een vrijstelling is verleend voor het betalen van marktgeld. De conclusie luidt: "Geen schuld", wat betekent dat er geen openstaande bedragen meer zijn over de periode die teruggaat tot ten minste 23 augustus 1942.

De afkorting "HB." bovenaan staat waarschijnlijk voor het Hoofdbureau (van de betreffende gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Financiën). De rode handgeschreven notitie "Verzonden 12/11" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd. "Imp 2x" duidt waarschijnlijk op het aantal gemaakte doorslagen of kopieën.

Historische Context

Dit document dateert uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve afhandeling van "marktgeld" lijkt triviaal, maar krijgt een beladen lading wanneer gekeken wordt naar de geadresseerde en de tijdsgeest.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat op de Staalstraat 30 in Amsterdam de heer Mozes Prins woonde (geboren in 1883). Hij was een Joodse Amsterdammer die als koopman/marktkoopman werkzaam was. In 1942 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig geweerd van markten of beperkt tot specifieke "Joodse markten" (zoals die aan het Gaasp広場/Gaaspstraat).

De datum van deze brief (12 november 1942) is wrang: Mozes Prins werd kort na deze datum gedeporteerd en is op 23 november 1942 vermoord in Auschwitz. Deze brief betreffende "geen schuld" was waarschijnlijk een van de laatste administratieve handelingen rondom zijn bedrijfsvoering voordat hij uit Amsterdam werd weggevoerd. Het document illustreert hoe de bureaucratie rondom bezit en belastingen van Joodse burgers doorliep tot aan het moment van hun deportatie.

Kooplieden in dit dossier 100

Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 80.00
Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 76.00
Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 72.--
Elisabeth Gobets - van Brink Waterlooplein " 14.40
ANDIJVIE (Glas). Waterlooplein " 24.00
ANDIJVIE (GLAS) Waterlooplein " 20.80
ANDIJVIE (GLAS). Waterlooplein " 26.40
B 51-200 gram ongewasschen Waterlooplein
BOSPEEN (GLAS). Waterlooplein " 24.00
GLASKOOLRABI (2-4 cm. Ø) Waterlooplein
GLASKOOLRABI. (2-4 cm. Ø) Waterlooplein
L. Blitz Waterlooplein " 24.--
J. Renz. Waterlooplein " 26.00
J. Renz. Waterlooplein " 25.00
J. Renz. Waterlooplein f. 31.--
J. Renz. Waterlooplein f. 35.50
J. Renz. Waterlooplein f.32.50
I boven 20 cm. over den kop gemeten Waterlooplein " 25.60
I boven 7 cm. ø Waterlooplein
I boven 7 cm. ø Waterlooplein
I boven 7 cm.ø Waterlooplein
I boven 7 cm. Ø Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51-200 gram, ongewasschen Waterlooplein
III " 10-16 cm. over den kop gemeten Waterlooplein " 12.80
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6