Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 3 maart 1942. S. Dotsch, Swammerdamstraat 23, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam West. Nº 104/6 // M. 1942 4/3
Amsterdam 3 Maart 1942
Aan
Den Heer
Directeur v/h Marktwezen
Jan v. Galenstraat
Amsterdam W.
Mijnheer,
Ondergetekende (S. Dotsch, Swammerdam-
straat 23 alhier) bericht U hierbij dat hij met den heer
Inspecteur v/h marktwezen een onderhoud heeft gehad.
Hij deelde genoemden heer mede dat hij reeds het vorig
jaar zijn zaak moest liquideeren. Vanuit de loods
heeft hij toen zijn klanten bediend.
Omdat hij geen winkel en ook geen ventvergun-
ning meer heeft, werd 27 Februari j.l. zijn
marktkaart ingehouden.
Daarom verzoekt hij U, in aanmerking te
mogen komen voor een standplaats op de
Joodsche markt (Joubertstraat) voor den
verkoop van aardappelen, groenten en fruit.
De heer inspecteur van het marktwezen
gaf mij den raad, dit verzoek aldus in te richten.
Bij voorbaat dankend,
Hoogachtend,
S. Dotsch In deze zakelijke brief verzoekt S. Dotsch om een standplaats op de "Joodsche markt" in de Joubertstraat in Amsterdam. De schrijver legt uit dat hij zijn eerdere zaak het jaar ervoor (1941) heeft moeten liquideren en sindsdien vanuit een loods werkte. Omdat hij echter niet over de juiste papieren beschikte (geen winkelpand of ventvergunning), is zijn marktkaart op 27 februari 1942 ingenomen. Op advies van een inspecteur van het Marktwezen dient hij nu dit formele verzoek in om weer legaal handel te mogen drijven in primaire levensbehoeften (aardappelen, groenten en fruit), maar dan specifiek op de aangewezen Joodse markt. De brief dateert uit maart 1942, een periode tijdens de Duitse bezetting waarin de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang was. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden verbannen van de reguliere Amsterdamse markten. Er werden specifieke "Joodse markten" ingesteld waar zij nog mochten staan, uitsluitend om aan een Joods publiek te verkopen. De Joubertstraat in de Transvaalbuurt was een van die locaties. Dit document illustreert de precaire economische positie van Joodse Amsterdammers die probeerden binnen de steeds nauwer wordende mazen van de anti-Joodse verordeningen hun brood te verdienen. De "liquidatie" van zaken waar de schrijver over spreekt, was vaak het gevolg van de verplichte aanmelding en daaropvolgende onteigening of gedwongen sluiting van Joodse ondernemingen door de bezetter. S. Dotsch W. Marktwezen
Samenvatting
In deze zakelijke brief verzoekt S. Dotsch om een standplaats op de "Joodsche markt" in de Joubertstraat in Amsterdam. De schrijver legt uit dat hij zijn eerdere zaak het jaar ervoor (1941) heeft moeten liquideren en sindsdien vanuit een loods werkte. Omdat hij echter niet over de juiste papieren beschikte (geen winkelpand of ventvergunning), is zijn marktkaart op 27 februari 1942 ingenomen. Op advies van een inspecteur van het Marktwezen dient hij nu dit formele verzoek in om weer legaal handel te mogen drijven in primaire levensbehoeften (aardappelen, groenten en fruit), maar dan specifiek op de aangewezen Joodse markt.
Historische Context
De brief dateert uit maart 1942, een periode tijdens de Duitse bezetting waarin de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang was. Vanaf september 1941 werden Joodse marktkooplieden verbannen van de reguliere Amsterdamse markten. Er werden specifieke "Joodse markten" ingesteld waar zij nog mochten staan, uitsluitend om aan een Joods publiek te verkopen. De Joubertstraat in de Transvaalbuurt was een van die locaties. Dit document illustreert de precaire economische positie van Joodse Amsterdammers die probeerden binnen de steeds nauwer wordende mazen van de anti-Joodse verordeningen hun brood te verdienen. De "liquidatie" van zaken waar de schrijver over spreekt, was vaak het gevolg van de verplichte aanmelding en daaropvolgende onteigening of gedwongen sluiting van Joodse ondernemingen door de bezetter.