Administratieve kaart/notitie (Bijblad van het dossier).
Origineel
Administratieve kaart/notitie (Bijblad van het dossier). Maart – april 1942. [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 104/7/1 1942
DOORGEZONDEN: 5/3
[Hoofdtekst midden:]
a. c. Seymansbergen,
pl. 1513 Alb. Cuypstraat, is
2 Maart j.l. wegens wanbetaling
afgevoerd met f 6.75 schuld.
Zal standplaats
aanvragen.
[Rechtsmidden en onder:]
Mrt. 11/3 '42
oproepen
11-3-'42
de Haer [?]
Opbergen 13-3-42
de Haer [?]
[Rechtsonder:]
HVP [?] 17/4 42
3
[Linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve mutatie aangaande een marktkoopman genaamd A.C. Seymansbergen. Uit de tekst blijkt dat deze persoon op 2 maart 1942 zijn vergunning of plek op de Albert Cuypmarkt is kwijtgeraakt ("afgevoerd") vanwege een openstaande schuld van 6,75 gulden (wanbetaling).
Er wordt genoteerd dat de betrokkene van plan is een nieuwe standplaats aan te vragen. De verschillende data en handtekeningen (waarschijnlijk van de ambtenaar 'de Haer' of 'de Haen') tonen de ambtelijke gang van zaken: op 11 maart is de persoon opgeroepen en op 13 maart is de notitie gearchiveerd ("opbergen"). De laatste datum, 17 april 1942, duidt op de uiteindelijke afhandeling van het dossierstuk. Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek voor handel in Amsterdam. In 1942 was de controle op marktkooplieden door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur zeer streng. Hoewel wanbetaling hier als reden wordt opgegeven, vonden er in deze periode op grote schaal uitsluitingen plaats van kooplieden, vaak met een discriminerende achtergrond (zoals de verwijdering van Joodse handelaren). Dit document is een voorbeeld van de nauwgezette bureaucratische vastlegging van het marktwezen in die tijd. A.C. Seymansbergen M. No Marktwezen
Samenvatting
Dit document betreft een administratieve mutatie aangaande een marktkoopman genaamd A.C. Seymansbergen. Uit de tekst blijkt dat deze persoon op 2 maart 1942 zijn vergunning of plek op de Albert Cuypmarkt is kwijtgeraakt ("afgevoerd") vanwege een openstaande schuld van 6,75 gulden (wanbetaling).
Er wordt genoteerd dat de betrokkene van plan is een nieuwe standplaats aan te vragen. De verschillende data en handtekeningen (waarschijnlijk van de ambtenaar 'de Haer' of 'de Haen') tonen de ambtelijke gang van zaken: op 11 maart is de persoon opgeroepen en op 13 maart is de notitie gearchiveerd ("opbergen"). De laatste datum, 17 april 1942, duidt op de uiteindelijke afhandeling van het dossierstuk.
Historische Context
Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek voor handel in Amsterdam. In 1942 was de controle op marktkooplieden door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur zeer streng. Hoewel wanbetaling hier als reden wordt opgegeven, vonden er in deze periode op grote schaal uitsluitingen plaats van kooplieden, vaak met een discriminerende achtergrond (zoals de verwijdering van Joodse handelaren). Dit document is een voorbeeld van de nauwgezette bureaucratische vastlegging van het marktwezen in die tijd.