Handgeschreven brief/verzoekschrift op een briefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief/verzoekschrift op een briefkaart. J. Fransman. Mijnheer
Daar ik u moet
mede deelen als dat ik
2 maanden straf moet
ondergaan verzoek ik
vrij steling van markt
geld
Hoog achtend
J. Fransman
Marktplaats
Joubertstraat
Plaats N 94 De brief is een formeel, doch sober verzoek van een marktkoopman aan een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of de gemeente). De schrijver, J. Fransman, deelt mede dat hij een gevangenisstraf van twee maanden moet uitzitten. Omdat hij gedurende deze periode zijn standplaats niet kan innemen, verzoekt hij om vrijstelling van de betaling van het standplaatsgeld (marktgeld).
Het document getuigt van de administratieve noodzaak voor kleine zelfstandigen om hun zaken te regelen, zelfs wanneer zij in aanraking kwamen met justitie. De adressering "Joubertstraat Plaats N 94" duidt op een specifieke standplaats, vermoedelijk op een markt in de buurt van de Joubertstraat (Amsterdam, Transvaalbuurt), een wijk die historisch veel Joodse bewoners en marktkooplieden kende. In de vroege 20e eeuw was het marktwezen streng gereguleerd. Kooplieden moesten voor hun vaste plekken betalen, ook bij afwezigheid, tenzij er een geldige reden voor ontheffing was. Het feit dat de afzender "straf" als reden opgeeft, suggereert dat dit een geaccepteerde grond voor een dergelijk verzoek kon zijn, of dat hij simpelweg geen andere keuze had dan de waarheid te spreken om zijn plek niet definitief te verliezen. De naam 'Fransman' komt veelvuldig voor binnen de Nederlands-Joodse gemeenschap, die een prominente rol speelde in de Amsterdamse markthandel van die tijd.
Samenvatting
De brief is een formeel, doch sober verzoek van een marktkoopman aan een autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of de gemeente). De schrijver, J. Fransman, deelt mede dat hij een gevangenisstraf van twee maanden moet uitzitten. Omdat hij gedurende deze periode zijn standplaats niet kan innemen, verzoekt hij om vrijstelling van de betaling van het standplaatsgeld (marktgeld).
Het document getuigt van de administratieve noodzaak voor kleine zelfstandigen om hun zaken te regelen, zelfs wanneer zij in aanraking kwamen met justitie. De adressering "Joubertstraat Plaats N 94" duidt op een specifieke standplaats, vermoedelijk op een markt in de buurt van de Joubertstraat (Amsterdam, Transvaalbuurt), een wijk die historisch veel Joodse bewoners en marktkooplieden kende.
Historische Context
In de vroege 20e eeuw was het marktwezen streng gereguleerd. Kooplieden moesten voor hun vaste plekken betalen, ook bij afwezigheid, tenzij er een geldige reden voor ontheffing was. Het feit dat de afzender "straf" als reden opgeeft, suggereert dat dit een geaccepteerde grond voor een dergelijk verzoek kon zijn, of dat hij simpelweg geen andere keuze had dan de waarheid te spreken om zijn plek niet definitief te verliezen. De naam 'Fransman' komt veelvuldig voor binnen de Nederlands-Joodse gemeenschap, die een prominente rol speelde in de Amsterdamse markthandel van die tijd.