Briefkaart (adreszijde).
Origineel
Briefkaart (adreszijde). I. Fransman, Lepel Kruisstraat 25a, Amsterdam. Dienst Marktwezen, Jan van Galenstraat 12 of 14, Amsterdam. Linksboven (stempel):
Nº /04/17/ M. 1942
Midden boven (handschrift):
26/5
Rechtsboven (stempels en zegel):
[Slogan-stempel:] VRIJMAAKT VOOR DE POST LANGS DEN GEHEELEN BOVENKANT
[Dagtekenstempel:] AMSTERDAM-C.S. 24 V 18 1942
[Postzegel:] NEDERLAND 4 CENT [met 'V' en 'Victorie']
Rechtsmidden (geadresseerde):
Dienst Marktwezen
Jan van Galenstraat
Nº 12 of 14
Amsterdam
Linksonder (afzender):
AFZ. I. Fransman
Lepel Kruisstraat
A,dam 25 a * Administratieve verwerking: Het grote paarse dossiernummer bovenaan ("Nº /04/17/ M. 1942") en de handgeschreven datum "26/5" duiden op een strakke administratieve registratie door de ontvangende instantie (Dienst Marktwezen). De kaart is op 24 mei gepost en blijkbaar op 26 mei in behandeling genomen.
* Postzegelpropaganda: De gebruikte postzegel bevat de 'V' van 'Victorie'. Hoewel dit oorspronkelijk een geallieerd symbool was, werd het in 1941 door de Duitse bezetter geüsurpeerd voor eigen propagandadoeleinden ("Duitsland wint voor Europa op alle fronten").
* Locatie afzender: De Lepel Kruisstraat was een kleine straat in de Joodse buurt van Amsterdam (nabij het Waterlooplein en de Weesperstraat). Deze straat is na de oorlog nagenoeg geheel verdwenen door stadsvernieuwing en de aanleg van de metro. * Tijdsbeeld: Mei 1942 was een grimmige periode in bezet Nederland. Sinds 3 mei 1942 was de Jodenster verplicht. De administratieve druk op de Joodse bevolking nam hand over hand toe.
* De afzender: Gezien de achternaam 'Fransman' en het woonadres in de Lepel Kruisstraat, is het vrijwel zeker dat de afzender Joods was. In deze periode werden Joodse Amsterdammers systematisch uitgesloten van het openbare leven en economische activiteiten.
* De ontvanger: De Dienst Marktwezen was verantwoordelijk voor de marktvergunningen en de organisatie van de Amsterdamse markten. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden van de reguliere markten verbannen en moesten zij zich beperken tot speciaal aangewezen 'Joodse markten'. Het is zeer waarschijnlijk dat deze correspondentie verband houdt met de stringente regels of de onteigening van middelen die de Joodse bevolking in die tijd troffen.
* Historische waarde: Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie van de stad Amsterdam bleef functioneren tijdens de bezetting, terwijl de burgerrechten van specifieke groepen inwoners volledig werden afgebroken. I. Fransman Marktwezen
Samenvatting
- Administratieve verwerking: Het grote paarse dossiernummer bovenaan ("Nº /04/17/ M. 1942") en de handgeschreven datum "26/5" duiden op een strakke administratieve registratie door de ontvangende instantie (Dienst Marktwezen). De kaart is op 24 mei gepost en blijkbaar op 26 mei in behandeling genomen.
- Postzegelpropaganda: De gebruikte postzegel bevat de 'V' van 'Victorie'. Hoewel dit oorspronkelijk een geallieerd symbool was, werd het in 1941 door de Duitse bezetter geüsurpeerd voor eigen propagandadoeleinden ("Duitsland wint voor Europa op alle fronten").
- Locatie afzender: De Lepel Kruisstraat was een kleine straat in de Joodse buurt van Amsterdam (nabij het Waterlooplein en de Weesperstraat). Deze straat is na de oorlog nagenoeg geheel verdwenen door stadsvernieuwing en de aanleg van de metro.
Historische Context
- Tijdsbeeld: Mei 1942 was een grimmige periode in bezet Nederland. Sinds 3 mei 1942 was de Jodenster verplicht. De administratieve druk op de Joodse bevolking nam hand over hand toe.
- De afzender: Gezien de achternaam 'Fransman' en het woonadres in de Lepel Kruisstraat, is het vrijwel zeker dat de afzender Joods was. In deze periode werden Joodse Amsterdammers systematisch uitgesloten van het openbare leven en economische activiteiten.
- De ontvanger: De Dienst Marktwezen was verantwoordelijk voor de marktvergunningen en de organisatie van de Amsterdamse markten. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden van de reguliere markten verbannen en moesten zij zich beperken tot speciaal aangewezen 'Joodse markten'. Het is zeer waarschijnlijk dat deze correspondentie verband houdt met de stringente regels of de onteigening van middelen die de Joodse bevolking in die tijd troffen.
- Historische waarde: Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie van de stad Amsterdam bleef functioneren tijdens de bezetting, terwijl de burgerrechten van specifieke groepen inwoners volledig werden afgebroken.