Archiefdocument
Origineel
28 mei 1942 A. Polak De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam A’dam 28 Mei 1942
Den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier
Mijne Heer
Met ingang van heden
geef ik mijn plaats op.
(markt Joubertstraat.)
Hoog.
A. Polak
Chr de Wetstraat 72
[Rechtsonder in potlood toegevoegd: 103] Het document is een handgeschreven briefje van zakelijke aard. De afzender, A. Polak, stelt de inspecteur van het Amsterdamse marktwezen officieel op de hoogte van het opgeven van een standplaats op de markt in de Joubertstraat. De opzegging gaat per direct in ("met ingang van heden"). De brief is sober en bevat geen details over de reden van de opzegging, wat gebruikelijk was voor dergelijke administratieve correspondentie. Het handschrift is goed leesbaar en de taal is formeel. De historische context van dit document is zeer beladen. Het is geschreven in mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locaties en de naam van de afzender zijn hierbij cruciaal:
1. De locaties: Zowel de Joubertstraat als de Christiaan de Wetstraat liggen in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1942 grotendeels door Joodse Amsterdammers werd bewoond.
2. Joodse Markten: In november 1941 voerden de Duitse bezetters een segregatiemaatregel in waarbij Joodse handelaren alleen nog op specifieke "Joodse markten" mochten staan. De markt aan de Joubertstraat was een van deze aangewezen locaties.
3. Tijdperk: Mei 1942 was de maand waarin de Jodenster verplicht werd gesteld (3 mei) en de druk op de Joodse bevolking extreem toenam. Veel Joodse ondernemers zagen zich in deze periode gedwongen hun nering op te geven door toenemende beperkingen, armoede of de dreiging van deportatie, die kort na de datum van dit briefje (vanaf juli 1942) op grote schaal begon.
Dit document is daarmee een stille getuige van de stapsgewijze verdrijving van Joodse burgers uit het economische en openbare leven van Amsterdam.
Samenvatting
Het document is een handgeschreven briefje van zakelijke aard. De afzender, A. Polak, stelt de inspecteur van het Amsterdamse marktwezen officieel op de hoogte van het opgeven van een standplaats op de markt in de Joubertstraat. De opzegging gaat per direct in ("met ingang van heden"). De brief is sober en bevat geen details over de reden van de opzegging, wat gebruikelijk was voor dergelijke administratieve correspondentie. Het handschrift is goed leesbaar en de taal is formeel.
Historische Context
De historische context van dit document is zeer beladen. Het is geschreven in mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locaties en de naam van de afzender zijn hierbij cruciaal:
1. De locaties: Zowel de Joubertstraat als de Christiaan de Wetstraat liggen in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1942 grotendeels door Joodse Amsterdammers werd bewoond.
2. Joodse Markten: In november 1941 voerden de Duitse bezetters een segregatiemaatregel in waarbij Joodse handelaren alleen nog op specifieke "Joodse markten" mochten staan. De markt aan de Joubertstraat was een van deze aangewezen locaties.
3. Tijdperk: Mei 1942 was de maand waarin de Jodenster verplicht werd gesteld (3 mei) en de druk op de Joodse bevolking extreem toenam. Veel Joodse ondernemers zagen zich in deze periode gedwongen hun nering op te geven door toenemende beperkingen, armoede of de dreiging van deportatie, die kort na de datum van dit briefje (vanaf juli 1942) op grote schaal begon.
Dit document is daarmee een stille getuige van de stapsgewijze verdrijving van Joodse burgers uit het economische en openbare leven van Amsterdam.