Archiefdocument
Origineel
17 oktober 1942. Directie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. De veilingen. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
№ 105/118/1 M. 1942 12/10 [handgeschreven]
[Handgeschreven in de kantlijn:] gezien door Sid opb.
DIRECTIE.
Dict.: KJ. Typ.: CV.
No. 474/'42.
AAN DE VEILINGEN.
's-Gravenhage, 17 October 1942.
In het Organisatie-Besluit Voedselvoorziening 1941 is onder meer bepaald, dat ten behoeve van de organisatie voor de voedselvoor-ziening lichamen worden ingesteld in den zin van artikel 152 van de grondwet.
Deze lichamen of organisaties kunnen zijn: hoofdbedrijfschappen, bedrijfschappen, vak-organisaties, bedrijfsgroepen enz.
Tot voorkort waren de verschillende werkzaamheden betreffende de voedselvoorziening opgedragen aan het Rijksbureau voor de V.V.O., waaronder de verschillende Centrales ressorteerden en waarvan deze de opdrachten ontvingen welke door hen moesten worden uitgevoerd.
Bij het instellen van de hoofdbedrijfschappen, bedrijfschappen enz. heeft de bedoeling voorgezeten om de bedrijfsgenooten meer zeggen-schap te geven op het terrein waarop zij werken, onder supervisie van de regeering.
Uit den aard der zaak eischte de ombouw van het bestaande crisis-apparaat veel tijd, zoodat eerst bij beschikking van den 17den Augustus 1942 werd bepaald, dat met ingang van 15 Augustus 1942 onder meer werden ingesteld:
a) het hoofdbedrijfschap voor tuinbouwproducten;
b) het bedrijfschap voor groenten en fruit.
Op laatstgenoemden datum werd tevens benoemd een commissie tot voorbereiding van de instelling van het bedrijfschap voor groenten en fruit, welke commissie als bestuur werd aangewezen, zoolang de vakgroepen en ondervakgroepen van handel en industrie nog niet zijn ingesteld. Na-dien zal het bestuur, op grond van het reglement regelende de samenstel-ling, inrichting en bevoegdheid van het bedrijfschap voor groenten en fruit, definitief worden vastgesteld.
Hoewel de veilingen van deze omschakeling weinig of niets merken, achten wij het toch juist deze zaak in het kort mede te deelen. Tot op heden hebt U steeds Uw opdrachten enz. ontvangen van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale en waren de veilingen bij bovengenoemde cen-trale georganiseerd. In de toekomst zult U Uw opdrachten ontvangen van het hoofdbedrijfschap of van het bedrijfschap, waarbij het Centraal Bu-reau voor de Tuinbouwveilingen in Nederland wordt ingeschakeld. Volledig-heidshalve laten wij hier het betreffende artikel volgen (artikel 5 H.Bs.Tb.prod.):
" I. Het hoofdbedrijfschap of het bedrijfschap voor groenten en fruit kan bepaalde werkzaamheden tot uitvoering van zijn verordeningen en be-sluiten opdragen aan de veilingen, werkzaam op het gebied van het bedrijf-schap voor groenten en fruit, met dien verstande echter, dat deze op-drachten in het algemeen zullen worden gegeven met bemiddeling van het Centraal Bureau voor de Tuinbouwveilingen in Nederland. Het Centraal Bu-reau en voornoemde veilingen zijn verplicht hun medewerking tot uitvoe-ring te verleenen.
II. Vanwege het Centraal Bureau wordt aan elke veiling een persoon aan-gewezen, die voor de onder het voorgaande lid genoemde uitvoering tegenover het Centraal Bureau verantwoordelijk is. De aanwijzing van dezen persoon behoeft de goedkeuring van het hoofdbedrijfschap.
z.o.z.
[Logo A] 19026 - '41 - K 983 Dit document is een officiële mededeling aan de Nederlandse tuinbouwveilingen over een grootschalige administratieve en juridische herstructurering van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de overgang van de 'crisis-organisatie' naar een meer permanente structuur van 'hoofdbedrijfschappen' en 'bedrijfschappen'.
Hoewel de brief stelt dat de veilingen hier in de praktijk weinig van zullen merken, legt het de nieuwe gezagsverhoudingen vast. De directe aansturing door de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" wordt formeel vervangen door het "Hoofdbedrijfschap voor tuinbouwproducten", waarbij het "Centraal Bureau voor de Tuinbouwveilingen" als intermediair fungeert. Bijzonder is de vermelding in artikel II dat er per veiling een verantwoordelijk persoon wordt aangewezen die goedgekeurd moet worden door het hoofdbedrijfschap, wat duidt op een verhoogde mate van gecentraliseerde controle. De brief dateert uit oktober 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening steeds strakker reguleerde (de zogenaamde 'Gelijkschakeling'). Het genoemde "Organisatie-Besluit Voedselvoorziening 1941" was de wettelijke basis voor deze corporatistische herstructurering.
Door de oprichting van bedrijfschappen wilde de bezetter (onder leiding van de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visserij) een efficiëntere controle over de productie en distributie van voedsel verkrijgen. Dit was cruciaal om de Nederlandse bevolking te voeden, maar ook om de Duitse oorlogsmachine te bevoorraden en de zwarte handel te bestrijden. De veilingen vormden hierin een cruciale schakel, omdat daar de fysieke controle op de goederenstromen plaatsvond. De terminologie ("hoofdbedrijfschappen", "ressorteerden") is typerend voor de bureaucratische taal van het bezettingsbestuur. I. Het Bedrijfschap Rijksbureau