Archiefdocument
Origineel
17 november 1942 Directie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) De geadresseerde veiling (algemene circulaire) NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
DIRECTIE.
No.: 526/'42
[Stempel:] № /05/120/1 M. 1942 19/11
's-Gravenhage, 17 November 1942.
Aan de geadresseerde veiling.
Mijne Heeren,
Zooals U bekend is, hebben wij dit najaar een inventarisatie gehouden van de te velde staande tuinbouwgewassen.
Daar het wenschelijk is, dat wordt toegezien, dat deze producten werkelijk ter veiling worden aangevoerd, verzoeken wij U zulks regelmatig te willen nagaan en zenden wij U separaat de op Uw aanvoerders betrekking hebbende inventarisatiekaarten toe.
Mocht U ernstige tekortkomingen constateeren, dan kunnen deze gevallen aan den Centralen Contrôle-Dienst worden doorgegeven.
Ook voor wat het fruit betreft, is toezicht op den juisten aanvoer wenschelijk. Waar echter deze inventarisatie via de veilingen heeft plaats gevonden en de gegevens hieromtrent in Uw bezit zijn, vertrouwen wij, dat U hieraan de noodige aandacht reeds zult schenken.
Hoogachtend,
NEDERL. GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening]
(A) 22072/4-28-'42-K 998 Dit document is een officiële circulaire van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) gericht aan de Nederlandse veilingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de controle op de voedselvoorziening en distributie. De NGF informeert de veilingen dat er een veldinventarisatie is uitgevoerd van tuinbouwgewassen. De veilingen krijgen de opdracht om te controleren of de geïnventariseerde producten daadwerkelijk via de officiële veilingkanalen worden aangeboden. Hiervoor worden specifieke "inventarisatiekaarten" per aanvoerder verstrekt. Bij onregelmatigheden moet de Centrale Contrôle-Dienst (CCD) worden ingeschakeld. Ten tijde van deze brief (november 1942) stond Nederland onder Duitse bezetting. De voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiesysteem om tekorten te beheersen en de bezetter van voorraden te voorzien. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een tijdens de bezetting opgericht orgaan dat toezicht hield op de handel in deze sector.
De maatregel beschreven in de brief was bedoeld om de zogenaamde "zwarte handel" (illegale verkoop buiten de veiling om) tegen te gaan. Door de voorraad op het land (te velde) te vergelijken met de daadwerkelijke aanvoer op de veiling, konden autoriteiten vaststellen of boeren producten achterhielden voor de illegale markt. De genoemde Centralen Contrôle-Dienst (CCD) was de opsporingsinstantie die belast was met de handhaving van deze economische voorschriften.