Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie). 9 juni 1942. [Stempel: Nº] 107/39/1 [Stempel: M. 1942] n/u
Ter attentie van den Wel Ed. Heer
C. F. Siama
[Paraaf: vmp]
Amsterdam, 9 Juni 1942.
Aan den Dienst van het Marktwezen
Amsterdam W.
Mijne Heeren,
Hierbij deel ik U mede, dat ik heb vernomen, dat het in Uw bedoeling ligt, een marktje te stichten voor visch, fruit en groenten, in de Beethovenstraat, Alhier, tusschen de Cuypersstraat en de Brahmsstraat.
Aangezien in die buurt mijn garnalenwijk was, (ik verkocht o.a. bij den Heer van Lookeren en Pension Langenberg, enz. beide op den Stadionweg) zou ik gaarne voor een vaste standplaats in aanmerking willen komen op bovengenoemd marktje.
Voorts deel ik U hierbij nog mede, dat ik uitsluitend vent met ongepelde
[Onderaan rechts met potlood: 107] * Inhoud: De schrijver van de brief (wiens naam op deze pagina nog niet zichtbaar is) verzoekt om een vaste standplaats op een nieuw te realiseren marktje in de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid. Hij baseert zijn verzoek op het feit dat hij in die buurt al een bestaande klantenkring heeft voor de verkoop van garnalen ("garnalenwijk").
* Locatie: Er wordt specifiek verwezen naar het gedeelte van de Beethovenstraat tussen de Cuypersstraat en de Brahmsstraat. Ook worden klanten op de Stadionweg genoemd.
* Taalgebruik: Formeel, zakelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling ("visch", "Heeren", "den").
* Status: Het document is een officiële aanvraag die is binnengekomen bij de Dienst van het Marktwezen en is voorzien van registratienummers en een stempel van het jaar 1942. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog (juni 1942). De Beethovenstraat was in die tijd een belangrijke straat in de stad, waar onder meer veel Joodse Amsterdammers woonden, maar ook veel Duitse officieren en instanties gevestigd waren.
De "Dienst van het Marktwezen" hield toezicht op de handel en de distributie van goederen. In 1942 was er reeds sprake van toenemende schaarste en strikte regulering van voedselwaren. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse economische realiteit van kleine zelfstandigen (zoals een garnalenventer) die probeerden hun nering legaal voort te zetten door een vaste plek op een markt te bemachtigen in plaats van te venten langs de deuren. De vermelding van "ongepelde" garnalen aan het einde suggereert dat de schrijver een punt wilde maken over de versheid of de aard van zijn product (wellicht omdat het pellen van garnalen als thuiswerk aan regels onderhevig was).