Archief 745
Inventaris 745-396
Pagina 141
Dossier 109
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoek/bericht) met ambtelijke aantekeningen.

9 juni 1942. Van: F.P. Blom.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoek/bericht) met ambtelijke aantekeningen. 9 juni 1942. F.P. Blom. [Rechtsboven:]
9 Juni 1942
616
ni. sp.

[Midden:]
Mijnheer
Hier mede bericht ik u,
dat ik een oproeping gekregen
heb. Om een staanplaats
in Zuid. ik had gaarne daar
gebruik van willen maken.
Maar had u mijn geen staanplaats
willen geven in de omtrek waar
ik vent in west.

Hoogachting
F. P. Blom

[Ambtelijke stempel en aantekeningen midden onder:]
№ 107/40/M. 1342 12/6
2/223
Markt W II

[Aantekening onderaan in ander handschrift:]
Geen interesse; blijft
liever venten
J 17/6 '42

[Rechtsonder:]
107 De brief is geschreven door F.P. Blom, die reageert op een "oproeping" (een toewijzing of uitnodiging) voor een vaste staanplaats in het stadsdeel Zuid (waarschijnlijk Amsterdam-Zuid, gezien de terminologie). Blom geeft aan dat hij liever een plek had gekregen in het gebied waar hij momenteel werkzaam is als venter: Amsterdam-West.

Het taalgebruik is beleefd maar vertoont enkele grammaticale eigenaardigheden (zoals "mijn" in plaats van "mij" en de zinsopbouw "had u mijn geen staanplaats willen geven"). De kern van de boodschap is een verzoek om een staanplaats in de eigen vertrouwde buurt, dan wel een afwijzing van de aangeboden plek in Zuid.

Onderaan het document is de ambtelijke afhandeling zichtbaar. Een ambtenaar heeft op 17 juni 1942 geconcludeerd: "Geen interesse; blijft liever venten." Dit duidt erop dat de geboden staanplaats niet is geaccepteerd en de schrijver zijn ambulante handel (het uitventen van goederen) voortzet. Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden markten en straathandel in steden als Amsterdam streng gereguleerd door de overheid en de bezetter. Het "venten" (het langs de deuren gaan of op straat verkopen vanuit een handkar of mand) was een zwaar bestaan dat steeds meer aan banden werd gelegd ten gunste van vaste staanplaatsen op markten, die makkelijker te controleren en te belasten waren.

De brief biedt een klein inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van die tijd: een kleine zelfstandige die probeert vast te houden aan zijn eigen werkgebied ("de omtrek waar ik vent in west") ondanks de ambtelijke pogingen om de handel te structureren of te verplaatsen. De genoemde stadsdelen Zuid en West en de stempels "Markt" suggereren dat dit een document is uit het archief van de Amsterdamse Marktdienst.

Samenvatting

De brief is geschreven door F.P. Blom, die reageert op een "oproeping" (een toewijzing of uitnodiging) voor een vaste staanplaats in het stadsdeel Zuid (waarschijnlijk Amsterdam-Zuid, gezien de terminologie). Blom geeft aan dat hij liever een plek had gekregen in het gebied waar hij momenteel werkzaam is als venter: Amsterdam-West.

Het taalgebruik is beleefd maar vertoont enkele grammaticale eigenaardigheden (zoals "mijn" in plaats van "mij" en de zinsopbouw "had u mijn geen staanplaats willen geven"). De kern van de boodschap is een verzoek om een staanplaats in de eigen vertrouwde buurt, dan wel een afwijzing van de aangeboden plek in Zuid.

Onderaan het document is de ambtelijke afhandeling zichtbaar. Een ambtenaar heeft op 17 juni 1942 geconcludeerd: "Geen interesse; blijft liever venten." Dit duidt erop dat de geboden staanplaats niet is geaccepteerd en de schrijver zijn ambulante handel (het uitventen van goederen) voortzet.

Historische Context

Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden markten en straathandel in steden als Amsterdam streng gereguleerd door de overheid en de bezetter. Het "venten" (het langs de deuren gaan of op straat verkopen vanuit een handkar of mand) was een zwaar bestaan dat steeds meer aan banden werd gelegd ten gunste van vaste staanplaatsen op markten, die makkelijker te controleren en te belasten waren.

De brief biedt een klein inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van die tijd: een kleine zelfstandige die probeert vast te houden aan zijn eigen werkgebied ("de omtrek waar ik vent in west") ondanks de ambtelijke pogingen om de handel te structureren of te verplaatsen. De genoemde stadsdelen Zuid en West en de stempels "Markt" suggereren dat dit een document is uit het archief van de Amsterdamse Marktdienst.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6