Archief 745
Inventaris 745-396
Pagina 190
Dossier 109
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (klacht of melding).

25 juli 1942.

Origineel

Brief (klacht of melding). 25 juli 1942. Nº 110/2/1 M. 1942 20/7
A'dam. 25-7.'42

Zeer Geachte Heer.

Het volgende gebeurde zou ik onder Uw aandacht willen brengen.
Toen wij l.l. zaterdagmorgen op het Stadionplein stonden te wachten op gerookte aal (waarbij menschen waren, die smorgens al om 4 uur waren gekomen, om toch maar iets te bemachtigen) deed zich het volgende feit voor.
Er kwam een aalventer met zijn bakfiets om ± half twaalf, toen de man gevraagd werd hoeveel aal hij te verkoopen had, antwoordde deze ± 40 pond.
Groot was onze verwondering, toen er ongeveer 14 personen, (dus 14 x 2 pond) waren bediend, deze venter met zijn bakfiets, plus marktmeester en een politieagent, achter het hek van 't Stadion verdween, waar werd gezien, dat de resteerende aal werd uitgewogen, terwijl de marktmeester bij 't vertrek der venter had beweerd, dat deze geen aal meer voorradig had.
U begrijpt dat deze handeling een groot misnoegen onder de wachtende te weeg bracht hetwelk nog grooter werd, toen deze aalventer beweerde de overgebleven aal te hebben achtergelaten.
De marktmeester werd hierover natuurlijk lastiggevallen, doch verklaarde door aantooning

[Einde pagina] * Situatie: De schrijver rapporteert een incident van mogelijke corruptie of vriendjespolitiek op het Stadionplein in Amsterdam. Terwijl een grote groep burgers urenlang (vanaf 04:00 uur 's ochtends) in de rij stond voor schaarse gerookte aal, werd de verkoop vroegtijdig gestaakt.
* Kern van de klacht: De aalventer gaf aan 40 pond vis te hebben. Na de bediening van slechts 14 personen (die samen 28 pond kochten) verdween de venter samen met de marktmeester en een politieagent achter de hekken van het Olympisch Stadion. Getuigen zagen dat daar de rest van de vis werd "uitgewogen" (waarschijnlijk verdeeld onder de functionarissen), terwijl de marktmeester officieel loog dat de voorraad op was.
* Toon: De brief is formeel maar duidelijk verontwaardigd over het onrecht ("groot misnoegen").
* Taalgebruik: Typisch voor het midden van de 20e eeuw (bijv. "menschen", "l.l." voor laatstleden, "te weeg bracht"). Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan voedsel en luxe goederen (zoals gerookte aal) hand over hand toe. Distributie was streng gereguleerd, maar corruptie door ambtenaren of handhavers (zoals marktmeesters en politie) kwam voor.

Het Stadionplein was destijds een belangrijke plek voor markten en handel in Amsterdam-Zuid. De brief illustreert de sociale spanningen aan de voet van de voedselketen: de wanhoop van burgers die midden in de nacht opstaan voor voedsel, en de woede wanneer zij zien dat de schaarse goederen door de autoriteiten "onder de tafel" worden verdeeld. De brief is waarschijnlijk gericht aan een hogere instantie, zoals de directie van de Marktwezen of een politiebureau, om het misbruik aan de kaak te stellen.

Samenvatting

  • Situatie: De schrijver rapporteert een incident van mogelijke corruptie of vriendjespolitiek op het Stadionplein in Amsterdam. Terwijl een grote groep burgers urenlang (vanaf 04:00 uur 's ochtends) in de rij stond voor schaarse gerookte aal, werd de verkoop vroegtijdig gestaakt.
  • Kern van de klacht: De aalventer gaf aan 40 pond vis te hebben. Na de bediening van slechts 14 personen (die samen 28 pond kochten) verdween de venter samen met de marktmeester en een politieagent achter de hekken van het Olympisch Stadion. Getuigen zagen dat daar de rest van de vis werd "uitgewogen" (waarschijnlijk verdeeld onder de functionarissen), terwijl de marktmeester officieel loog dat de voorraad op was.
  • Toon: De brief is formeel maar duidelijk verontwaardigd over het onrecht ("groot misnoegen").
  • Taalgebruik: Typisch voor het midden van de 20e eeuw (bijv. "menschen", "l.l." voor laatstleden, "te weeg bracht").

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan voedsel en luxe goederen (zoals gerookte aal) hand over hand toe. Distributie was streng gereguleerd, maar corruptie door ambtenaren of handhavers (zoals marktmeesters en politie) kwam voor.

Het Stadionplein was destijds een belangrijke plek voor markten en handel in Amsterdam-Zuid. De brief illustreert de sociale spanningen aan de voet van de voedselketen: de wanhoop van burgers die midden in de nacht opstaan voor voedsel, en de woede wanneer zij zien dat de schaarse goederen door de autoriteiten "onder de tafel" worden verdeeld. De brief is waarschijnlijk gericht aan een hogere instantie, zoals de directie van de Marktwezen of een politiebureau, om het misbruik aan de kaak te stellen.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6