Administratieve brief / rapportage.
Origineel
Administratieve brief / rapportage. 1942. [Links in de marge:]
= Zonder
= Verkeer
B.V.K. = bediende vaste klanten
J.W. = Juiste wijk
[Hoofdtekst:]
Brief No 110/g/1 1942
Den Heer Inspecteur.
In verband met bijgaande klacht het volgende.
Wat de vaste klanten betreft is in zekeren zin juist
daar er dikwijls ± 3 of 4 menschen zijn die drie of
vier keer in de week in de rij staan en meestal
tot de eersten behooren. Momenteel treed ik er
niet meer tegen op daar de aanvoer van aal
is afgeloopen en ze nu den eenen dag voor garnalen
den anderen dag voor andere visch staan en daar
den aanvoer momenteel van dien aard is dat vrij-
wel alle menschen die in de rij staan visch kunnen
krijgen, lijkt het mij niet noodig deze menschen te
verwijderen, hetgeen ik bij den aanvoer van aal wel
gedaan heb.
Wat de tweede klacht betreft, het weer toestaan
om achter de rij aan te sluiten hangt geheel van
den te verwachten aanvoer af en handel ik naar
omstandigheden, bij grooten aanvoer is het niet noo-
dig want, dan kunnen zij onbeperkt koopen wat voor
groote huishoudings natuurlijk ideaal is.
Dat er menschen zijn die gewacht hebben is niet
te verwonderen daar er de laatste weken
dagen zijn geweest van zeer grooten aanvoer
[Linksonder:]
Z.O.Z.
ST. = Standplaats
G.S. = Geheele stad Het document is een ambtelijk schrijven gericht aan een inspecteur, naar aanleiding van klachten over de gang van zaken bij de visverkoop (waarschijnlijk op een markt of bij een distributiepunt). De schrijver verweert zich tegen twee specifieke punten:
- Vaste klanten/Wachtrij-omstanders: Er wordt toegegeven dat bepaalde personen ("3 of 4 menschen") zeer frequent in de rij staan en altijd vooraan staan. De schrijver legt uit dat hij hier voorheen (tijdens de aanvoer van aal/paling) tegen optrad, maar dat nu de aanvoer van garnalen en andere vis zo ruim is dat iedereen aan de beurt komt. Ingrijpen wordt daarom niet langer noodzakelijk geacht.
- Aansluiten in de rij: De schrijver hanteert een flexibel beleid ("handel ik naar omstandigheden"). Bij een grote aanvoer is het toegestaan om opnieuw achteraan aan te sluiten, omdat dit gunstig is voor grote huishoudens die meer nodig hebben.
De toon is zakelijk en rechtvaardigend. Het handschrift is een vlot, goed leesbaar 20e-eeuws cursief. Het document dateert uit 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en voedseldistributie. Het feit dat mensen "drie of vier keer in de week in de rij staan" en dat er ambtelijk wordt toegezien op wie er in de rij mag staan en hoeveel er gekocht mag worden, is typerend voor de oorlogseconomie.
De verwijzing naar de "Ventverord." (Ventverordening) onderaan het papier wijst erop dat dit betrekking heeft op de regelgeving rondom straathandel en marktwezen. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie rondom de voedselvoorziening, waarbij de balans gezocht moest worden tussen eerlijke verdeling en de praktische realiteit van wisselende aanvoer (in dit geval vis). De opmerking over "groote huishoudings" herinnert eraan dat grote gezinnen in die tijd extra moeite moesten doen om voldoende voedsel te bemachtigen buiten de officiële rantsoenen om.