Archief 745
Inventaris 745-396
Pagina 205
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt rapport op papier.

19 oktober 1942.

Origineel

Getypt rapport op papier. 19 oktober 1942. R A P P O R T .

Van Burg verklaart op Donderdag 15 October j.l. om ongeveer 14.30 uur den heer Sieburgh te hebben opgebeld en te hebben medegedeeld dat op de markt Stadionplein nog ± 7 kisten garnalen stonden, waarvoor geen voldoende koopers waren. Hij heeft toen gevraagd om Snoek te laten venten, Op een vraag van den heer Sieburgh, waarom Snoek wel te laten venten en de anderen niet, deelde hij mede, dat de kar van de kooplieden Van Schaik en Van Marle defect was en deze kooplieden dus niet konden venten.

Des middags kwam de koopman Thijssen die in de combinatie van Van Schaik ~~zich~~ en Van Marle zit, zich nog met 6 kisten garnalen op de markt melden, opnieuw is toen door Van Burg opgebeld of de drie genoemde personen te weten Van Schaik, Van Marle en Thijssen, hun garnalen mochten uitventen, daar zij nu ~~die~~ de beschikking hadden over een wagen. De Heer Van Duinhoven heeft toen geantwoord, dat zij met hun garnalen ~~naar~~ naar de markt Albert Cuypstraat konden gaan, doch hij geen toestemming kon geven om te laten venten.

De kooplieden zijn daarop vertrokken.

Van Burg verklaart niet te weten welke politieke overtuigingen genoemde kooplieden zijn toegedaan.

19 October 1942,
De Inspecteur,

[handgeschreven handtekening: de Haan] Dit document is een ambtelijk rapport over een incident op de markt aan het Stadionplein in Amsterdam. De kern van de zaak betreft de distributie en verkoop van een overschot aan garnalen (7 kisten). Er wordt verslag gedaan van de communicatie tussen marktmeesters/inspecteurs en de kooplieden.

Opvallend is de technische aard van het overleg: aanvankelijk konden bepaalde kooplieden (Van Schaik en Van Marle) niet venten vanwege een defecte kar. Wanneer zij later met een derde partner (Thijssen) en een wagen verschijnen, wordt hen de toestemming om te venten alsnog geweigerd door een zekere heer Van Duinhoven, hoewel zij wel naar de Albert Cuypmarkt werden verwezen.

De slotzin is historisch gezien het meest saillant: "Van Burg verklaart niet te weten welke politieke overtuigingen genoemde kooplieden zijn toegedaan." Dit duidt op de verregaande controle en screening van burgers tijdens de bezettingsjaren. Het rapport dateert van oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de handel op markten strikt gereguleerd door de bezetter en de gelijkgeschakelde Nederlandse instanties.

De vermelding van de "politieke overtuigingen" aan het eind van het rapport is typerend voor de sfeer van surveillance. In die tijd werd van ambtenaren en inspecteurs verwacht dat zij rapporteerden over de politieke betrouwbaarheid van burgers (zoals sympathie voor het verzet of juist lidmaatschap van de NSB). Het feit dat hier expliciet naar gevraagd of over gerapporteerd wordt in een dossier over garnalenverkoop, illustreert hoe de ideologische controle doordrong tot in de kleinste details van het dagelijks economisch leven.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk rapport over een incident op de markt aan het Stadionplein in Amsterdam. De kern van de zaak betreft de distributie en verkoop van een overschot aan garnalen (7 kisten). Er wordt verslag gedaan van de communicatie tussen marktmeesters/inspecteurs en de kooplieden.

Opvallend is de technische aard van het overleg: aanvankelijk konden bepaalde kooplieden (Van Schaik en Van Marle) niet venten vanwege een defecte kar. Wanneer zij later met een derde partner (Thijssen) en een wagen verschijnen, wordt hen de toestemming om te venten alsnog geweigerd door een zekere heer Van Duinhoven, hoewel zij wel naar de Albert Cuypmarkt werden verwezen.

De slotzin is historisch gezien het meest saillant: "Van Burg verklaart niet te weten welke politieke overtuigingen genoemde kooplieden zijn toegedaan." Dit duidt op de verregaande controle en screening van burgers tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

Het rapport dateert van oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de handel op markten strikt gereguleerd door de bezetter en de gelijkgeschakelde Nederlandse instanties.

De vermelding van de "politieke overtuigingen" aan het eind van het rapport is typerend voor de sfeer van surveillance. In die tijd werd van ambtenaren en inspecteurs verwacht dat zij rapporteerden over de politieke betrouwbaarheid van burgers (zoals sympathie voor het verzet of juist lidmaatschap van de NSB). Het feit dat hier expliciet naar gevraagd of over gerapporteerd wordt in een dossier over garnalenverkoop, illustreert hoe de ideologische controle doordrong tot in de kleinste details van het dagelijks economisch leven.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6