Archief 745
Inventaris 745-396
Pagina 222
Dossier 109
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

10 december 1942.

Origineel

10 december 1942. Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)

Telefoon 85151

Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden

Aan:
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

No.: 110/6/2 M.
Bijlagen: 1
Datum: 10 December 1942.

Onderwerp: Klacht over markt- [handgeschreven:] + hij van de kooplieden visch heeft gekocht namens deze ambtenaar Stadionplein.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 7 December jl. om advies ontvangen stuk No. 1022 L.M.1942 hebben ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zy den betreffen-den marktambtenaar Van Burg gehoord hebben en hem de vraag hebben gesteld, of hy na de ernstige waarschuwing, welke hy Uwerzyds in de gehouden bespreking by U op d.d. 3 Juli jl. heeft ontvangen, toch weer van de kooplieden op het Stadion-plein visch betrok. Van Burg verklaarde nadrukkelyk, dat dit niet het geval was, ~~wanneer er nog publiek aanwezig was om visch te koopen.~~ Ook ontkende hy in aansluiting hierop, dat kooplieden voor hem visch terzijde leggen, om deze hem na markttyd te verkoopen. Wel verklaarde Van Burg, dat het een enkele maal in den namiddag is voorgekomen, dat ~~er geen koo-pers meer aanwezig waren,~~ terwyl de kooplieden nog visch of garnalen over hadden, waarvan zy dus klaarblykelyk daar ter plaatse niet af konden komen, [handgeschreven invoeging:] als er geen kopers meer aanwezig waren ~~in een zoodanig zeldzaam voorge-komen geval heeft Van Burg visch of garnalen gekocht.~~ Wy kun-nen bevestigen, dat het inderdaad zich wel eens heeft voorge-daan, dat de kooplieden daar ter plaatse niet van hun visch af konden komen, reden waarom onzerzijds toestemming is verleend, dat zy zich met hun waar naar een andere markt mochten begeven. Dit document betreft een intern ambtelijk onderzoek naar het gedrag van een marktambtenaar, de heer Van Burg, werkzaam op de markt aan het Stadionplein in Amsterdam. De kern van de klacht is dat Van Burg visch kocht van de kooplieden op wie hij toezicht moest houden. Dit werd gezien als een belangenverstrengeling, zeker aangezien hij hiervoor in juli 1942 al een "ernstige waarschuwing" had ontvangen van de Wethouder voor de Levensmiddelen.

De tekst is opvallend vanwege de handgeschreven wijzigingen die de toon van de verklaring subtiel veranderen:
1. Onderwerp: Er is handgeschreven toegevoegd dat hij ook vis zou hebben gekocht "namens deze" (waarschijnlijk andere ambtenaren of derden).
2. Doorhalingen: De doorhalingen in de getypte tekst lijken bedoeld om de verdediging van Van Burg minder specifiek te maken of om bepaalde bekentenissen (dat hij daadwerkelijk kocht in "zeldzame gevallen") te schrappen uit de officiële lezing van zijn verklaring.
3. Invoeging: De handgeschreven invoeging "als er geen kopers meer aanwezig waren" dient als een voorwaarde waaronder de situatie (het niet kwijt kunnen van de waar) zich voordeed, zonder dat er in die zin expliciet wordt toegegeven dat hij dan ook daadwerkelijk kocht.

De brief eindigt met een indirecte verdediging van de situatie: het Marktwezen bevestigt dat kooplieden soms met onverkochte vis bleven zitten, wat hen toestemming gaf om naar andere markten te trekken. De datum van het document, 10 december 1942, is cruciaal voor het begrip ervan. Nederland was destijds bezet door Nazi-Duitsland. Voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiesysteem en schaarste nam hand over hand toe. In een tijd van rantsoenering was corruptie of het bevoordelen van ambtenaren door marktkooplieden (het "onder de toonbank" verkopen) een zeer ernstig vergrijp.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een loodzware taak om de voedselstroom in de stad te controleren. Dat een marktambtenaar, die de naleving van de regels moest controleren, zelf betrokken was bij de aankoop van schaarse goederen zoals vis en garnalen, ondermijnde de integriteit van het hele distributieapparaat. De brief toont de bureaucratische afhandeling van dergelijke integriteitskwesties midden in de oorlog.

Samenvatting

Dit document betreft een intern ambtelijk onderzoek naar het gedrag van een marktambtenaar, de heer Van Burg, werkzaam op de markt aan het Stadionplein in Amsterdam. De kern van de klacht is dat Van Burg visch kocht van de kooplieden op wie hij toezicht moest houden. Dit werd gezien als een belangenverstrengeling, zeker aangezien hij hiervoor in juli 1942 al een "ernstige waarschuwing" had ontvangen van de Wethouder voor de Levensmiddelen.

De tekst is opvallend vanwege de handgeschreven wijzigingen die de toon van de verklaring subtiel veranderen:
1. Onderwerp: Er is handgeschreven toegevoegd dat hij ook vis zou hebben gekocht "namens deze" (waarschijnlijk andere ambtenaren of derden).
2. Doorhalingen: De doorhalingen in de getypte tekst lijken bedoeld om de verdediging van Van Burg minder specifiek te maken of om bepaalde bekentenissen (dat hij daadwerkelijk kocht in "zeldzame gevallen") te schrappen uit de officiële lezing van zijn verklaring.
3. Invoeging: De handgeschreven invoeging "als er geen kopers meer aanwezig waren" dient als een voorwaarde waaronder de situatie (het niet kwijt kunnen van de waar) zich voordeed, zonder dat er in die zin expliciet wordt toegegeven dat hij dan ook daadwerkelijk kocht.

De brief eindigt met een indirecte verdediging van de situatie: het Marktwezen bevestigt dat kooplieden soms met onverkochte vis bleven zitten, wat hen toestemming gaf om naar andere markten te trekken.

Historische Context

De datum van het document, 10 december 1942, is cruciaal voor het begrip ervan. Nederland was destijds bezet door Nazi-Duitsland. Voedselvoorziening was strikt gereguleerd via een distributiesysteem en schaarste nam hand over hand toe. In een tijd van rantsoenering was corruptie of het bevoordelen van ambtenaren door marktkooplieden (het "onder de toonbank" verkopen) een zeer ernstig vergrijp.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een loodzware taak om de voedselstroom in de stad te controleren. Dat een marktambtenaar, die de naleving van de regels moest controleren, zelf betrokken was bij de aankoop van schaarse goederen zoals vis en garnalen, ondermijnde de integriteit van het hele distributieapparaat. De brief toont de bureaucratische afhandeling van dergelijke integriteitskwesties midden in de oorlog.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6