Archief 745
Inventaris 745-396
Pagina 228
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Verslag of een fragment uit een ambtelijk rapport/brief.

Origineel

Verslag of een fragment uit een ambtelijk rapport/brief. "voor zich zelf te laten weg leggen" is er grond voor het ver-
moeden, dat de briefschrijfster ziet, dat de kooplieden visch
ter zijde leggen, niet wetende, dat deze dit voor zich zelf
doen & dat dit is toegestaan. Uit het feit, dat
zij de vraag stelt, wat deze ambtenaar met al deze visch
doet, valt althans af te leiden, dat zij het terzijde leggen
van de visch zonder nadere argumentatie op rekening
van den Marktambtenaar wordt gesteld.
Wij hebben v.d. Berg scherp ondervraagd en hem ook
gevraagd of hij via familieleden, kennissen vrienden of
kennissen, van deze kooplieden visch betrok of dat hij han-
del dreef in visch. Op elk der gestelde vragen gaf hij
een ondubbelzinnig ontkennend antwoord. Hij volhar-
de, hierin ook toen wij hem te kennen gaven, dat klachten
dienaangaande bij den Burgemeester was binnengekomen
& hij dus de mogelijkheid moest voorzien, dat te eeniger
tijd iemand tegenover hem zou kunnen worden gesteld
die aan de hand van de feiten het tegenovergestelde zou
weten te bewijzen. De tekst beschrijft een onderzoek naar een marktambtenaar, genaamd v.d. Berg, die ervan wordt verdacht op onrechtmatige wijze vis aan te nemen van kooplieden.
* De klacht: Een briefschrijfster heeft geobserveerd dat handelaren vis "terzijde leggen". Zij suggereert dat dit voor de ambtenaar bestemd is.
* Het verweer: Er wordt gesteld dat kooplieden dit vaak voor eigen gebruik doen, wat legaal is, en dat de schrijfster onterecht een link legt met de ambtenaar.
* De ondervraging: V.d. Berg is "scherp ondervraagd" over eventuele directe of indirecte visleveringen (via familie of vrienden) of eigen handel in vis.
* Conclusie van het fragment: V.d. Berg ontkent alles stellig. De onderzoekers hebben hem echter gewaarschuwd dat er officiële klachten bij de burgemeester liggen en dat er in de toekomst bewijs of getuigen tegenover hem gesteld kunnen worden. Dit document weerspiegelt de ambtelijke procedures rondom integriteitstoezicht in de vroege 20e eeuw in Nederland. Het toezicht op markten was gevoelig voor kleine gunsten ("steekpenningen" in natura, zoals vis), wat door de gemeentelijke overheid (de burgemeester) hoog werd opgenomen. De formele, juridische toon ("ondubbelzinnig ontkennend", "dienaangaande") is kenmerkend voor de administratieve taal uit die periode.

Samenvatting

De tekst beschrijft een onderzoek naar een marktambtenaar, genaamd v.d. Berg, die ervan wordt verdacht op onrechtmatige wijze vis aan te nemen van kooplieden.
* De klacht: Een briefschrijfster heeft geobserveerd dat handelaren vis "terzijde leggen". Zij suggereert dat dit voor de ambtenaar bestemd is.
* Het verweer: Er wordt gesteld dat kooplieden dit vaak voor eigen gebruik doen, wat legaal is, en dat de schrijfster onterecht een link legt met de ambtenaar.
* De ondervraging: V.d. Berg is "scherp ondervraagd" over eventuele directe of indirecte visleveringen (via familie of vrienden) of eigen handel in vis.
* Conclusie van het fragment: V.d. Berg ontkent alles stellig. De onderzoekers hebben hem echter gewaarschuwd dat er officiële klachten bij de burgemeester liggen en dat er in de toekomst bewijs of getuigen tegenover hem gesteld kunnen worden.

Historische Context

Dit document weerspiegelt de ambtelijke procedures rondom integriteitstoezicht in de vroege 20e eeuw in Nederland. Het toezicht op markten was gevoelig voor kleine gunsten ("steekpenningen" in natura, zoals vis), wat door de gemeentelijke overheid (de burgemeester) hoog werd opgenomen. De formele, juridische toon ("ondubbelzinnig ontkennend", "dienaangaande") is kenmerkend voor de administratieve taal uit die periode.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6