Archief 745
Inventaris 745-397
Pagina 59
Dossier 7
Jaar 1943
Stadsarchief

Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

30 april 1943.

Origineel

Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 30 april 1943. No. I/23/1M. 1943 ½ J [stempel: 351 L.M. 1943] [handgeschreven: Marktw.]

Vaststelling bijzondere bepalingen in bestekken in verband met oorlogsomstandigheden, enz.
No. 556 P.W. 1942.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 30 April 1943.

De Wethouder voor de Publieke Werken vestigt er de aandacht op:
1o. dat onder punt c van het besluit van Burgemeester en Wethouders, dd. 7 Augustus 1940, No. 473 P.W. 1940, de redactie werd vastgesteld van de "Bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer", zooals deze in de bestekken moest worden opgenomen;
2o. dat bij besluit van dat College van 29 November 1940, No. 473 P.W. 1940, punt II dier bijzondere bepalingen werd gewijzigd;
3o. dat bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam van 21 Maart 1941, No. 213 P.W. 1941, bedoelde bijzondere bepalingen werden aangevuld;
4o. dat bij besluit van den Burgemeester van Amsterdam van 9 Januari 1942, No. 813 P.W. 1941, in de meerbedoelde bijzondere bepalingen opnieuw een wijziging werd aangebracht.

De Wethouder voornoemd brengt vervolgens ter tafel het rapport van den Directeur der Publieke Werken, dd. 13 November 1942, No. 8836/Doss. 10108 Br., met o.m. als bijlage nieuwe door den Directeur-Generaal van den Rijkswaterstaat vastgestelde bijzondere bepalingen, thans luidende: "Bijzondere bepalingen in verband met oorlogsomstandigheden enz. en met liquidatie van het werk", waarbij wordt medegedeeld:
- dat volgens de bij deze bijzondere bepalingen behoorende circulaire het tot stand komen van een nieuwe schaderegeling haar oorzaak vindt in de omstandigheid, dat de voorgaande regelingen niet bevredigend werkten;
- dat hiernaast vooral het ontbreken van richtlijnen voor de liquidatie van werken een van de hoofdredenen was, waarom tot een nieuwe oorlogsschade-clausule is overgegaan;
- dat aan de nieuwe regeling verschillende voordeelen zijn verbonden boven de oude regeling, zoodat het gewenscht is, deze nieuwe bepalingen - behoudens eenige nader genoemde wijzigingen - ook in de bestekken voor de door de Gemeente uit te voeren werken te doen opnemen.

Spreker deelt mede, dat de nieuwe clausule is verdeeld in 4 deelen, waaromtrent het volgende valt op te merken:
Deel I. Dit deel komt in opzet overeen met deel I van de oude regeling, welke ook in de gemeentelijke bestekken is opgenomen. Vervallen zijn evenwel de grenzen, waarboven de prijsstijgingen van materialen, brandstoffen, vrachten en loonen dienen te liggen, om voor vergoeding in aanmerking te komen; dit is een belangrijk voordeel van de nieuwe bepaling, omdat de oude redactie in de praktijk vaak tot onbillijke verrekening aanleiding heeft gegeven. Ook is vervallen de eisch, om in het bestek op te geven de materialen, enz., welke voor vergoeding in aanmerking komen.

Volgens de nieuwe regeling komen alle te bezigen materialen en brandstoffen voor vergoeding wegens prijsstijging in aanmerking, waarvan de aanschaffingskosten van de totale per soort noodige hoeveelheden, ten tijde van de aanbesteding, meer dan f. 300.- of meer dan 2% van de aannemingssom bedragen, waarbij soortgelijke materialen te zamen kunnen worden genomen. De verlaging van de grens van f. 1000.- naar f. 300.- (van 3 naar 2% van de aannemingssom) neemt ook een belangrijke grief weg van vele aannemers, die de meerdere kosten van diverse kleinere hoeveelheden materiaal tot nu toe niet vergoed konden krijgen, zonder dat nog de zeer kleine artikelen behoeven te worden verrekend. Ten slotte is nog een belangrijke wijziging, dat de aannemer volgens de nieuwe redactie aanspraak heeft op vergoeding van 100% van de volgens deel I berekende kosten, in plaats van de tot nu toe geldende 85% voor de materialen, brandstoffen en vrachten en 70% voor de loonen.

Deel II. Het oude deel II, dat handelde over gewijzigde wijze van aanvoer van materiaal en brandstof tot aan het werkterrein, is in de nieuwe bepaling [afgebroken]

C.S. Stadhuis
A'dam 5-'43
No. 4. Dit document is een ambtelijk uittreksel dat een belangrijke wijziging in de contractvoorwaarden (bestekken) voor openbare werken in Amsterdam beschrijft tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De kern van het besluit is het compenseren van aannemers voor de enorme onzekerheid en kostenstijgingen veroorzaakt door de oorlog. De belangrijkste wijzigingen zijn:
1. Verlaging van de drempelwaarde: Aannemers konden voorheen pas aanspraak maken op vergoeding van prijsstijgingen als een post meer dan f. 1000,- (of 3% van de som) bedroeg. Dit is verlaagd naar f. 300,- (of 2%), waardoor ook kleinere materiaalkosten gedekt zijn.
2. Verhoging van het vergoedingspercentage: Waar voorheen slechts 85% (materialen) of 70% (loonen) van de meerprijs werd vergoed, wordt dit nu verhoogd naar 100%.
3. Liquidatie van werken: Voor het eerst worden er duidelijke richtlijnen opgesteld voor het 'liquideren' (stopzetten of afwikkelen) van projecten die door de oorlogsomstandigheden niet voltooid kunnen worden.

De toon is formeel-zakelijk en juridisch-administratief, gericht op het beheersen van financiële risico's voor zowel de gemeente als de private aannemers in een instabiele economie. Het document dateert van april 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland een steeds grimmiger en economisch uitputtend karakter kreeg.

  • Bestuur onder bezetting: Er wordt verwezen naar besluiten van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Sinds 1941 was de democratische gemeenteraad buitenspel gezet en werd de stad bestuurd door een regeringscommissaris (Edward Voute), die direct ondergeschikt was aan de bezetter.
  • Economische schaarste: Door de oorlog waren materialen zoals staal, brandstof en hout schaars en de prijzen onderhevig aan enorme inflatie. Zonder deze "Bijzondere Bepalingen" zouden aannemers massaal failliet gaan bij de uitvoering van gemeentelijke opdrachten, omdat de oorspronkelijke begrotingen niet meer voldeden.
  • Rijkswaterstaat: De invloed van landelijke richtlijnen van Rijkswaterstaat op lokaal Amsterdams beleid is duidelijk zichtbaar; de gemeente volgt hier de koers die door de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat is uitgezet om uniformiteit in de bouwsector te waarborgen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk uittreksel dat een belangrijke wijziging in de contractvoorwaarden (bestekken) voor openbare werken in Amsterdam beschrijft tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De kern van het besluit is het compenseren van aannemers voor de enorme onzekerheid en kostenstijgingen veroorzaakt door de oorlog. De belangrijkste wijzigingen zijn:
1. Verlaging van de drempelwaarde: Aannemers konden voorheen pas aanspraak maken op vergoeding van prijsstijgingen als een post meer dan f. 1000,- (of 3% van de som) bedroeg. Dit is verlaagd naar f. 300,- (of 2%), waardoor ook kleinere materiaalkosten gedekt zijn.
2. Verhoging van het vergoedingspercentage: Waar voorheen slechts 85% (materialen) of 70% (loonen) van de meerprijs werd vergoed, wordt dit nu verhoogd naar 100%.
3. Liquidatie van werken: Voor het eerst worden er duidelijke richtlijnen opgesteld voor het 'liquideren' (stopzetten of afwikkelen) van projecten die door de oorlogsomstandigheden niet voltooid kunnen worden.

De toon is formeel-zakelijk en juridisch-administratief, gericht op het beheersen van financiële risico's voor zowel de gemeente als de private aannemers in een instabiele economie.

Historische Context

Het document dateert van april 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland een steeds grimmiger en economisch uitputtend karakter kreeg.

  • Bestuur onder bezetting: Er wordt verwezen naar besluiten van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Sinds 1941 was de democratische gemeenteraad buitenspel gezet en werd de stad bestuurd door een regeringscommissaris (Edward Voute), die direct ondergeschikt was aan de bezetter.
  • Economische schaarste: Door de oorlog waren materialen zoals staal, brandstof en hout schaars en de prijzen onderhevig aan enorme inflatie. Zonder deze "Bijzondere Bepalingen" zouden aannemers massaal failliet gaan bij de uitvoering van gemeentelijke opdrachten, omdat de oorspronkelijke begrotingen niet meer voldeden.
  • Rijkswaterstaat: De invloed van landelijke richtlijnen van Rijkswaterstaat op lokaal Amsterdams beleid is duidelijk zichtbaar; de gemeente volgt hier de koers die door de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat is uitgezet om uniformiteit in de bouwsector te waarborgen.

Kooplieden in dit dossier 53

A. Hoogland Waterlooplein [rood:] mk was weer verzocht. Geen restitutie
Jan Huygen Waterlooplein mk
J.B. Middelburg Waterlooplein m.k.
A Ridderkhof Waterlooplein m.k.
A. Boogaard Waterlooplein
C. Slot Waterlooplein m.k.
C. Dorenbos Waterlooplein 28.04
C. Faasse Waterlooplein mk
J. Haastrecht Waterlooplein 160.12
C. Kooij Waterlooplein 140
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
D. Bakker Waterlooplein 2797
H.A.J. Heleuklake Waterlooplein
Jacob Pots Waterlooplein
F.J. Koningsbrugge Waterlooplein mk
Gebr Lanooy Waterlooplein mk
Gorel en Kuilenburg Waterlooplein 7648.
G Sold Waterlooplein Idem. mk
G.J. v.d. Hoed Waterlooplein 71.19
G. der Voort Waterlooplein mk
G. v.d. Zee Waterlooplein m.k.
J. Kamman Waterlooplein in lading [rood: vertrokken]
H. v. d. Horst Waterlooplein [Aantekening in cirkel:] ligt volgens schipperlaat 215 / a/d motor kade authalve geen / remunerie
J.A. Arends Waterlooplein mk
J.A. Arends Waterlooplein mk [rood:] Staat niet in schippersboek vermeld. [groen:] op de dag over.
J. Bake Waterlooplein mk
J. Blom Waterlooplein van C & B m.k. [rood: gekomen]
Alle 53 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6