Archief 745
Inventaris 745-397
Pagina 176
Dossier 17
Jaar 1943
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. No. 1/57/1 M. 1943 ½ [stempel]
No. 516 P.W. 1943.
1016 RM 1943 [handgeschreven]

Regeling van de aan aannemers toe te kennen tegemoetkomingen, voortvloeiende uit de verhoogde sociale lasten.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 26 November 1943.

De Wethouder voor de Publieke Werken herinnert aan het besluit van den Burgemeester van 1 Mei 1942, No. 484 G.B. 1942, waarbij bepaald werd, dat aan aannemers van gemeentewerken op hun verzoek kan worden uitgekeerd:
1o. een tegemoetkoming in de kosten, welke voortvloeien uit de invoering van het Besluit op de Vereveningsheffing 1941, van 3% der loonen, waarover de Vereveningsheffing is betaald, mits de aanbesteding heeft plaats gehad vóór 1 September 1941.
2o. een vergoeding van het gedeelte van de premie, dat, ingevolge het Ziekenfondsenbesluit, voor rekening van den aannemer komt, mits de aanbesteding heeft plaats gehad vóór 1 November 1941.

De Wethouder brengt vervolgens ter tafel de rapporten van den Directeur der Publieke Werken van 23 Augustus 1943, No. 5030 en 8 October 1943, No. 5422/Doss. 4764 G.Terr. In deze rapporten wordt de aandacht gevestigd op de publicatie No. 23 van den Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat, opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van 22 Juni 1943, No. 118. Volgens deze publicatie is het percentage voor de sociale lasten, waarin, om practische redenen, ook zijn opgenomen de lasten, welke voor den aannemer voortvloeien uit de invoering van de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit, over het tijdvak van 1 September 1941 tot en met 31 October 1941, vastgesteld op respectievelijk 16½ (voor alle werknemers met uitzondering van heiers en sloopers) en 19 (voor heiers en sloopers) en over het tijdvak van 1 November 1941 tot en met 30 Juni 1942 op onderscheidenlijk 18½ en 21. De Directeur stelt thans voor, het bovenaangehaalde besluit, hetwelk dezelfde materie regelt, in te trekken en aan de N.V. Baggermaatschappij Bos en Kalis te Sliedrecht, aanneemster van bestek No. 24 van 1941, de meerdere kosten, welke ten gevolge van de invoering van de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit zijn ontstaan, volledig te vergoeden, aangezien in de voormelde oorlogsschaderegeling nergens wordt gesproken over vergoeding voor stijging van sociale lasten, evenmin als over vergoeding voor nieuw ingevoerde sociale bepalingen. Wel wordt in afd. 1, sub 4, der oorlogsclausule de vergoeding voor loonsverhooging vastgesteld op 70% van de stijging der loonen (met inbegrip van de sociale lasten), maar deze tusschen haakjes geplaatste woorden moeten, naar de meening van den Directeur der Publieke Werken, zóó geïnterpreteerd worden, dat daaruit alleen mag worden gelezen: "de uit de stijging der loonen voortvloeiende vermeerdering van de sociale lasten", zoodat bij gelijkblijvende loonen deze bepaling geen toepassing kan vinden.

Daarna bespreekt de Wethouder het advies van de Commissie in zake prijsverhooging door oorlogstoestand van 12 November 1943, No. 138 C.P.O., waarbij eveneens in overweging wordt gegeven het meergenoemde besluit van den Burgemeester van 1 Mei 1942, No. 484 G.B. 1942, in te trekken, doch voor de berekening van de vergoeding, voortvloeidende uit de invoering van de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit, de uitlegging te volgen, welke de Rijkswaterstaat aan de tusschen haakjes geplaatste woorden geeft, n.l., dat onder de loonen thans ook zijn begrepen de sociale lasten, zoodat, ook wegens stijging der sociale lasten, onafhankelijk van de stijging der loonen, een vergoeding kan worden toegekend en wel van 70%, zulks naar analogie van het bepaalde in afd. 1, sub 4 der oorlogsschaderegeling.

De Wethouder voornoemd kan zich met het door de genoemde Commissie ingenomen standpunt wel vereenigen en merkt daarbij nog op, dat de Gemeente de oorlogsclausule, zooals deze destijds door den Rijkswaterstaat is vastgesteld, woordelijk heeft overgenomen en dat de wijze, waarop deze door den Rijkswaterstaat wordt toegepast, z.i. dient te worden gevolgd, opdat de aannemers zoowel bij het Rijk als bij de Gemeente gelijk behandeld worden.

Op diens voorstel wordt daarna door den Burgemeester besloten:
I in te trekken zijn besluit van 1 Mei 1942, No. 484 G.B. 1942;
II te bepalen, dat de wijze, waarop de Rijkswaterstaat de aan de aannemers toe te [tekst breekt af]

C.S. Stadhuis
A'dam 12-'43 No. 8. * Kernproblematiek: De juridische interpretatie van de "oorlogsclausule" in contracten voor publieke werken. Het geschil draait om de vraag of aannemers gecompenseerd moeten worden voor de stijging van sociale lasten die door de bezetter zijn ingevoerd (zoals de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit), ook als de nominale lonen zelf niet stegen.
* Juridische frictie: De Directeur Publieke Werken wilde een 100% vergoeding voor specifieke nieuwe lasten, omdat de bestaande clausule (70% vergoeding) volgens hem alleen gold voor lastenstijgingen als gevolg van loonsverhoging.
* Besluitvorming: Er is gekozen voor uniformiteit met het rijksbeleid (Rijkswaterstaat). Men hanteert een bredere interpretatie van de term "loonen" (inclusief sociale lasten), waardoor aannemers een vaste vergoeding van 70% krijgen voor deze extra kosten. Dit voorkomt rechtsongelijkheid tussen rijks- en gemeentelijke opdrachten.
* Casus: De kwestie wordt concreet gemaakt door de claim van de firma Bos en Kalis uit Sliedrecht voor een werk uit 1941 (bestek No. 24). * Historische periode: November 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder leiding van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte.
* Sociaal-economisch: De bezetter voerde ingrijpende wijzigingen door in het Nederlandse sociale stelsel. Het Ziekenfondsenbesluit (1941) legde de basis voor het verplichte ziekenfondssysteem zoals we dat lang hebben gekend. De Vereveningsheffing was een loonbelasting-achtige maatregel.
* Administratief: Het document toont de bureaucratische continuïteit. Ondanks de oorlog gingen civiele projecten en de bijbehorende juridische afwikkelingen door. De "oorlogsclausule" was een essentieel instrument om de economische risico's van de onvoorspelbare oorlogsomstandigheden (inflatie, schaarste, nieuwe wetgeving) tussen overheid en bedrijfsleven te verdelen.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De juridische interpretatie van de "oorlogsclausule" in contracten voor publieke werken. Het geschil draait om de vraag of aannemers gecompenseerd moeten worden voor de stijging van sociale lasten die door de bezetter zijn ingevoerd (zoals de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit), ook als de nominale lonen zelf niet stegen.
  • Juridische frictie: De Directeur Publieke Werken wilde een 100% vergoeding voor specifieke nieuwe lasten, omdat de bestaande clausule (70% vergoeding) volgens hem alleen gold voor lastenstijgingen als gevolg van loonsverhoging.
  • Besluitvorming: Er is gekozen voor uniformiteit met het rijksbeleid (Rijkswaterstaat). Men hanteert een bredere interpretatie van de term "loonen" (inclusief sociale lasten), waardoor aannemers een vaste vergoeding van 70% krijgen voor deze extra kosten. Dit voorkomt rechtsongelijkheid tussen rijks- en gemeentelijke opdrachten.
  • Casus: De kwestie wordt concreet gemaakt door de claim van de firma Bos en Kalis uit Sliedrecht voor een werk uit 1941 (bestek No. 24).

Historische Context

  • Historische periode: November 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder leiding van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte.
  • Sociaal-economisch: De bezetter voerde ingrijpende wijzigingen door in het Nederlandse sociale stelsel. Het Ziekenfondsenbesluit (1941) legde de basis voor het verplichte ziekenfondssysteem zoals we dat lang hebben gekend. De Vereveningsheffing was een loonbelasting-achtige maatregel.
  • Administratief: Het document toont de bureaucratische continuïteit. Ondanks de oorlog gingen civiele projecten en de bijbehorende juridische afwikkelingen door. De "oorlogsclausule" was een essentieel instrument om de economische risico's van de onvoorspelbare oorlogsomstandigheden (inflatie, schaarste, nieuwe wetgeving) tussen overheid en bedrijfsleven te verdelen.

Kooplieden in dit dossier 53

A. Hoogland Waterlooplein [rood:] mk was weer verzocht. Geen restitutie
Jan Huygen Waterlooplein mk
J.B. Middelburg Waterlooplein m.k.
A Ridderkhof Waterlooplein m.k.
A. Boogaard Waterlooplein
C. Slot Waterlooplein m.k.
C. Dorenbos Waterlooplein 28.04
C. Faasse Waterlooplein mk
J. Haastrecht Waterlooplein 160.12
C. Kooij Waterlooplein 140
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
C. Timmerman Waterlooplein mk
D. Bakker Waterlooplein 2797
H.A.J. Heleuklake Waterlooplein
Jacob Pots Waterlooplein
F.J. Koningsbrugge Waterlooplein mk
Gebr Lanooy Waterlooplein mk
Gorel en Kuilenburg Waterlooplein 7648.
G Sold Waterlooplein Idem. mk
G.J. v.d. Hoed Waterlooplein 71.19
G. der Voort Waterlooplein mk
G. v.d. Zee Waterlooplein m.k.
J. Kamman Waterlooplein in lading [rood: vertrokken]
H. v. d. Horst Waterlooplein [Aantekening in cirkel:] ligt volgens schipperlaat 215 / a/d motor kade authalve geen / remunerie
J.A. Arends Waterlooplein mk
J.A. Arends Waterlooplein mk [rood:] Staat niet in schippersboek vermeld. [groen:] op de dag over.
J. Bake Waterlooplein mk
J. Blom Waterlooplein van C & B m.k. [rood: gekomen]
Alle 53 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6