Intern rapport / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Intern rapport / ambtelijke correspondentie. Gedateerd op 27 november 1942 (met archiefstempel van 18 januari 1943). [Linksboven in potlood:]
Rapport s.v.p. terug naar Stb. [Rechtsboven:] 17
Ondergetekende, C. Blom, rapporteert
u het volgende. Buiten de hulpmarkten
van de Centrale Markt worden door de V.B.N.A.
op verschillende plaatsen aardappelen
opgeslagen en later aan de kleinhandel
uitgegeven. B.v. op de:
Houtkoopersgracht - opslag en uitgifte
Prinsengracht - " - " - "
Handelskade - " - " - "
Hoogte kadijk - " - " - "
Houtmankade - " - " - "
Amstel geen opslag directe uitgifte aan de kleinhandel
[Stempel:]
No. 22/4/1 M. 1943 18/1
Van de schepen die aan bovenstaande
adressen aanvoeren wordt geen kadegeld betaald.
[Schuingedrukte aantekening links in potlood/blauw:]
Moet met
V.B.N.A.
besproken!
C.M. 27-11-42
C Blom
[Rechtsonder:]
Aan den Hr Steinbeek
Bedrijfschef C.M.
Moeten deze plaatsen
als hulpmarkten worden
aangenomen?
Neen, zegt Dir.
is opslag en daarna
uit pakhuis aflevering - geen
hulpmarkt maken.
[Linksonder in blauwe inkt:]
op b 18/1 '43 Stb. * Inhoud: Het document betreft een interne klacht of signalering over de werkwijze van de V.B.N.A. (Vereniging van Belangen van Nederlandsche Aardappelhandelaren). Zij gebruiken diverse locaties in de stad als officieuze distributiepunten.
* Kernprobleem: Doordat deze locaties niet als officiële "hulpmarkten" van de Centrale Markt zijn aangemerkt, loopt de gemeente inkomsten mis: er wordt namelijk geen "kadegeld" (liggeld/belasting voor het lossen aan de kade) betaald voor de schepen die daar aardappelen aanvoeren.
* Besluitvorming: De bedrijfschef stelt de vraag of deze locaties dan maar officieel als hulpmarkt erkend moeten worden. Het antwoord (waarschijnlijk van de Directeur van de Centrale Markt) is negatief: het betreft hier slechts tijdelijke opslag gevolgd door levering vanuit pakhuizen, en dat kwalificeert niet als een marktwerking.
* Contextuele details: De V.B.N.A. speelde een cruciale rol in de aardappelvoorziening tijdens de bezettingsjaren. Het document toont de bureaucratische frictie tussen de Centrale Markt (die toezicht houdt en inkomsten wil genereren) en de handelaren die proberen de distributie logistiek efficiënt (maar buiten het reguliere systeem om) te regelen. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening in Nederland stond onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse distributieorganen. Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel. Om de distributie in een grote stad als Amsterdam te stroomlijnen en te decentraliseren (om grote menigten bij de Centrale Markt te vermijden), werden "hulpmarkten" ingesteld.
Uit dit rapport blijkt dat de praktijk vaak weerbarstiger was dan de regelgeving: handelaren zochten eigen wegen om producten bij de kleinhandel (de winkeliers) te krijgen, wat leidde tot administratieve onduidelijkheid over belastingen zoals kadegeld. Het document illustreert de dagelijkse gang van zaken in het Amsterdamse distributieapparaat onder de druk van schaarste en bezetting.