Handgeschreven ambtelijke notitie of dagboekfragment.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of dagboekfragment. 6 augustus 1943. 6-8-'43
Verkoop Wasserman
door Beh. Telders.
Heb hem op de hoogte
gesteld dat dit niet
betreft inbeslagname
winkels maar een
verkoop vanwege
Beh. Telders en kornuiten
waarbij winkels intact
blijven.
Voorshands mislukt
aangezien opening datum
valt met klantenbinding
waardoor bons bij diverse
leveranciers ingediend door
publiek. Dit document werpt licht op het proces van 'arisering' (het onteigenen van Joodse bedrijven) tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Beheerder Telders: De afkorting "Beh." staat voor Beheerder (de Nederlandse term voor een Verwalter). Dit waren personen die door de bezetter werden aangesteld om de leiding over Joodse ondernemingen over te nemen, vaak met het doel deze te liquideren of door te verkopen aan niet-Joodse eigenaren.
* Juridische nuance: De schrijver maakt een bewust onderscheid tussen een "inbeslagname" en een "verkoop". Dit werd vaak gedaan om een schijn van legaliteit op te houden en om te voorkomen dat het personeel of de klanten zouden weglopen, zodat de "winkels intact blijven".
* Administratieve blokkade: Het proces wordt als "voorshands mislukt" bestempeld vanwege een conflict met de distributiewetgeving. De "opening datum" van de nieuwe winkelopzet viel samen met de periode van "klantenbinding". De term klantenbinding verwijst naar een specifieke maatregel die in juli 1943 werd ingevoerd door de bezetter (Verordening 57/1943). Consumenten werden verplicht hun distributiestamkaarten en bonnen te registreren bij één vaste winkelier naar keuze voor een bepaalde periode.
In dit specifieke geval betekent de notitie dat de 'nieuwe' firma Wasserman (onder beheer van Telders) de boot had gemist: omdat de heropening pas plaatsvond nadat het publiek hun bonnen al bij andere winkeliers had ingeleverd ("ingediend door publiek"), had de winkel voor de komende distributieperiode geen vaste klanten en dus geen bestaansrecht. Dit illustreert de bureaucratische complexiteit waar zelfs collaborateurs en beheerders mee te maken kregen. De firma Wasserman was een bekende Joodse mode- en textielketen (o.a. in Groningen).
Samenvatting
Dit document werpt licht op het proces van 'arisering' (het onteigenen van Joodse bedrijven) tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Beheerder Telders: De afkorting "Beh." staat voor Beheerder (de Nederlandse term voor een Verwalter). Dit waren personen die door de bezetter werden aangesteld om de leiding over Joodse ondernemingen over te nemen, vaak met het doel deze te liquideren of door te verkopen aan niet-Joodse eigenaren.
* Juridische nuance: De schrijver maakt een bewust onderscheid tussen een "inbeslagname" en een "verkoop". Dit werd vaak gedaan om een schijn van legaliteit op te houden en om te voorkomen dat het personeel of de klanten zouden weglopen, zodat de "winkels intact blijven".
* Administratieve blokkade: Het proces wordt als "voorshands mislukt" bestempeld vanwege een conflict met de distributiewetgeving. De "opening datum" van de nieuwe winkelopzet viel samen met de periode van "klantenbinding".
Historische Context
De term klantenbinding verwijst naar een specifieke maatregel die in juli 1943 werd ingevoerd door de bezetter (Verordening 57/1943). Consumenten werden verplicht hun distributiestamkaarten en bonnen te registreren bij één vaste winkelier naar keuze voor een bepaalde periode.
In dit specifieke geval betekent de notitie dat de 'nieuwe' firma Wasserman (onder beheer van Telders) de boot had gemist: omdat de heropening pas plaatsvond nadat het publiek hun bonnen al bij andere winkeliers had ingeleverd ("ingediend door publiek"), had de winkel voor de komende distributieperiode geen vaste klanten en dus geen bestaansrecht. Dit illustreert de bureaucratische complexiteit waar zelfs collaborateurs en beheerders mee te maken kregen. De firma Wasserman was een bekende Joodse mode- en textielketen (o.a. in Groningen).