Getypte anonieme brief (verklikbrief/denunciatie) op briefkaartformaat.
Origineel
Getypte anonieme brief (verklikbrief/denunciatie) op briefkaartformaat. 10 november 1943. [Stempel linksboven, paars:] No. 2C/81/1
[Stempel midden boven, paars:] M. 1943 //
[Handschrift in rode inkt, midden boven:] M. Betreft Controle
[Handschrift in potlood, rechtsboven:] m. i. Dir. [onderstreept met rood]
Myne Heeren,
De groentehandelaar Kostelijk Wetering
straat, 20 heeft zich in een paar jaar ryk gestolen(
zwart verkoht) en is stil gaan leven als tuinder. [onderstreept met rood]
Zyn opvolger in de zaak doet hetzelfde nooit is er
iets behoorlyks tekrygen en zegt maar hy heeft het
niet. ZET IN GODSNAAM EEN PAAR VAN DEZE KERELS TE)
GEN DE MUUR OF DOEK ZE ALLEMAAL OP EN LAAT HET VOLK
BY U AAN DE MARKT HET ZELF KOMEN KOOPEN/
U begrypt wel ik MOET anonem
10.11.'43 zyn.- 2e [handschrift] * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een woedende, wanhopige toon. Het gebruik van hoofdletters bij de passage over "tegen de muur zetten" (executeren) en "opdoeken" benadrukt de felle agressie van de afzender tegenover woekeraars. De spelling bevat enkele fouten ("verkoht" in plaats van "verkocht", "anonem" in plaats van "anoniem"), wat kan duiden op haast of een beperktere scholing, hoewel de brief wel getypt is.
* Inhoud: De afzender beschuldigt groentehandelaar Kostelijk (gevestigd aan de Weteringstraat 20, vermoedelijk Amsterdam) ervan rijk te zijn geworden door de zwarte handel en nu "stil" te leven van de winst. De huidige opvolger wordt van hetzelfde beschuldigd. De schrijver roept de autoriteiten op tot drastische maatregelen (executie of sluiting) en stelt voor de distributie via de markt direct aan het volk over te laten.
* Annotaties: De rode onderstrepingen en de handgeschreven kanttekening "Betreft Controle" wijzen erop dat de brief door de ontvangende instantie (mogelijk de Prijsbeheersing of de Crisiscontruledienst) serieus is bekeken en gecategoriseerd voor onderzoek. Dit document is een typisch voorbeeld van een 'verklikbrief' uit de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland. Tijdens de oorlogsjaren ontstond er een enorme schaarste aan voedsel en eerste levensbehoeften, wat leidde tot een bloeiende zwarte handel. Terwijl een groot deel van de bevolking honger leed, verdienden sommige handelaren fortuinen door goederen buiten het bonnensysteem om tegen woekerprijzen te verkopen.
Dit riep enorme maatschappelijke verontwaardiging op. Burgers die zich onrechtvaardig behandeld voelden, grepen vaak naar de pen om handelaren aan te geven bij de autoriteiten. Hoewel de bezetter dergelijke meldingen aanmoedigde, kwamen ze vaak voort uit pure frustratie over de eigen overlevingskansen. De term "tegen de muur zetten" was in 1943 een zeer geladen en letterlijke verwijzing naar de executies die door de bezetter werden uitgevoerd, wat aangeeft hoe diep de haat tegen 'bloedzuigers' (oorlogsprofiteurs) zat.