Handgeschreven verslag of dagboekfragment.
Origineel
Handgeschreven verslag of dagboekfragment. (Diplomatische transcriptie: spelling en interpunctie zijn behouden zoals in het origineel.)
bleven wachten. dat die Appelen man
terug kwam hij had twee groote zakken
op zijn arm die bewuste 8 kilo toen
zeide die menschen. ik was er ook nog bij
waarom verkoopt je ons ook niet voor
die prijs? hij begon te raasen en te
vloecken. en riep willen jullie mijn naar
Duitschland hebben. als ik niet die
Appelen brengt bij die pausieur dan
had ik de kans dat ik naar Duitskland
gaat iedereen doet in de zwarte handel
en ik heb malling aan jullie want ik
koop ze zelf voor fl 1,60 en mag ik dan
niet een paar cente verdiene? maar er
waren enkelen bij die die Appele man
kon. heel goed. en wisten dat hij maar
goed er van at en ze vrouw. pondmantel
er van droeg. en flink er van uit ging
ik ging naar mijn groentenman en vroeg
hem die de Appele hwaren. hij zeide 80
cent per kilo nu geachte heere het is mijn
nog te duur. 2 of 3 Appele in een pond voor
40 cent eet ik er niet van af. en fl 2,50 (1 pont
druiven uit ik ook er niet van af zelf aan een
zieken fl 1,25 half pond is mijn te duur van mijn
11 gulden per weeke 3,50 huur 40 ziekenbus 30 v begrafen
20 Radio en 21 cent krant me slijtantie van shoen e eten
ik lei soms half honger ik eet van de Gaarkeuke wat
heerlijk is maar ik heb er niet genoeg
aan want ik ben nog al een
groote eter * Taalgebruik: De tekst bevat veel archaïsche en fonetische spelfouten die kenmerkend zijn voor een minder geoefende schrijver uit die tijd (bijv. "vloecken", "malling", "shoen", "Gaarkeuke"). De "pausieur" in regel 9 is waarschijnlijk een verschrijving voor een specifieke tussenpersoon of afnemer.
* Sociaal-economische details:
* Zwarte handel: De fruitverkoper rechtvaardigt zijn hoge prijzen door te wijzen op het risico van tewerkstelling in Duitsland ("Arbeitseinsatz") als hij niet levert aan zijn vaste afnemers.
* Levensstandaard: De schrijver contrasteert de rijkdom van de zwarthandelaar (wiens vrouw een "pondmantel" – lees: bontmantel – draagt) met de eigen armoede.
* Budgettering: Er wordt een zeer specifiek wekelijks budget gegeven: 11 gulden loon, waarvan 3,50 naar huur gaat, en kleine bedragen naar de "ziekenbus" (verzekering), begrafenisfonds, radio en krant.
* Voedsel: De schrijver is afhankelijk van de "Gaarkeuke" (centrale gaarkeuken voor de armen/bevolking tijdens de oorlog), maar geeft aan dat de porties onvoldoende zijn voor een "groote eter". Dit document biedt een indringend kijkje in het dagelijks leven tijdens de bezettingsjaren in Nederland (ca. 1940-1945). Het illustreert de spanningen in de samenleving: de woede van de gewone burger tegenover de profiteurs van de zwarte handel. Terwijl de verkoper schaarste gebruikt om woekerprijzen te vragen, moet de schrijver elke cent omdraaien. De vermelding van "80 cent per kilo" voor appels versus een weekloon van 11 gulden toont de enorme inflatie en de onbereikbaarheid van vers fruit voor de lagere klassen aan het einde van de oorlog of tijdens de Hongerwinter.