Archiefdocument
Origineel
Financieele gegevens van den Dienst van het Marktwezen 1942.
| Rekening van ontvangsten | Rekening van uitgaven |
|---|---|
| Bedragen in guldens | Bedragen in guldens |
|---|---|
| Volgn.87 Markt-standplaats- en ventgelden | Geraamd |
| Dagmarkten | 73.000.- |
| Weekmarkten | 5.000.00 |
| Brandstoffenmarkt | 19.000.- |
| Boom- en bloemenmarkt | 1.000.- |
| Standplaatsvergunningen | 15.000.- |
| Ventgelden | 10.000.- |
| 123.000.- | |
| Volgn.87 Overige ontvangsten. | |
| Diversen | 25.- |
| Volgn.23 Verhaal van pensioenbijdragen. | 6.078.- |
| Totaal: | 129.103.- |
| * Inkomstenkant: Er is een aanzienlijk tekort op de geraamde ontvangsten (ca. 109.157 werkelijk tegenover 129.103 geraamd). De grootste dalingen zijn zichtbaar bij 'Dagmarkten' en 'Ventgelden', wat wijst op een krimpende marktactiviteit. | |
| * Uitgavenkant: De werkelijke uitgaven (81.085) overstijgen de raming (76.000). Een zeer opvallende post is C.10 "Diversen en onvoorzien", waarbij de uitgaven meer dan veertienmaal hoger uitvielen dan begroot (4.532,78 t.o.v. 305.-). | |
| * Administratief: Het gebruik van de 'gulden' als munteenheid en de gedetailleerde uitsplitsing naar sociale wetten (Ongevallenwet, Invaliditeitswet) geeft een goed beeld van de toenmalige gemeentelijke boekhouding. Het document stamt uit 1942, het derde jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De sterke daling in inkomsten uit dagmarkten is typerend voor deze periode, waarin handel aan banden werd gelegd door distributiemaatregelen en toenemende schaarste. De enorme stijging van "onvoorziene kosten" kan verband houden met extra lasten of noodmaatregelen als gevolg van de oorlogssituatie. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor de organisatie en inning van gelden op openbare markten, die tijdens de oorlog essentieel bleven voor de (gecontroleerde) voedselvoorziening van de burgerbevolking. A. Jaarwedden B. Onderhoud C. Verdere Marktwezen |
Samenvatting
De begroting van de Dienst van het Marktwezen vertoont in 1942 een negatief exploitatiebeeld:
* Inkomstenkant: Er is een aanzienlijk tekort op de geraamde ontvangsten (ca. 109.157 werkelijk tegenover 129.103 geraamd). De grootste dalingen zijn zichtbaar bij 'Dagmarkten' en 'Ventgelden', wat wijst op een krimpende marktactiviteit.
* Uitgavenkant: De werkelijke uitgaven (81.085) overstijgen de raming (76.000). Een zeer opvallende post is C.10 "Diversen en onvoorzien", waarbij de uitgaven meer dan veertienmaal hoger uitvielen dan begroot (4.532,78 t.o.v. 305.-).
* Administratief: Het gebruik van de 'gulden' als munteenheid en de gedetailleerde uitsplitsing naar sociale wetten (Ongevallenwet, Invaliditeitswet) geeft een goed beeld van de toenmalige gemeentelijke boekhouding.
Historische Context
Het document stamt uit 1942, het derde jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De sterke daling in inkomsten uit dagmarkten is typerend voor deze periode, waarin handel aan banden werd gelegd door distributiemaatregelen en toenemende schaarste. De enorme stijging van "onvoorziene kosten" kan verband houden met extra lasten of noodmaatregelen als gevolg van de oorlogssituatie. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor de organisatie en inning van gelden op openbare markten, die tijdens de oorlog essentieel bleven voor de (gecontroleerde) voedselvoorziening van de burgerbevolking.