Getypte pagina uit een officieel verslag of besluitvormingsdocument.
Origineel
Getypte pagina uit een officieel verslag of besluitvormingsdocument. - 17 -
lijsten, werden vastgesteld in overleg met
een door de Nederlandsche Visscherijcentrale
ingestelde Verdeelingscommissie, waarin ver-
tegenwoordigers uit den kleinhandel zitting
hebben, onder voorzitterschap van den
Inspecteur van het Marktwezen.
Ingevolge het bepaalde in artikel 7
van het Tweede Uitvoeringsbesluit werden op
voorstel van den dienst bij Besluit van den
Burgemeester o.a. diverse markten aangewezen
als verkoopplaatsen voor visch. De straat-
handelaren, welke hun visch gewoonlijk in de
stad uitventen, werden verplicht deze visch
thans op één dezer markten, op welke hun door
den dienst een plaats werd aangewezen, te
verkoopen. Deze maatregel maakte het mogelijk
te kunnen vaststellen of de toegewezen visch
inderdaad aan de consumenten en tegen de vast-
gestelde prijzen werd verkocht, welke contrôle
werkzaamheden door het op de markten dienst-
doende personeel geschiedt. De verkoop ge- Deze tekst beschrijft de bureaucratische en uitvoerende maatregelen rondom de distributie van vis. De kernpunten zijn:
- Institutionele structuur: Er is sprake van een nauwe samenwerking tussen de 'Nederlandsche Visscherijcentrale', de kleinhandel (via een commissie) en de lokale overheid (de Inspecteur van het Marktwezen).
- Centralisatie van verkoop: Op basis van een 'Tweede Uitvoeringsbesluit' en een besluit van de Burgemeester is de verkoop van vis gecentraliseerd op specifieke markten.
- Verbod op uitventen: Straathandelaren verloren hun mobiliteit. Zij mochten niet langer door de stad venten, maar werden gedwongen hun waren op een vaste, door de overheid aangewezen plek op de markt te verkopen.
- Handhaving en Controle: Het hoofddoel van deze inperking van de handelsvrijheid was 'contrôle'. Door de handelaren op één plek te concentreren, kon de overheid toezien op twee zaken:
- Of de vis daadwerkelijk bij de consument terechtkwam (en niet op de zwarte markt).
- Of de handelaren zich hielden aan de officieel vastgestelde prijzen. De terminologie in dit document ("Nederlandsche Visscherijcentrale", de nadruk op "vastgestelde prijzen" en de strikte regulering van distributie) wijst onmiskenbaar op de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945).
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 door de bezetter opgericht om de gehele visserijketen, van vangst tot consumptie, te beheersen. In een tijd van toenemende schaarste was het distributiestelsel cruciaal. De overheid probeerde met dergelijke maatregelen de zwarte handel in schaarse levensmiddelen zoals vis te bestrijden. Het dwingen van ambulante handelaren naar vaste marktplaatsen was een effectieve manier om de 'laatste schakel' in de distributieketen onder direct toezicht van marktmeesters en controleurs te plaatsen.