Officieel schrijven/circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven/circulaire van de Gemeente Amsterdam. 10 februari 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). [Stempel linksboven:] No. 7/5/2
[Stempel rechtsboven:] 1943 11/2
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 144b G.B. 1943. AMSTERDAM, 10 Februari 1943.
Onderwerp : Beperking papierverbruik.
In vervolg op mijn schrijven van 20 Januari 1943, No. 144 G.B. 1943, deel ik U mede, dat de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten ter uitvoering van de haar gegeven opdracht tot contingentering van het papierverbruik heeft opgericht het ,,Bureau Papiercontingent van de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten", gevestigd te 's-Gravenhage. De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken heeft bepaald, dat van 15 Januari 1943 af het aan alle gemeenten of haar instellingen verboden is eenig drukwerk of blanco papier zonder voorafgaande goedkeuring van genoemd bureau te doen vervaardigen of te betrekken.
Voor de gemeente Amsterdam zal deze bepaling echter niet geheel van toepassing zijn, daar aan haar een subcontingent is toegewezen, dat zij, nadat de drukwerken door het Districts-Controle Bureau van het Rijksbureau voor de Grafische Industrie zijn goedgekeurd, naar eigen inzicht over de verschillende diensten, bedrijven en administratiën kan verdeelen. Maandelijks zal evenwel van het over het subcontingent gevoerde beheer verantwoording moeten worden afgelegd aan genoemd bureau door opgave van het vervaardigde drukwerk met bijvoeging van een exemplaar van elk drukwerk en door opgave van het in dezelfde periode betrokken blanco papier, eveneens onder overlegging van een model of een copie ervan. Deze gegevens zullen door den Directeur der Stadsdrukkerij aan het Bureau Papiercontingent worden verstrekt.
Ten aanzien van vermenigvuldigwerk, dat door middel van de Cyclostyle, Rotaprint, Multilith en Ormig pleegt te worden vervaardigd, blijft de bepaling van kracht, dat slechts een oplaag is toegelaten, die een aantal van 50 exemplaren niet te boven gaat. Elk werkstuk dient van een volgnummer en van een verkorte aanduiding van den dienst, bedrijf of afdeeling te worden voorzien. Ook van dit werk moet in het vervolg maandelijks opgave aan het Bureau Papiercontingent worden gedaan, weshalve ik U verzoek de daarvoor noodige gegevens eveneens uiterlijk den 10den van iedere maand op een daarvoor door de Stadsdrukkerij beschikbaar gesteld formulier in tweevoud aan den Directeur der Stadsdrukkerij te doen toekomen.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
[Linksonder handgeschreven:]
x 30 formulieren besteld
Nadere instructies van [onleesbaar]
[Voetnoot drukkerij:]
Stadsdrukkerij Amsterdam
3661-1-43-00 Dit document is een ambtelijke instructie betreffende de distributie en het verbruik van papier tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Centralisatie: Er is een centraal "Bureau Papiercontingent" opgericht in Den Haag om het schaarse papier te rantsoeneren.
- Uitzonderingspositie Amsterdam: Amsterdam krijgt een eigen "subcontingent", wat de gemeente een zekere mate van autonomie geeft bij de interne verdeling, mits er strikte verantwoording wordt afgelegd.
- Strikte Controle: Elk stuk drukwerk moet worden geregistreerd. Zelfs voor intern kopieerwerk (cyclostyle) geldt een harde grens van maximaal 50 exemplaren.
- Administratieve last: De Directeur van de Stadsdrukkerij fungeert als spil in de gegevensverzameling en rapportage aan het centrale bureau.
De handgeschreven aantekening onderaan ("30 formulieren besteld") toont de directe praktische uitvoering van deze bureaucratische maatregel op de werkvloer van een specifieke dienst. Het document dateert uit februari 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse samenleving steeds strakker reguleerde. Door de oorlogvoering en de blokkades was er een nijpend tekort aan grondstoffen, waaronder papierpulp. De "contingentering" (rancionering) was noodzakelijk om de overheidsadministratie draaiende te houden terwijl het gebruik voor niet-essentiële zaken werd geminimaliseerd.
De burgemeester die het document ondertekende, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld. De genoemde technieken (Cyclostyle, Ormig) waren de voorlopers van het moderne fotokopiëren. Het feit dat er zelfs voor deze eenvoudige vermenigvuldigingstechnieken zulke strenge regels golden, illustreert de diepe impact van de schaarste op het dagelijks bestuur tijdens de bezettingsjaren.