Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 26 mei 1944. No.967 L.M.1943. Repareeren van klompen.
[Stempels en handschrift:] M.1944 No 7/5/1
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 26 Mei 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No.152, Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgn.517);
Gezien het rapport van den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening dd. 31 Maart 1944, No.1606/3 L./CDL, houdende o.a. mededeeling, dat de Gemeentelijke Klompenverzoolinrichting in bedrijf is gesteld;
Overwegende, dat aan den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening een licentie is verleend, om gebruik te maken van het octrooi "Mennes" voor het verzolen van klompen;
B e s l u i t :
I. te bepalen, dat de voor rekening van diensten, bedrijven en administratiën te verzolen klompen uitsluitend ter bewerking mogen worden gegeven aan den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, afd. Gemeentelijke Klompenverzoolinrichting;
II. dat in de werkplaatsen van diensten en bedrijven niet langer klompen mogen worden verzoold.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, waarvan aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (10 stuks), den Gemeente-ontvanger, het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en Commissarissen over het Raadhuis.
C.S.Stadhuis
A'dam 5-'44 No.94.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Paraaf] Dit document markeert een moment van extreme schaarste en verregaande bureaucratische controle tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Enkele kernpunten:
- Systeemanalyse: Het besluit verbiedt gemeentelijke diensten om zelf hun klompen te verzolen. Dit wordt gecentraliseerd bij de 'Gemeentelijke Klompenverzoolinrichting'. Dit duidt op een poging om grondstoffen (waarschijnlijk rubber van oude banden) en arbeid zo efficiënt mogelijk te beheren in een tijd waarin leer en schoeisel vrijwel onverkrijgbaar waren.
- Technologie: Er wordt expliciet verwezen naar het octrooi "Mennes". H. Mennes was een uitvinder die een methode ontwikkelde om houten klompen te voorzien van een slijtvaste (vaak rubberen) zool, waardoor de levensduur aanzienlijk werd verlengd. Dat de gemeente hiervoor een officiële licentie nodig had, onderstreept het belang van deze 'noodoplossing'.
- Juridisch kader: Het besluit beroept zich op de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Seyss-Inquart). Dit herinnert aan de politieke realiteit van 1944: de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) handelde binnen de kaders die door de bezetter waren opgelegd. In mei 1944, vlak voor de invasie in Normandië en het begin van de Hongerwinter, was de Nederlandse economie volledig uitgeput. Grondstoffen waren gevorderd voor de Duitse oorlogsindustrie. Klompen, die vóór de oorlog vooral door boeren en arbeiders werden gedragen, werden door de schaarste aan leer noodgedwongen het algemene schoeisel voor grote delen van de bevolking. Het "verzolen" van klompen met strips van oude autobanden was een iconisch voorbeeld van de vindingrijkheid uit nood in die periode. De oprichting van een specifieke gemeentelijke instantie hiervoor toont aan dat zelfs zoiets eenvoudigs als klompenonderhoud een zaak van grootstedelijk belang was geworden.