Getypte brief (officiële correspondentie).
Origineel
Getypte brief (officiële correspondentie). 4 mei 1943. 8a/6/2 M.
sociale verzorging
oorlogsdienstnemers.
4 Mei 1943.
Aan de Afdeeling Arbeids-
zaken
Kamer 244
Raadhuis
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten
dat de tijdelijke ambtenaar van mijn
dienst Roelof Poelstra, geboren 23-9-1916
te Meppel, adres Lagedijk 45, Koog aan
de Zaan, ongehuwd en geen kostwinner, op
29 April jl. als vrijwilliger bij de
"Waffen S.S." heeft dienst genomen.
Volgens mededeeling van Poelstra
voornoemd ontvangt hij geen "Kriegsbe-
soldung", het laatstelijk door hem bij
mijn dienst genoten salaris bedroeg
f. 112,10 netto per maand(bruto-salaris
min ongehuwde korting en loonbelasting).
De Directeur, Deze brief is een zakelijke, administratieve mededeling van een niet nader genoemde directeur van een gemeentelijke dienst aan de Afdeling Arbeidszaken van hetzelfde stadhuis (waarschijnlijk Zaandam, gezien het adres in Koog aan de Zaan).
De kern van de brief is de melding dat een werknemer, de 26-jarige Roelof Poelstra, zich op 29 april 1943 vrijwillig heeft aangemeld bij de Waffen-SS. De administratieve noodzaak van deze brief ligt in de financiële afwikkeling: er wordt specifiek melding gemaakt van zijn laatstverdiende loon (112,10 gulden netto) en het feit dat hij (volgens eigen zeggen) geen soldij uit Duitsland ontvangt. Deze informatie was essentieel voor de uitvoering van regelingen rondom de sociale verzorging van "oorlogsdienstnemers", waarbij de overheid of werkgever soms (gedeeltelijk) verantwoordelijk bleef voor uitbetalingen of ondersteuning van achterblijvers. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) meldden duizenden Nederlanders zich aan voor de Waffen-SS, de militaire tak van de SS. Dit gebeurde vaak uit ideologische motieven (nationaalsocialisme, antibolsjewisme), maar soms ook uit opportunisme.
Voor ambtenaren en werknemers in overheidsdienst die vrijwillig in Duitse krijgsdienst traden, bestonden specifieke administratieve protocollen. De term "sociale verzorging oorlogsdienstnemers" verwijst naar de regelingen die door de bezetter waren ingesteld om de rechtspositie en de financiële verzorging van deze vrijwilligers en hun families te regelen. Dit document illustreert hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie in 1943 volledig was aangepast aan de realiteit van de bezetting en de collaboratie, waarbij het toetreden tot een vreemde (vijandelijke) krijgsdienst als een reguliere personeelsmutatie werd afgehandeld.
Samenvatting
Deze brief is een zakelijke, administratieve mededeling van een niet nader genoemde directeur van een gemeentelijke dienst aan de Afdeling Arbeidszaken van hetzelfde stadhuis (waarschijnlijk Zaandam, gezien het adres in Koog aan de Zaan).
De kern van de brief is de melding dat een werknemer, de 26-jarige Roelof Poelstra, zich op 29 april 1943 vrijwillig heeft aangemeld bij de Waffen-SS. De administratieve noodzaak van deze brief ligt in de financiële afwikkeling: er wordt specifiek melding gemaakt van zijn laatstverdiende loon (112,10 gulden netto) en het feit dat hij (volgens eigen zeggen) geen soldij uit Duitsland ontvangt. Deze informatie was essentieel voor de uitvoering van regelingen rondom de sociale verzorging van "oorlogsdienstnemers", waarbij de overheid of werkgever soms (gedeeltelijk) verantwoordelijk bleef voor uitbetalingen of ondersteuning van achterblijvers.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) meldden duizenden Nederlanders zich aan voor de Waffen-SS, de militaire tak van de SS. Dit gebeurde vaak uit ideologische motieven (nationaalsocialisme, antibolsjewisme), maar soms ook uit opportunisme.
Voor ambtenaren en werknemers in overheidsdienst die vrijwillig in Duitse krijgsdienst traden, bestonden specifieke administratieve protocollen. De term "sociale verzorging oorlogsdienstnemers" verwijst naar de regelingen die door de bezetter waren ingesteld om de rechtspositie en de financiële verzorging van deze vrijwilligers en hun families te regelen. Dit document illustreert hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie in 1943 volledig was aangepast aan de realiteit van de bezetting en de collaboratie, waarbij het toetreden tot een vreemde (vijandelijke) krijgsdienst als een reguliere personeelsmutatie werd afgehandeld.