Getypte brief (ambtelijk verzoek).
Origineel
Getypte brief (ambtelijk verzoek). 14 januari 1943. Het Hoofdbureau van Politie, afd. Nachtvergunningen, Amsterdam. [Handgeschreven: Archiv]
vB/SV
het Hoofdbureau van Politie
(afd. Nachtvergunningen)
Marnixstraat 260-264
Amsterdam-Centrum wijk 6
8a/12/1 M.
14 Januari 1943.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te ver-
zoeken vergunning te verleenen, tot het zich op
den openbaren weg bevinden tusschen 0.00 – 4.00
uur voor den als chef-marktopzichter dienst-
doenden ambtenaar van mijn dienst: Cornelis
Blom, geboren 13-10-1893 te Enkhuizen, wonende
Zwanenplein 75, Amsterdam-Noord.
Genoemde ambtenaar moet geregeld des
nachts contrôle-diensten in burger verrichten
op de terreinen der Centrale Markt, gelegen Jan
van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur, Dit document is een officieel schrijven van het Hoofdbureau van Politie in Amsterdam, specifiek de afdeling Nachtvergunningen. De brief is gericht aan een hogere instantie (waarschijnlijk de Duitse bezettingsautoriteiten of de hoofdcommissaris) om toestemming te vragen voor een ambtenaar om zich tijdens de spertijd (avondklok) op straat te begeven.
De betreffende persoon is Cornelis Blom, werkzaam als chef-marktopzichter. Het verzoek specificeert dat hij tussen 00:00 en 04:00 uur op straat moet zijn voor controlewerkzaamheden op de Centrale Markt in Amsterdam-West. Opvallend is dat hij deze diensten "in burger" (dus zonder uniform) moet verrichten.
Onderaan het document is een vaag blindstempel of inktstempel zichtbaar, waarvan de tekst moeilijk leesbaar is, maar vermoedelijk een officieel zegel van de Gemeente Amsterdam of de Politie betreft. Het document dateert uit januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode gold er een strikte spertijd (avondklok), waarbij het burgers verboden was om zonder speciale vergunning (een Ausweis) 's nachts op straat te zijn.
Voor functionarissen die voor hun werk noodzakelijkerwijs op straat moesten zijn, zoals politieagenten, brandweerlieden en marktopzichters, moesten officiële ontheffingen worden aangevraagd. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Omdat de aanvoer en handel vaak in de zeer vroege ochtenduren plaatsvonden, was de aanwezigheid van toezichthouders zoals Cornelis Blom essentieel, zelfs tijdens de spertijd.
Het feit dat hij in burger moest opereren, kan duiden op de noodzaak om onopvallend toezicht te houden op mogelijke diefstal of zwarte handel op het marktterrein. Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Politie
Samenvatting
Dit document is een officieel schrijven van het Hoofdbureau van Politie in Amsterdam, specifiek de afdeling Nachtvergunningen. De brief is gericht aan een hogere instantie (waarschijnlijk de Duitse bezettingsautoriteiten of de hoofdcommissaris) om toestemming te vragen voor een ambtenaar om zich tijdens de spertijd (avondklok) op straat te begeven.
De betreffende persoon is Cornelis Blom, werkzaam als chef-marktopzichter. Het verzoek specificeert dat hij tussen 00:00 en 04:00 uur op straat moet zijn voor controlewerkzaamheden op de Centrale Markt in Amsterdam-West. Opvallend is dat hij deze diensten "in burger" (dus zonder uniform) moet verrichten.
Onderaan het document is een vaag blindstempel of inktstempel zichtbaar, waarvan de tekst moeilijk leesbaar is, maar vermoedelijk een officieel zegel van de Gemeente Amsterdam of de Politie betreft.
Historische Context
Het document dateert uit januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode gold er een strikte spertijd (avondklok), waarbij het burgers verboden was om zonder speciale vergunning (een Ausweis) 's nachts op straat te zijn.
Voor functionarissen die voor hun werk noodzakelijkerwijs op straat moesten zijn, zoals politieagenten, brandweerlieden en marktopzichters, moesten officiële ontheffingen worden aangevraagd. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Omdat de aanvoer en handel vaak in de zeer vroege ochtenduren plaatsvonden, was de aanwezigheid van toezichthouders zoals Cornelis Blom essentieel, zelfs tijdens de spertijd.
Het feit dat hij in burger moest opereren, kan duiden op de noodzaak om onopvallend toezicht te houden op mogelijke diefstal of zwarte handel op het marktterrein.