Afschrift van een brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Afschrift van een brief met ambtelijke kanttekeningen. Sj. Dijkema, Nieuwendammerdijk 551, Nieuwendam. De Hoogedelachtbare Heer Burgemeester van Amsterdam. Behoort bij brief 8a/19/6d M. 1943 d.d. 28 December 1943 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
A F S C H R I F T.
No. 887 P.S.B. 1943 29/11 No. 31/9 L.M.1943 29/11
Sj. Dijkema Nieuwendam, 27 November 1943.
Nieuwendammerdijk 551
Nieuwendam.
Aan den Hoogedelachtbaren Heer
Burgemeester van Amsterdam.
Hoogedelachtbare Heer,
Bij dezen ben ik zoo vrij een beroep te doen op Uw rechtvaardigheidsgevoel. Ben sinds 1919 in gemeentedienst. Hiervan van 24 Maart 1919 tot 28 Februari 1933 als hellebaardier aan den Handelsinrichtingen. Solliciteerde daarop naar de betrekking van Marktopzichter groep (III) bij het Marktwezen, daar mij bekend was, dat ik wegens bezuiniging (1 April 1933) op wachtgeld zou worden gesteld. Slaagde voor die betrekking en werd geplaatst op de oude groenten- en fruitmarkt aan de Marnixstraat. Bij opening van de Centrale Markt werd de titel marktopzichter opgeheven en veranderd in de titel controleur met terugstelling van een salarisgroep. Sinds 1938 doe ik nu geregeld dienst op de dagmarkten en brandstoffenmarkt als marktmeester en vervang de chefmarktmeester. Dat werk is niet gemakkelijk en geregeld staat men bloot aan omkooperijen, alzoo met die vischregeling moet men sterk in de schoenen staan en beschikken over gezag en een goed physiek gestel voor een salaris van ruim f. 30.- per week, met het gevolg, dat de zwakkeren al gauw vallen bij het Marktwezen. Dat werk doe ik volgens verklaringen van mijn Chef en Directeur tot hun volle tevredenheid. Reeds lang is mij promotie beloofd. Ook is deze zaak uitvoerig besproken door den heer Garthof met de Wethouders van Marktwezen en Arbeidszaken met het resultaat, dat mijn zaal nu aan de kapstok is opgehangen (commissie Groothof), wat mij 99% kans geeft op mislukking. Al eenige jaren is het steeds: "wacht U even rustig af".
Mijn zaak wordt nu vastgekoppeld aan een herwaardering voor alle controleurs. Ook dat is meer dan noodig, maar ik doe niet dienst als controleur maar als marktmeester en niet een paar weken, maar eenige jaren. Bij onze administratie bevordert men de menschen direct, zoodra ze hier recht op hebben. Gaarne ben ik bereid U omtrent deze zaak nader toe te lichten.
Mogelijk, dat U de knoop kunt doorhakken en mij kunt zeggen, je bent het waard of je bent het niet waard.
U bij voorbaat dankend, verblijf ik,
Hoogachtend,
w.g. S. Dijkema.
De Burgemeester stelt deze in handen van den Heer Weth.v.d. Levensmiddelen ter verdere behandeling onder mededeeling dat hij (Burg.) gaarne over deze aangelegenheid nader zal worden ingelicht.
Amsterdam, 29 November 1943.
De Wethouder voor de Levensmiddelen enz. stelt deze in handen van den Directeur v.h. Marktwezen om advies.
Amsterdam, 8 December 1943. * Personeelsgeschiedenis: De briefschrijver, Sjoerd Dijkema, is een ervaren ambtenaar (sinds 1919). Hij begon als 'hellebaardier' (een ceremoniële of bewakingsfunctie bij de stad) en overleefde de grote bezuinigingsrondes van de jaren '30 door over te stappen naar het Marktwezen.
* Probleemstelling: Dijkema voert taken uit die horen bij een 'marktmeester' (hogere rang), maar wordt betaald en geclassificeerd als 'controleur' (lagere rang). Hij klaagt over de bureaucratische traagheid van de "commissie Groothof".
* Arbeidsomstandigheden: Het document geeft een inkijkje in de sfeer op de Amsterdamse markten tijdens de oorlog. Hij noemt expliciet het gevaar van "omkooperijen" (corruptie) en de "vischregeling". Gezien de schaarste in 1943 was de controle op voedseldistributie en prijsvorming uiterst gevoelig en corruptiegevoelig.
* Loon: Hij noemt een salaris van "ruim f. 30.- per week". In de context van 1943, met hoge zwarte marktprijzen, was dit een karig loon voor iemand met een verantwoordelijke functie. Dit document stamt uit november/december 1943, een dieptepunt in de bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gemeente Amsterdam stond onder toezicht van een nationaalsocialistische burgemeester (E.J. Voûte).
De referentie aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal. Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening en de controle daarop (via de Centrale Markt en dagmarkten) van vitaal belang voor de stad. Ambtenaren bij het Marktwezen stonden onder grote druk; zij moesten toezien op de naleving van distributieregels terwijl de bevolking honger leed. Dijkema's opmerking over het "sterk in de schoenen staan" duidt op de morele en fysieke druk om niet mee te werken aan de zwarte handel of het aannemen van steekpenningen in een tijd van schaarste.
Het document toont ook aan dat, ondanks de oorlog, de gemeentelijke bureaucratie en de hiërarchische afhandeling van personeelszaken (het doorschuiven van de brief van Burgemeester naar Wethouder naar Directeur) nagenoeg ongewijzigd doorgingen.