Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 3 mei 1943. De Wethouder voor de Arbeidszaken van de Gemeente Amsterdam. Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedryven. L.
G E M E E N T E A M S T E R D A M
No 730 Arb.1943.
Onderwerp: AMSTERDAM, 3 Mei 1943.
Krygsgevangenen. [Stempel: No. 8a/40/1 M. 1943]
Hierby verzoek ik U my P E R O M G A A N D E
een opgave toe te zenden van de aantallen ambtenaren en werk--
lieden, die, aan de hand van de Bekendmaking van 29 April 1943,
by Uw diensttak als krygsgevangenen moeten worden beschouwd en
wel gesplitst naar: vast, tydelyk, jeugdig en arbeidscontractant.
Tevens zal ik gaarne vernemen, of zich onder de vo-
rengenoemde ambtenaren en werklieden personen bevinden, die als
onmisbaar voor den dienst moeten worden beschouwd. Zoo ja, dan
zullen, onder motiveering van hun onmisbaarheid, de namen, [handgeschreven: militerang.]
functies, geboortedata en woonadressen der belanghebbenden die--
nen te worden vermeld.
De Wethouder voor de Arbeidszaken,
[Handtekening]
Aan Heeren Hoofden van Administratiën,
Diensten en Bedryven.
Arb.z.Stadhuis
A'dam, Mei 1943
Volgnr. 28. * Administratieve urgentie: De term "PER OMGAANDE" (onmiddellijk per kerende post) onderstreept de enorme tijdsdruk waaronder de gemeentelijke diensten moesten rapporteren aan de bezetter.
* Classificatie: Personeel moet worden onderverdeeld in verschillende contractvormen (vast, tijdelijk, etc.), wat duidt op een poging om precies in kaart te brengen wie voor ontslag of deportatie in aanmerking komt.
* De "Sperre" (Vrijstelling): De passage over "onmisbaar voor den dienst" verwijst naar de mogelijkheid om voor cruciaal personeel een vrijstelling (Sperre) aan te vragen, zodat de gemeentelijke apparaten konden blijven functioneren.
* Handgeschreven toevoeging: De toevoeging "militerang" (militaire rang) is essentieel, omdat de Duitse maatregel specifiek gericht was op voormalige leden van de Nederlandse strijdkrachten. Dit document is een direct gevolg van de historische bekendmaking van de Duitse Wehrmachtsbefehlshaber Friedrich Christiansen op 29 april 1943. Hij beval dat alle leden van het voormalige Nederlandse leger zich opnieuw in krijgsgevangenschap moesten begeven.
Deze maatregel leidde tot een golf van verontwaardiging en was de directe aanleiding voor de April-meistakingen (ook wel de Melkstaking genoemd), de grootste spontane staking in bezet Nederland. Terwijl de bevolking staakte, was het ambtelijk apparaat (zoals dit document laat zien) gedwongen om de administratieve voorbereidingen te treffen voor de uitvoering van het Duitse bevel. De gevraagde gegevens waren noodzakelijk voor de bezetter om te bepalen wie daadwerkelijk opgeroepen zou worden voor de 'Arbeitseinsatz' of hernieuwde krijgsgevangenschap.