Archief 745
Inventaris 745-399
Pagina 245
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

4 mei 1943 Van: Hoofd van de Dienst van het Marktwezen (niet expliciet ondertekend op deze pagina, maar afleidbaar uit de tekst).

Origineel

4 mei 1943 Hoofd van de Dienst van het Marktwezen (niet expliciet ondertekend op deze pagina, maar afleidbaar uit de tekst). [Links boven, in rood potlood:]
spoed
Hervan brengen naar Afd. Z
[Eronder, inkt:]
Krijgsgevangenen

[Links marge, rood potlood:]
89/43/3

[Rechts boven:]
A’dam, 4/5 1943

[Midden:]
Weth. Arb. Zaken

Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 3 Mei jl. No. 730 Pub en 730 c Pub. 1943 heb ik de eer U in bijlage dezes een [ingevoegd: in duplo] opgaaf te zenden van de ambtenaren, werkzaam bij mijn Dienst, die als krijgsgevangenen moeten worden beschouwd.

Van deze ambtenaren moet de bureauchef H. R. van Duinhoven, geb. 20/6 1910, wonende Stuyvesantstr. 10^II A’dam W., mil. rang: korporaal-registrator (administratie) als volstrekt onmisbaar voor den dienst worden beschouwd.

Hij is belast met de leiding van het bureau, van de afd. personeelszaken, loonadministratie, terwijl hij de rechterhand is van de directie. Hij schrijft alle dienstcorrespondentie en is, in verband met het feit, dat hij één van de oudste ambtenaren van het Marktwezen is, een waardevolle adviseur in alle dienstaangelegenheden. In de vischregeling voor de stad Amsterdam heeft hij o.a. een zeer werkzaam aandeel.

Ook de overige drie ambtenaren van den Dienst zouden bezwaarlijk kunnen [ingevoegd: worden] gemist i.v.m. het nijpende personeelsvraagstuk bij den Dienst. Ik moge in dit verband wijzen op mijn brief v. 23 Febr. jl. no. 43/6/2 M. i.z. uitzending ambtenaren naar Duitschland, waarvan ik U hierbij afschrift doe toekomen. Na het verzenden van dezen brief zijn nog twee ambtenaren van den Dienst vertrokken nl. een, die met een Joodsche vrouw was gehuwd en een, die dienst heeft genomen bij de Waffen S.S.

In het belang v. het goed functionneeren v. den Dienst, dus in het belang van de voedselvoorziening der stad, zou het ten zeerste gewenscht zijn, dat de in de bijlage genoemde krijgsgevangenen zouden worden vrijgesteld.

De gegevens der overige drie volgen hieronder:

--- Het document is een ambtelijk schrijven uit de bezettingstijd, waarin een diensthoofd (vermoedelijk van het Marktwezen) probeert zijn personeel te behoeden voor wegvoering. De focus ligt op H.R. van Duinhoven, die als "onmisbaar" wordt gekenmerkt vanwege zijn administratieve sleutelrol en zijn betrokkenheid bij de "vischregeling" (visdistributie).

De argumentatie is strategisch opgebouwd:
1. Onmisbaarheid: De specifieke vakkennis en anciënniteit van de ambtenaar worden benadrukt.
2. Maatschappelijk belang: Er wordt een direct verband gelegd tussen het behoud van personeel en de "voedselvoorziening der stad". Dit was een argument waar de bezetter gevoelig voor kon zijn om onrust onder de bevolking te voorkomen.
3. Personeelstekort: De schrijver wijst op eerdere verliezen van personeel aan zowel de Arbeitseinsatz (uitzending naar Duitsland) als aan politieke/persoonlijke omstandigheden.

Opmerkelijk is de zakelijke vermelding van twee vertrokken collega's: één die moest vertrekken vanwege een huwelijk met een Joodse vrouw (slachtoffer van de anti-Joodse maatregelen) en één die vrijwillig bij de Waffen-SS ging. Dit illustreert de enorme verscheurdheid binnen het ambtenarenapparaat tijdens de oorlog.

--- De brief is geschreven op 4 mei 1943. Dit is een zeer kritiek moment in de Nederlandse geschiedenis. Slechts enkele dagen daarvoor, op 29 april 1943, had de Duitse generaal Christiansen bekendgemaakt dat de circa 300.000 voormalige Nederlandse militairen die in 1940 naar huis waren gestuurd, alsnog in krijgsgevangenschap moesten worden afgevoerd naar Duitsland.

Dit besluit leidde tot de April-meistakingen, de grootste stakingen tijdens de bezetting. De Amsterdamse gemeentelijke diensten probeerden koortsachtig hun personeel vrijgesteld te krijgen door hen als "onmisbaar" aan te merken (de zogenaamde 'Sperre'). Het document geeft een inkijkje in de administratieve strijd die gevoerd werd om Amsterdammers uit handen van de bezetter te houden, waarbij het functioneren van de stad als belangrijkste troef werd gebruikt.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven uit de bezettingstijd, waarin een diensthoofd (vermoedelijk van het Marktwezen) probeert zijn personeel te behoeden voor wegvoering. De focus ligt op H.R. van Duinhoven, die als "onmisbaar" wordt gekenmerkt vanwege zijn administratieve sleutelrol en zijn betrokkenheid bij de "vischregeling" (visdistributie).

De argumentatie is strategisch opgebouwd:
1. Onmisbaarheid: De specifieke vakkennis en anciënniteit van de ambtenaar worden benadrukt.
2. Maatschappelijk belang: Er wordt een direct verband gelegd tussen het behoud van personeel en de "voedselvoorziening der stad". Dit was een argument waar de bezetter gevoelig voor kon zijn om onrust onder de bevolking te voorkomen.
3. Personeelstekort: De schrijver wijst op eerdere verliezen van personeel aan zowel de Arbeitseinsatz (uitzending naar Duitsland) als aan politieke/persoonlijke omstandigheden.

Opmerkelijk is de zakelijke vermelding van twee vertrokken collega's: één die moest vertrekken vanwege een huwelijk met een Joodse vrouw (slachtoffer van de anti-Joodse maatregelen) en één die vrijwillig bij de Waffen-SS ging. Dit illustreert de enorme verscheurdheid binnen het ambtenarenapparaat tijdens de oorlog.


Historische Context

De brief is geschreven op 4 mei 1943. Dit is een zeer kritiek moment in de Nederlandse geschiedenis. Slechts enkele dagen daarvoor, op 29 april 1943, had de Duitse generaal Christiansen bekendgemaakt dat de circa 300.000 voormalige Nederlandse militairen die in 1940 naar huis waren gestuurd, alsnog in krijgsgevangenschap moesten worden afgevoerd naar Duitsland.

Dit besluit leidde tot de April-meistakingen, de grootste stakingen tijdens de bezetting. De Amsterdamse gemeentelijke diensten probeerden koortsachtig hun personeel vrijgesteld te krijgen door hen als "onmisbaar" aan te merken (de zogenaamde 'Sperre'). Het document geeft een inkijkje in de administratieve strijd die gevoerd werd om Amsterdammers uit handen van de bezetter te houden, waarbij het functioneren van de stad als belangrijkste troef werd gebruikt.

Locaties

Amsterdam ("A’dam")

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.C. Cobussen Waterlooplein " 799.42 ⁹⁾
A.A.C. Cobussen Waterlooplein 499,42 6)
A.C. Cobussen Waterlooplein " 1.157,66
A.C. Cobussen Waterlooplein " 1.157,66
A.H. Bijland Waterlooplein " 1664.98 ⁸⁾
A.H. Bijland Waterlooplein 1664,98 5)
A.H. Bijland Waterlooplein " 1.883,24
A.H. Bijland Waterlooplein " 1.883,24
A.H. de Haer Waterlooplein " 2.488,20
A.H. de Haer Waterlooplein " 2.488,20 /4
A.H. de Haer Waterlooplein " 2690.20
A.H. de Haer Waterlooplein 2690,20
A.H. Klaassens Waterlooplein " 2046.82
A.H. Klaassens Waterlooplein 2046,82
A.J.I. Barbiers Waterlooplein " 2353.76 ⁵⁾
A.J.I. Barbiers Waterlooplein 2353,76 5)
A.J.J. Barbiers Waterlooplein " 2.067,35
A.J.J. Barbiers Waterlooplein " 2.067,35
B. Felthuis Waterlooplein " 1815.44
B. Felthuis Waterlooplein 1815,44
B. Felthuis Waterlooplein " 2.357,55
B. Felthuis Waterlooplein " 2.357,55
Böhmermann, Hugo Johan- Waterlooplein A.032233.
A.H.J. Lotgering Waterlooplein 14 juli 1943 door Gew. Arb. Bureau te werk gesteld in bez. gebied
C. Bakker Waterlooplein f. 1656.-
C. Bakker Waterlooplein 1656.--
C. Bakker Waterlooplein f. 2.445,30
C. Blom Waterlooplein 2503,25 5)
C. Blom Waterlooplein " 2503.25 ⁶⁾
C. Blom Waterlooplein " 2.159,86
Alle 100 kooplieden →