Ambtsverslag / Rapportage
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage Woensdag 26 mei 1943 (afgeleid van stempel "26/5" en jaartal "1943") [Linksboven:]
5370
Lindengracht.
[Midden boven:]
53732
Woensdag 10.30
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
vh Marktwezen
Alhier
[Stempel:]
No. 28/14/1 M. 1943 26/5
[Hoofdtekst:]
Hedenmiddag om ± 5 uur zou de vischkoopman
JH de Kort zijn aaltoewijzing in gerookte toestand verkoopen.
Ondergetekende en een Contr: van de C.C.D. de heer
P Honlander gingen informeeren of de Kort gereed was
om naar de markt te komen. Wij constateerde dat
de Kort ± 70 pond aal afwoog en deze in een kist pakte.
Deze partij aal ging onder toezicht van den Heer Hon-
lander naar de hal van D. Fleysman.
Niettegenstaande deze controle, verklaarde een
juffrouw, genaamd A. C. Westering, wonende Marnixstraat
125 III, dat er 7 pakjes gerookte aal in de vischhal werden
achtergehouden. De vischkoopman D Fleysman die N.B.
zelf buiten de hal stond, hoorde dit gesprek en diende
genoemde juffr. van repliek. Deze juffr. die dagelijks uren
voor de hal staat, doet niet anders dan de gemoederen
opruien en zegt dan: „ Er moeten meer klachten en
brieven naar de autoriteiten gaan dan zou het wel anders
worden.” Ook de Brigadier v Politie J. Maas heeft genoemde
juffr. al eens eerder uit het publiek verwijderd, maar elke dag
komt deze juffr. terug, staat nooit in de rij en klaagt, dat
zij nooit een vischje proeft. Dat dit geval niet op zich
zelf staat behoeft geen betoog; er zijn meer van dergelijke
personen die altijd wat te rammelen hebben. Ik deel U
dit mede op welke wijze het prestige der ambtenaren
[Tekst breekt af onderaan de pagina] Dit document is een verslag van een markttoezichthouder aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de rapportage betreft een incident op de Lindengrachtmarkt waarbij een burger, mejuffrouw Westering, de autoriteiten en visverkopers beschuldigt van corruptie (het achterhouden van vis).
De schrijver benadrukt dat de verkoop van de gerookte aal strikt werd gecontroleerd door zowel de marktmeester als de Centrale Controledienst (C.C.D.). De toon van de tekst is defensief en enigszins geërgerd; de burger in kwestie wordt getypeerd als een 'onruststoker' die de gemoederen opruit. Het document eindigt met een zorg over het "prestige der ambtenaren", wat aangeeft dat het gezag van de controleurs in die tijd onder druk stond. Het verslag dateert van mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van extreme schaarste en strenge rantsoenering. Vis, zoals de hier genoemde aal, was schaars en de toewijzing ervan werd streng gereguleerd door de C.C.D. (de economische opsporingsdienst die toezag op de distributie en de zwarte handel).
De spanningen die in het document worden beschreven, zijn kenmerkend voor de oorlogsjaren:
1. Schaarste en Wantrouwen: Burgers stonden uren in de rij voor kleine hoeveelheden voedsel. Het vermoeden dat handelaren of ambtenaren goederen 'onder de toonbank' hielden, leidde vaak tot publieke verontwaardiging en incidenten.
2. Rol van de C.C.D.: De aanwezigheid van de C.C.D. bij het afwegen van 70 pond aal toont aan hoe zwaar de controle op de voedselvoorraad was.
3. Verzet via klachten: De uitspraak van de juffrouw dat er "meer klachten en brieven naar de autoriteiten" moeten, was een vorm van burgerlijk protest tegen de (waargenomen) onrechtvaardigheid in het distributiesysteem.
4. Gezag onder druk: De vrees voor het verlies van 'prestige' van ambtenaren suggereert een klimaat waarin de bevolking steeds mondiger en vijandiger werd tegenover de (vaak als collaborerend beschouwde) bureaucratie. A.C. Westering C. Westering D. Fleysman J. Maas J.H. de Kort P. Honlander Marktwezen Politie