Handgeschreven ambtelijke brief/notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/notitie. 25 april 1943. Waarschijnlijk een inspecteur van 'Stadstoezicht' (gezien de aantekening in blauw potlood). 46a/146/2 [kenmerk linksboven]
A'dam 25/4 '43
Dir. Gew. Arbeidsbureau
Regelmatig bereiken mij
berichten [geschreven boven het doorgehaalde ‘klachten’], dat de vischhandelaar
M. de Groot; geb. 25/8 1910 en
wonende v. Boetzelaerstr. 19 hs.
werkzaamheden bij de Wehrmacht
in N. Holland (Landfront of IJmuiden)
zou verrichten. Aangezien de
Groot ook zijn vrachtwagen
op de V.M. in ontvangst laat
nemen, verzoek ik U — [doorgehaald woord]
te doen onderzoeken of de
Groot voornoemd door Uw
bureau is tewerkgesteld en
zoo ja sedert wanneer en
waar.
Stadstoezicht [met blauw potlood]
H.P. [paraaf/handtekening] * Persoon: Het betreft M. de Groot, een vishandelaar geboren op 25 augustus 1910, woonachtig aan de Van Boetzelaerstraat 19 (huis) te Amsterdam.
* Inhoud: De schrijver heeft berichten ontvangen dat deze vishandelaar werkzaamheden verricht voor de Duitse Wehrmacht in Noord-Holland, specifiek bij het 'Landfront' of in IJmuiden. Het 'Landfront' was een onderdeel van de Atlantikwall-verdedigingswerken.
* Probleemstelling: Er lijkt een ongerijmdheid te zijn: De Groot zou voor de Duitsers werken, maar haalt tegelijkertijd nog steeds zijn vrachtwagen op bij de 'V.M.' (vermoedelijk de VischMarkt).
* Doel: De afzender vraagt het Arbeidsbureau om te verifiëren of De Groot officieel via hen tewerkgesteld is, en zo ja, per wanneer en op welke locatie. Dit duidt op een controle op mogelijke dubbelspel, zwarte handel of het ongeoorloofd onttrekken aan andere arbeidsplichten. Dit document stamt uit april 1943, een periode waarin de Duitse bezetter de arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) in Nederland steeds verder intensiveerde. Het Gewestelijk Arbeidsbureau speelde hierbij een centrale rol. IJmuiden was in die tijd een 'Festung' en een cruciaal onderdeel van de verdedigingslinie tegen een geallieerde invasie; er werd op grote schaal gebouwd aan bunkers en versperringen (het Landfront).
Dergelijke verzoeken tot onderzoek waren gebruikelijk om te controleren of burgers die beweerden voor de Wehrmacht te werken (en daardoor vaak vrijgesteld waren van uitzending naar Duitsland) dit ook daadwerkelijk deden, of dat zij deze status misbruikten voor bijvoorbeeld handel op de zwarte markt. De vermelding van de VischMarkt suggereert dat de handel van de betrokkene nog gewoon doorging, wat argwaan wekte bij de controlerende instanties.