Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 7 mei 1943 Daam Uljee, Frans Halsstraat 8 III, Amsterdam Z. Directeur van de Gemeentelijke Visafslag, Amsterdam. No. 46 A/179/1 M. 1943 [stempel]
7. Mei 1943 A’dam
DAAM ULJEE
FRANS HALSSTRAAT 8 III
AMSTERDAM Z.
[Aantekening in rood/bruin potlood:]
860
nu bij u
Insp. onderzoek + rapport
Den Heer Directeur
der Gem. Vischafslag
M.
Alvorens ik Uw Inspecteur telefonisch mijn klacht aangaande vischwinkel Rienstra L. Leidsche dw str Alhier, mee kon delen, had ik zeker 10 verschillende nummers aangeroepen (inlichtingen bureaus) tot wie ik mij moest wenden om een klacht in te dienen met kans op resultaat.
Mijn klacht is deze vischverkoopwinkel (volgens diverse meningen en zoals ook blijkt uit de scheldpartij en opstootje een der laatste dagen) wordt gebruikt voor de -Rienstra- behorende 2 restaurants en daar ongehoorde prijzen te berekenen hetgeen 90% der burgers niet kunnen betalen en als er een enkele keer eens iets afgegeven wordt, dan is dat ergelijk zoals met mosselen, vermoedelijk gezift voor de restaurants en de overblijvende 10% burgers.
Heden morgen wist ik dat Rienstra weer visch had, van teleurgestelde koopsters ik belde op en vroeg hem wat er was, ik heb niet zei hij, daarop zeide ik van wel en verwijt hem het boven vermelde. Antwoord was ik kan doen wat ik wil met de visch en brak gesprek af.
Uljee [handtekening] In deze brief beklaagt de heer Daam Uljee zich bij de directeur van de Gemeentelijke Visafslag over de handelwijze van vishandel Rienstra, gevestigd aan de Lange Leidschedwarsstraat in Amsterdam. De kernpunten van de klacht zijn:
- Onjuiste distributie: De viswinkel wordt volgens de schrijver primair gebruikt om de twee bijbehorende restaurants van Rienstra te bevoorraden, in plaats van de gewone burgers.
- Prijsopdrijving: Er worden "ongehoorde prijzen" gevraagd die voor 90% van de bevolking onbetaalbaar zijn.
- Kwaliteitsverschil: Wanneer er wel vis aan burgers wordt verkocht (zoals mosselen), lijkt dit de "uitgezeefde" restpartij te zijn, terwijl de beste waar naar de restaurants gaat.
- Klantonvriendelijkheid: De schrijver beschrijft een incident waarbij de winkelier ontkent voorraad te hebben en het gesprek brutaal afbreekt ("ik kan doen wat ik wil met de visch").
Uit de rode aantekeningen blijkt dat de klacht serieus werd genomen en is doorgestuurd voor inspectie en rapportage. De brief dateert van mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit was een periode van extreme schaarste en distributie op de bon. Vis was een van de weinige voedingsmiddelen die (soms) buiten het strikte bonnensysteem viel, maar de aanvoer was gering door de beperkingen op de visserij in de Noordzee.
De klacht illustreert de spanningen in de samenleving over de "zwarte handel" en de scheve verdeling van schaarse goederen. Restaurants konden vaak nog producten aanbieden die voor de gewone burger onbereikbaar waren. De frustratie van de schrijver, die spreekt over "scheldpartijen en opstootjes", tekent de grimmige sfeer in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren, waarbij de sociale ongelijkheid in de voedselvoorziening tot grote woede leidde. L. Leidsche M.