Concept-brief.
Origineel
Concept-brief. 16 juni 1943 (volgens de kanttekening bovenaan). De brief zelf refereert aan correspondentie van 28 mei 1943. De Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden (Amsterdam). Behoort bij brief no. 46a/197/2M. d.d. 16 Juni 1943 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.
C o n c e p t .
Aan den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
's - G r a v e n h a g e .
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Mei jl. no. 14349/V/ /Lan. bericht ik U, dat Marie Jansen reeds vóór den oorlog, in ieder geval vóórdat te Amsterdam officieel met de vischverdeeling een aanvang werd gemaakt ( 18 Mei 1942 ) met Willem Botter was gehuwd. De toewijzing heeft dan ook vanaf den aanvang der vischverdeeling op naam van W.Botter gestaan. Aanvankelijk was deze toewijzing groot 120 ½ kg. doch deze is, ingevolge Uw opdracht d.d. 7 Juli 1942 no.14460/V/Ve. gebracht op 200 ½ kg.
W. Botter is eenige weken geleden als Visscherij-inspecteur naar het Peipusmeer (Rusland) vertrokken.
In verband met de inkomsten, die zijn vrouw uit deze betrekking ontvangt, heeft het Gemeentebestuur alleen de aaltoewijzing weder op 120 ½ kg. teruggebracht; de overige toewijzingen zijn evenwel volkomen onveranderd gehandhaafd, namelijk per beurt 80 ½ kg. zoetwatervisch; 100 ½ kg. zeevisch; 120 ½ kg. garnalen ongepeld; 20 ½ kg. garnalen gepeld; 20 ½ kg. gerookte aal en 20 ½ kg. gerookte visch.
De bewering, dat M. Botter-Jansen na haar huwelijk een lagere toewijzing heeft gekregen is mij, in verband met het bovenstaande, niet duidelijk.
De Directeur. Deze brief dient als verduidelijking in een administratief geschil of onderzoek over de vis-toewijzingen (quota) van Marie Botter-Jansen. De centrale vraag lijkt te zijn of haar toewijzing is verlaagd na haar huwelijk.
De directeur stelt vast dat:
1. Het huwelijk al vóór de invoering van de officiële visdistributie (mei 1942) plaatsvond, waardoor de toewijzing altijd al op naam van haar man, Willem Botter, heeft gestaan.
2. De hoeveelheden juist zijn verhoogd in 1942, van ca. 120 eenheden naar 200 eenheden.
3. Er onlangs slechts één beperkte verlaging heeft plaatsgevonden (bij de aal-toewijzing), omdat de echtgenoot nu een inkomen geniet als visserij-inspecteur in het buitenland. De overige toewijzingen voor diverse soorten vis en garnalen zijn ongewijzigd gebleven.
De brief is een typisch voorbeeld van de fijnmazige bureaucratie rondom de voedselvoorziening en distributie tijdens de bezettingsjaren. Het document dateert uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De vissector stond in deze periode onder streng toezicht van de Nederlandsche Visscherij-centrale, die de distributie controleerde om de voedselvoorziening te reguleren (en deels af te voeren naar Duitsland).
Opmerkelijk is de vermelding dat Willem Botter naar het Peipusmeer (Rusland/Estland) is vertrokken als visserij-inspecteur. Tijdens de oorlog werden Nederlandse specialisten via organisaties zoals de Nederlandsche Oost Compagnie (NOC) uitgezonden naar bezette gebieden in de Sovjet-Unie om daar de economie en voedselproductie te beheren ten behoeve van de Duitse oorlogsvoering. Het feit dat hij daar werkt, heeft directe gevolgen voor de distributierechten van zijn gezin in Amsterdam, wat aantoont hoe nauw de controle op inkomsten en toewijzingen destijds was.