Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 279
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Concept-brief (doorslag/minuut).

16 juni 1943 (vermeld in de begeleidende koptekst). Van: De Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden (Amsterdam).

Origineel

Concept-brief (doorslag/minuut). 16 juni 1943 (vermeld in de begeleidende koptekst). De Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden (Amsterdam). Behoort bij brief no. 46b/197/2M. d.d. 16 Juni 1943 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden.

C o n c e p t .

Aan den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherij-centrale,
2e Adelheidstraat 300,
’s-G r a v e n h a g e .

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 Mei jl. no. 14349/V/Lan. bericht ik U, dat Marie Jansen reeds vóór den oorlog, in ieder geval vóórdat te Amsterdam officieel met de vischverdeeling een aanvang werd gemaakt (18 Mei 1942) met Willem Botter was gehuwd. De toewijzing heeft dan ook vanaf den aanvang der vischverdeeling op naam van W. Botter gestaan. Aanvankelijk was deze toewijzing groot 120 ½ kg. doch deze is, ingevolge Uw opdracht d.d. 7 Juli 1942 no. 14460/V/Ve. gebracht op 200 ½ kg.

W. Botter is eenige weken geleden als Visscherij-inspecteur naar het Peipusmeer (Rusland) vertrokken.

In verband met de inkomsten, die zijn vrouw uit deze betrekking ontvangt, heeft het Gemeentebestuur alleen de aaltoewijzing weder op 120 ½ kg. teruggebracht; de overige toewijzingen zijn evenwel volkomen onveranderd gehandhaafd, namelijk per beurt 80 ½ kg. zoetwatervisch; 100 ½ kg. zeevisch; 120 ½ kg. garnalen ongepeld; 20 ½ kg. garnalen gepeld; 20 ½ kg. gerookte aal en 20 ½ kg. gerookte visch.

De bewering, dat M. Botter-Jansen na haar huwelijk een lagere toewijzing heeft gekregen is mij, in verband met het bovenstaande, niet duidelijk.

De Directeur. Het document is een ambtelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog betreffende de distributie van vis. De kern van de zaak is een geschil of onduidelijkheid over de hoogte van de toegewezen hoeveelheden vis aan het echtpaar Botter-Jansen.

Belangrijke punten uit de tekst:
1. Bureaucreatie: Het document illustreert de fijnmazige distributie-administratie tijdens de bezetting. Elke kilo vis werd geregistreerd en toegewezen op basis van persoonsgegevens.
2. Persoonsgegevens: Marie Jansen was reeds voor de invoering van de officiële visverdeling (mei 1942) getrouwd met Willem Botter. De toewijzing stond daarom op zijn naam.
3. Specificatie Rantsoenen: De brief geeft een zeldzaam gedetailleerd overzicht van de "beurten" (quota) voor een vishandelaar of distribiteur: zoetwatervis, zeevis, garnalen (gepeld en ongepeld), gerookte aal en gerookte vis.
4. Inkomensafhankelijkheid: De verlaging van het aal-quotum (van 200 ½ naar 120 ½ kg) wordt direct gekoppeld aan het feit dat de vrouw inkomsten geniet uit de nieuwe betrekking van haar man. Dit document is geschreven in juni 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel uiterst complex was.

De "Oostinzet":
Bijzonder relevant is de vermelding dat Willem Botter als "Visscherij-inspecteur naar het Peipusmeer (Rusland)" is vertrokken. Het Peipusmeer ligt op de grens van het huidige Estland en Rusland. Tijdens de bezetting werden Nederlandse experts (vissers, boeren, inspecteurs) door de bezetter of door aan de NSB gelieerde organisaties (zoals de Nederlandsche Oost Compagnie) ingezet in de bezette gebieden in het Oosten om de voedselproductie aldaar te optimaliseren voor de Duitse oorlogsmachine.

De brief laat zien dat het vertrek naar het Oostfront niet alleen invloed had op de gezinssituatie, maar ook directe gevolgen had voor de distributierechten en economische positie van de achterblijvende echtgenote in Amsterdam. De "Nederlandsche Visscherij-centrale" in Den Haag was het centrale orgaan dat toezicht hield op de gehele vissector onder Duits toezicht.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog betreffende de distributie van vis. De kern van de zaak is een geschil of onduidelijkheid over de hoogte van de toegewezen hoeveelheden vis aan het echtpaar Botter-Jansen.

Belangrijke punten uit de tekst:
1. Bureaucreatie: Het document illustreert de fijnmazige distributie-administratie tijdens de bezetting. Elke kilo vis werd geregistreerd en toegewezen op basis van persoonsgegevens.
2. Persoonsgegevens: Marie Jansen was reeds voor de invoering van de officiële visverdeling (mei 1942) getrouwd met Willem Botter. De toewijzing stond daarom op zijn naam.
3. Specificatie Rantsoenen: De brief geeft een zeldzaam gedetailleerd overzicht van de "beurten" (quota) voor een vishandelaar of distribiteur: zoetwatervis, zeevis, garnalen (gepeld en ongepeld), gerookte aal en gerookte vis.
4. Inkomensafhankelijkheid: De verlaging van het aal-quotum (van 200 ½ naar 120 ½ kg) wordt direct gekoppeld aan het feit dat de vrouw inkomsten geniet uit de nieuwe betrekking van haar man.

Historische Context

Dit document is geschreven in juni 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam en het distributiestelsel uiterst complex was.

De "Oostinzet":
Bijzonder relevant is de vermelding dat Willem Botter als "Visscherij-inspecteur naar het Peipusmeer (Rusland)" is vertrokken. Het Peipusmeer ligt op de grens van het huidige Estland en Rusland. Tijdens de bezetting werden Nederlandse experts (vissers, boeren, inspecteurs) door de bezetter of door aan de NSB gelieerde organisaties (zoals de Nederlandsche Oost Compagnie) ingezet in de bezette gebieden in het Oosten om de voedselproductie aldaar te optimaliseren voor de Duitse oorlogsmachine.

De brief laat zien dat het vertrek naar het Oostfront niet alleen invloed had op de gezinssituatie, maar ook directe gevolgen had voor de distributierechten en economische positie van de achterblijvende echtgenote in Amsterdam. De "Nederlandsche Visscherij-centrale" in Den Haag was het centrale orgaan dat toezicht hield op de gehele vissector onder Duits toezicht.

Kooplieden in dit dossier 1

Stuks schoon ontvangen . . . . .

Gerelateerde Documenten 6