Archiefdocument
Origineel
6 februari 1950 (gebaseerd op de notatie "6/2 50" onderaan). [Linksboven:]
Onderwerp
klacht over
vissers vloot.
[Rechtsboven:]
af h. v. C.
[Midden:]
Naar Uw brief d.d. 22 dezer,
no. 13682/V/Vv, heb ik de eer U in bij-
lage dezer afschrift te doen toekomen
van een rapport van de ambtenaar van de
C.C.D. Naar mijne meening kan deze aan-
gelegenheid als afgedaan worden beschouwd.
[Rechtsonder:]
[Onleesbare paraaf]
a.
[Onderaan midden:]
46 a/199/4
6/2 50 De tekst is een formele begeleidende brief waarin wordt gereageerd op eerdere correspondentie van de 22ste van die maand. De schrijver stuurt een afschrift mee van een rapport opgesteld door een ambtenaar van de C.C.D. (Centrale Controle Dienst). De toon is zakelijk en concluderend; de schrijver adviseert of besluit dat de kwestie (de klacht over de vissersvloot) hiermee is afgehandeld. Het handschrift is een vlot, geoefend administratief cursief uit het midden van de 20e eeuw. Het document is opgesteld in februari 1950, de periode van de naoorlogse wederopbouw in Nederland. De genoemde Centrale Controle Dienst (C.C.D.) speelde in deze jaren een cruciale rol bij het handhaven van economische voorschriften, prijsbeheersing en de bestrijding van de zwarte handel. Gezien het onderwerp "vissersvloot" heeft de klacht waarschijnlijk betrekking op overtredingen van visserijwetgeving, distributieregels voor brandstof of prijsafspraken voor vis, zaken waar de C.C.D. in die tijd streng op toezag. De afkorting "af h. v. C." rechtsboven staat vermoedelijk voor een specifieke afdeling of functionaris, zoals "afdeling Hoofd van de Controle". C.C.D. Naar