Archiefdocument
Origineel
1 juli 1943 Mejuffrouw M. de Rooij (Jan van Galenstraat 28, Amsterdam) No. 46H/201/13 M. 1943 7/3 6.
Amsterdam 1 juli. 43.
Den WelEd. Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14 (W)
WelEdelen Heer.
Met beleefd. verzoek. toestemming te willen verleenen
dat de Heer. Mossel. de voor mij toegewezen visch. in ontvangst.
mag nemen, aangezien het voor mij onmogelijk is. dat ik dat
zelf doe. omdat ik hier alleen in mijn winkel sta. & onmoge-
lijk. hier weg kan. Volgens mijn telefoongesprek. met de
WelEd. Heer. ter Haar. van gisteren is mij dat reeds toegestaan
alleen moest ik het nog schriftelijk. aanvragen.
Tevens verzoek ik U ook nog beleefd. mijn schrijven van
9 juni j.l. in behandeling te willen nemen. waarin ik verzocht.
een toewijzing te mogen ontvangen. voor den verkoop van gebakken
en versche zee en riviervisch.
Hoopende op spoedig gunstig antwoord
Hoogachtend
M. de Rooij
Jan van Galenstraat 28
[Marginale aantekeningen en stempels:]
* Rechtsboven (rood): zie map dossier
* Linksonder (diagonaal): Mej. M. de Rooij / oproepen. / 12-7-'43 / dHofman
* Links in de marge (rood potlood): afged. [afgedaan]
* Onderaan (midden): opb. 1/7
* Rechtsonder: UHP In deze brief verzoekt Mejuffrouw M. de Rooij, een winkelierster uit de Jan van Galenstraat in Amsterdam, om een praktische gunst aan de directeur van het Marktwezen. Ze vraagt of de heer Mossel haar toegewezen vislevering mag ophalen. Haar reden is van zakelijke aard: zij staat alleen in haar winkel en kan deze niet onbeheerd achterlaten.
De brief heeft een formeel karakter, kenmerkend voor de tijd, maar bevat ook een herinnering aan een eerdere aanvraag van 9 juni 1943 voor een vergunning om gebakken en verse vis te mogen verkopen. De administratieve aantekeningen onderaan de brief tonen aan dat het verzoek direct in behandeling werd genomen; er is een notitie om haar op 12 juli 1943 op te roepen (voor een gesprek of nadere toelichting). De rode aantekening 'afged.' (afgedaan) bij de tweede alinea suggereert dat het verzoek met betrekking tot de brief van 9 juni op dat moment was afgehandeld of verwerkt in het dossier. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de distributie van voedsel, waaronder vis, strikt gereguleerd door de bezetter en lokale instanties zoals het Marktwezen. Winkeliers waren afhankelijk van toewijzingen om hun handel te kunnen drijven.
De Jan van Galenstraat was strategisch gelegen nabij de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, het epicentrum van de Amsterdamse voedselvoorziening. Dat de afzender op nummer 28 woonde/werkte en het kantoor van het Marktwezen op nummer 14 gevestigd was, benadrukt de lokale schaal waarop deze bureaucratie zich afspeelde. De noodzaak om alles schriftelijk te bevestigen, zelfs na een telefonische toezegging van een ambtenaar (de heer Ter Haar), illustreert de strikte administratieve controle tijdens de bezettingsjaren. M. de Rooij Marktwezen