Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 13 augustus 1943. Weduwe J. Dootjes-Wassenaar. [Linksboven, stempel/geschreven:]
No. 46A/201/25-M. 1943 13/8
[Rechtsboven:]
A/dam 13 Aug ’43
72
m.i. Lup.
[Brieftekst:]
WelEd. Heer
Hiermede verzoek ik U beleefd mijn vischhal
toewijzing mede te willen geven aan
Joop Schenkenberg, deze is ieder keer op de
markt, wat voor mij bezwaarlijk is en daar ik
toch iemand moet hebben om mijn handel
weg te rijden, wat ik als vrouw niet kan.
Hopende U mijn verzoek spoedig zult inwilligen
verblijf ik
Hoogachtend,
Wed J. Dootjes Wassenaar
[Ambtelijke kanttekeningen - diagonaal midden:]
verzoek afwijzen!
Vrouw staat met bloemen in de Pappenb.!
D 17/8 ’43
Th. Stam
advies
D
[Linksonder - doorgehaald:]
Acc: Vrouw alleen ontva. visch. Moet deze zelf op de markt verkoopen.
46A/201/25a
[Rechtsonder:]
M. Verhuur.
Volgens mij geen bezwaar daar het geen werk voor een vrouw is, om met een wagen te rijden. –
[Handtekening]
20-8-43
--- Dit document is een officieel verzoekschrift van een marktkoopvrouw aan de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het verzoek is een zogenaamde "mede-toewijzing". De weduwe Dootjes-Wassenaar beschikt over een vergunning voor de vismarkt (mogelijk de Centrale Vishal), maar zij wil dat deze ook op naam van Joop Schenkenberg komt te staan.
Haar argumentatie is tweeledig:
1. Praktisch: Schenkenberg is toch al dagelijks op de markt aanwezig.
2. Gender-gerelateerd: Zij voert aan dat zij als vrouw fysiek niet in staat is om de zware handkar met handelswaar ("handel weg te rijden") te vervoeren.
De ambtelijke reacties op het document tonen een interne discussie:
* Een ambtenaar (Th. Stam) adviseert op 17 augustus om het verzoek af te wijzen. Hij claimt dat de vrouw ook met bloemen op de "Pappenb." (waarschijnlijk de Papenmarkt of Pappenbroeksteeg) staat, wat zou kunnen duiden op strijdigheid met de regels voor marktkramen.
* Een andere ambtenaar (M. Verhuur) is het op 20 augustus juist eens met de verzoekster. Hij bevestigt dat het rijden met een zware wagen "geen werk voor een vrouw" is en ziet daarom geen bezwaar in de mede-toewijzing.
* De doorgehaalde tekst linksonder suggereert dat er aanvankelijk strenger werd geoordeeld: de vrouw zou de vis zelf moeten verkopen als zij deze toegewezen krijgt.
--- Het document dateert uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog de context vormt, laat dit document vooral de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie zien. De vismarkt en de bloemenmarkt waren essentiële onderdelen van de Amsterdamse voedselvoorziening en economie.
De brief biedt een interessant inkijkje in de positie van vrouwen in de handel tijdens de jaren '40. Als weduwe was zij waarschijnlijk genoodzaakt het bedrijf van haar man voort te zetten, maar zij liep hierbij tegen fysieke en bureaucratische grenzen aan. Het argument dat bepaald zwaar werk niet geschikt was voor vrouwen, werd hier door zowel de verzoekster als een ambtenaar gebruikt om een uitzondering op de strikte marktregels te rechtvaardigen.